De banken binnen het doophek waren tot een aantal jaren geleden de plaats voor de dienstdoende kerkenraadsleden. Nu zijn daar enkele oude bijbels en een psalmboek met de psalmen uit 1773 neergelegd. In deze latere druk zijn ook Eenige gezangen, Evangelische gezangen en een instructie opgenomen hoe de liederen te zingen.
Sinds de reformatie uit 1580 werd in de toenmalige gereformeerde kerk gezongen uit een Franse vertaling uit 1566, een berijming van Pieter Datheen genaamd ‘De 150 psalmen Davids’. Hij heeft ook de Heidelbergse catechismus vertaald. De vertaling van de 150 psalmen was een groot succes maar er was direct ook kritiek. De vertaling was vaak letterlijk en sloot niet aan met het metrum en ritme van het lied. Ook de interpretatie van de teksten was niet altijd goed. Een beruchte vertaling is over een passage in Psalm 78 waarin de psalmberijmer God tegen afvalligen tekeer laat gaan als een agressieve dronkenman die het ‘achterdeel’ van zijn vijanden treft. Latere vertalingen van de psalmen leverden ook klassiekers op zoals die van Lucretia Wilhelmina van Merkien over Psalm 42: ’t Hijgend hert, de jagt ontkomen. Deze zin komt in een eigentijdse vertaling in het Liedboek nog steeds voor.
In de 18e eeuw waren er meer vertalingen, de een meer rechtzinniger en de ander meer poëtischer. Er ontstond behoefte aan een nieuwe standaardberijming maar binnen de kerk kwam men er na jaren van geharrewar niet uit. De kerk besluit een beroep te doen op de Staten-Generaal om de knoop door te hakken een keuze te maken uit drie psalmberijmingen. De in het leven geroepen commissie ging voortvarend aan de slag en op maandag 19 juli 1773 zouden de staten er mee akkoord gaan, met belangstelling gevolgd door stadhouder Willem V. Het verhaal gaat dat Willem V de zondag voorafgaand in een kerkdienst in Den Haag op een gegeven moment zijn kerkboek dichtslaat. Hij weigert verder te zingen, geërgerd als hij is over een passage in Psalm 78. Hij wist natuurlijk wel, dat er de volgende dag een besluit zou worden genomen over een nieuwe psalmberijming. Deze berijming werd later de Statenberijming genoemd in navolging van de Statenbijbel.
De berijming wordt ook niet overal geaccepteerd maar onder druk van kerkelijke en wereldlijke overheden krijgt deze berijming uit 1773 de overhand. Kerk en staat waren toen nog één tot de Franse tijd in 1795.
De liedteksten veranderen vandaag de dag nog geregeld en we zingen al niet meer uitsluitend uit het Liedboek maar ook uit Hemelhoog en de Opwekkingsbundel. Ik heb geprobeerd de hiervoor genoemde oude liedtekst uit Psalm 78 terug te vinden in het Liedboek. Ik vermoed vers 23 maar ik hoor graag of dit klopt. Ik kan me echter niet herinneren of we dit vers ooit hebben gezongen.
Durk Osinga

Vergaderzaal van het Mauritshuis, 1 oktober 1773. Een lid van de commissie voor de psalmberijming leest enkele van de nieuwe psalmen voor.





