De gebeurtenissen in de wereldpolitiek volgen elkaar snel op. Voor mensen zoals ik, die alles op de voet volgen, is het soms haast teveel om bij te houden. Aan de ene kant van ons continent een oorlog met een nucleaire supermacht, die geregeld dreigt om Europese steden van de aardbodem weg te vagen als we niet snel dimmen. En aan de andere kant een andere supermacht, Amerika, waarvan steeds onduidelijker wordt of het nog wel onze bondgenoot is. Ze was altijd de hoeder van de democratie, de internationale politieman, de waarborg voor alle internationale wetten en afspraken. Maar nu verwijst ze diezelfde afspraken één voor één naar de prullenbak, en wil ze niet langer een fundament zijn waar de Westerse wereld veilig en vertrouwd op kan rusten.
En daartussen de kleine Europese landen zoals wij. We maken een vuist tegen de onrechtmatige oorlog in Oekraïne. We maken ook een vuist tegen de machtspolitiek van Amerika. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt onze vuist niet erg indrukwekkend. Niet alleen zijn we geen grote speler in het internationale spel; we zijn ook diep afhankelijk van die grote spelers. We konden de gaskraan vanuit Rusland nog enigszins dichtdraaien, maar met Amerika zijn we zo diep vervlochten dat we decennia nodig zouden hebben om enigszins op eigen benen te kunnen staan, zowel militair als economisch. En ondertussen krijgt de zwijgende derde grootmacht, China, ook steeds meer invloed op ons doen en laten.
Ik merk bij mezelf, en bij mensen om mij heen, een gevoel van ongeloof ten aanzien van dit alles. Hoe kan het nou, dat slechte mensen zoveel macht toegewezen krijgen? Hoe kan het dat de internationale rechtsorde, de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben, nu één voor één ongedaan worden gemaakt? Hoe kan het dat wij als Nederland, als Europa, hierin zo weinig in te brengen hebben? Gaan we met z’n allen naar een politiek van het recht van de sterkste? Kan een grootmacht als Amerika zomaar Groenland innemen? Kan Rusland gewoon eindeloos liegen over wat er met MH17 is gebeurd? Maar dat is toch moreel onjuist! Is er nog een internationaal instituut dat vrede en rechtvaardigheid nastreeft en afdwingt? Zijn wij als Europa dan de enige die dat nog ziet?
Maar dan moeten we wel eerst even eerlijk naar onszelf kijken. Als klein landje, met een lange geschiedenis van vrije handel, hebben wij altijd veel baat gehad bij een rustige, voorspelbare wereld. Daarin konden wij schatrijk worden, en hadden we altijd een voordeel tegenover minder rijke delen van de wereld. Veel van die internationale afspraken zijn door ons vastgesteld, met het oog op ónze veiligheid en welvaart. En wat was het fijn om bij “het Westen” te horen, dat internationaal de regels bepaalde en met een vingertje kon wijzen. We zijn zelfs mee ten strijde getrokken om internationaal de slechteriken van de troon te stoten en vrijheid en democratie te bevorderen. Maar waren we daar ook niet erg selectief in? Moest het internationale recht ook niet soms even een oogje dichtknijpen als dat ons beter uitkwam?
Ik bedoel dit te zeggen: we hebben als Nederland decennia lang aan de knoppen mogen zitten. Het hele systeem was zo ontworpen dat wij in rust en vrede schatrijk konden worden, niet zelden ten nadele van anderen. En nu verandert dat. Opeens merken we dat er machten zijn die veel groter zijn dan wij, en die zich niks van onze wensen aantrekken. Opeens blijkt dat als je iets onrechtvaardig vindt, maar niet de macht hebt om er iets aan te doen, je machteloos moet toekijken. Dit is de situatie waar een groot deel van de wereld zich al die decennia in heeft bevonden. Denk aan boeren in Afrika, die uitgeknepen werden vanwege internationale handelsafspraken. Denk aan sweatshops in Azië, waar de kleding voor de hele wereld wordt gemaakt onder erbarmelijke omstandigheden. Denk aan democratische overheden in Zuid Amerika die omver werden gegooid omdat ze niet meewerkten met het Westen.
De wereld lijkt onveiliger te worden, zeker. Maar vooral: onze wereld. Want de wereld was nooit veilig en stabiel. De meeste mensen in de wereld zijn klein en afhankelijk, speelbal van anderen, gebukt onder dreiging en onrechtvaardigheid. Het recht van de sterkste regeert. Wij zijn alleen wellicht niet die sterkste meer.
De Bijbel gaat voortdurend over die kleine mensen. Het volk Israël was altijd een speelbal tussen de grootmachten van de tijd. We lezen over meerdere pogingen om zich bij zo’n grootmacht aan te sluiten en mee te doen in het machtsspel. Maar steeds is het Goddelijk antwoord: ‘Nee, Mij komt de macht toe.’ Ook ten tijde van Jezus was dit verlangen er. Men zag in Hem een antwoord op de macht van de Romeinen. Maar in het Koninkrijk van Jezus zijn de laatsten de eersten, wordt macht uit handen gegeven, wordt het kruis gedragen.
Wij mogen ons opwinden over onrecht en machtsmisbruik. We mogen protesteren tegen de opkomst van machtspolitiek als de heersende norm. We mogen opkomen voor internationaal recht. Maar niet voordat we ons realiseren dat het grootste deel van de wereld nooit een graantje heeft kunnen meepikken van het systeem dat nu aan het afbrokkelen is. Zien wij hun wanhoop, hun verlangens, hun veiligheid? Of uiteindelijk vooral onze eigen? God openbaarde zich als de God van de zwakken en de kwetsbaren. Wellicht zou een beetje meer zwakte en kwetsbaarheid ons dichter bij Hem kunnen brengen.
Ds. Rob





