PG Berltsum
x
Please install MailChimp plugin

Blog

Wapens op herenbank en klok in Mannheim 
Door: Jeanet Terpstra-Hylkema
jun 20, 2018

Het kan bijna niet anders dan dat ik iets schrijf over de mannenklok uit 1663 die nu in de Konkordienkirche in Mannheim hangt. Veel mensen kennen nu het verhaal van de klokken van Berltsum wel. Interessant zijn ook de vele wapens op deze klok. Het zijn allemaal bestuurders in Belkum en Menaldumadeel. De grietman en mederechters van Menaldumadeel (nu burgemeester en wethouders) staan er op en ook de kerkvoogden en predikant van Belkum. Berltsum werd in de 17e eeuw vaak als Belkum geschreven. 

Ik licht er één persoon uit met een bijzonder wapen, dat ook nu nog op de rechterherenbank voorkomt. Het wapen op de klok uit 1663 is voor de helft de Friese adelaar en de andere helft is een geblinddoekte morenkop. Het onderschrift luidt: Kornelis Thijsz mederechter Menaldumadeel. Hij was dus wethouder van de gemeente en woonde in Berltsum. Op de herenbank in de Koepelkerk staan op beide hoeken twee ‘popjes’. Dat zijn gebeeldhouwde wapens met een wapenschild met daarop weer een morenkop, een helmkleed, daarboven een helmteken met weer een morenkop. 

Wie was deze Cornelis Thijsz ? Hij was schoenmaker in Berltsum, en in 1658 ook genoemd als mederechter van Menaldumadeel. Zijn kleinkinderen van een dochter, waaronder een Cornelis noemden zich Van Gelder. In een voorontwerp van de Koepelkerk uit ca 1777 was ook een herenbank gereserveerd voor Van Gelder. In 1779 woonde Sybren van Gelder in Berltsum en hij was een achterkleinzoon van Cornelisz Thijsz. Sybren van Gelder was steenfabrikant.  

Waarom nou zo’n bijzonder wapenkenmerk? Dat zou men tegenwoordig wel uit zijn hoofd laten, gezien de ‘zwarte pieten’ discussie. Maar vroeger was het een teken van welstand. De zeer rijke familie Van Loon uit Amsterdam voerde 2 morenkoppen in hun wapen waarschijnlijk vanwege de handel (slavenhandel?) op Oost Indië. Willem van Loon was een van de oprichters van de Verenigde Oostindische Compagnie. Op schilderijen van de stadhouders komen ook moren voor. Je zou ervan kunnen afleiden, dat Cornelis Thijsz (van Gelder) rijk geworden was met handel of met aandelen in de VOC. Of zou hij veel geld hebben verdiend als schoenmaker? Hij was wel mederechter en dan voerde je wel een zekere staat van welstand. Maar of al dat vermogen in de familie gebleven is? 

Durk Osinga 

Opmerkingen

Reacties zijn gesloten.