Interview: Jeannette van den Boogaard-Bongers

Home Actueel Berichten Interview: Jeannette van den Boogaard-Bongers

Exemple

Interview: Jeannette van den Boogaard-Bongers

– Hoe gaat het met jou en je gezin in Hallum?

Het gaat heel goed, al is er privé nogal wat veranderd in vergelijking met Berltsum. Woonden er toen een scholier, een huisman en een dominee in een echte oude pastorie naast de kerk, nu wonen er twee dominees in een nieuwbouwwoning op enige afstand van de kerken. Jan is sinds april 2013 ook weer werkzaam als gemeentepredikant, voor 50% in Wjelsryp en Baaium, en heeft het daar uitstekend naar zijn zin. Maranke studeert sinds augustus 2014 in Maastricht (“Mam, funfact: ik woon dichter bij Parijs dan bij Hallum!”) en die zien we dus niet al te vaak 🙂 – Hoe gaat het in je nieuwe gemeente? Prima. Vanaf het allereerste moment heb ik me hier op mijn plek gevoeld. Hoewel Berltsummers en Hallumers dat waarschijnlijk hard zullen ontkennen, vind ik het verschil tussen beide dorpen niet heel erg groot. En ook de beide kerkelijke gemeentes hebben wel wat van elkaar weg. Natuurlijk begin je in een nieuwe gemeente weer op nul; vertrouwdheid en vertrouwen moeten worden opgebouwd. Je moet mensen, gewoontes en gevoeligheden leren kennen. En je ontdekt dan ook, of liever: ik ontdekte ook hóe thuis ik was geraakt in Berltsum in 10 jaar. Want ook daar was ik ooit op nul begonnen, maar dat vergeet je na al die jaren.

– Wat maakt deze gemeente bijzonder voor jou?

Het is een levendige gemeente, met een grote eenheid in verscheidenheid. De leidraad van de visie is ‘Foar elkoar en mei elkoar yn de leafde fan God’, en ik vind het vaak verrassend hoe men dat hier probeert hoog te houden. Natuurlijk is overal wel eens wat en als je mensen in je gemeente hebt van uiterst vrijzinnig tot rechts evangelicaal (ik hou niet zo van dit soort etiketten, maar om even aan te geven wat ik bedoel) lukt het heus niet om zó gemeente te zijn dat er nooit eens iemand iets mist. Maar over het algemeen wordt met de verschillen vrij ontspannen omgegaan. We doen ons best de ander in zijn waarde te laten en de liefde van God aan elkaar waar te maken. Zo is de Gereformeerde kerk van Hijum en Finkum vorig jaar met open armen ontvangen, toen zij zelf niet meer konden bestaan. En eenzelfde open houding is er nu de Gereformeerde kerk van Nieuwe en Oude Bildtzijl, die gevraagd hebben om een samenvoeging met onze gemeente. Ik ervaar in de kerkdiensten en in het gemeentewerk een grote mate van ontspanning, en dat is een zegen.

– Ben je nog met interessante nieuwe projecten bezig in Hallum?

Vorig jaar zijn we begonnen met een andere opzet van het winterwerk. Niet meer een aanbod van allerhande losse activiteiten, maar meer verbinding tussen die activiteiten onderling en ook met de kerkdiensten. Zo betrek je de mensen die op verschillende plekken in de gemeente bij elkaar komen ook weer meer op elkaar én op waar je in Gods Naam mee bezig bent. Ik word daar wel warm van. Dit jaar volgen we het jaarthema van de Protestantse kerk: ‘Goede Buren’, en hebben we drie blokken, die elk worden ingeleid in een kerkdienst: samen lezen (bijbelkring, leeskring, preekvoorbereidingsgroep, samen naar de rijdende rechter kijken), samen leven (groothuisbezoek) en samen delen. Dat laatste blok is nog helemaal leeg. Er staat een groot vraagteken op de avondmaalstafel: waar zullen we uitkomen? In dat 3e blok is het aan de gemeenteleden: alle ruimte voor hun ideeën en initiatieven rond het jaarthema. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik dat best eng vind, want wat als er niets gebeurt ….

– Voel je je al weer thuis in het dorp en de omgeving?

Ja. Maar. Eerst het ja. En dat is toch echt een volmondig ja! We hebben het getroffen met goede buren (!) en nieuwe vriendschappen dicht om ons heen. Ik ervaar dat echt als een cadeautje, want ik vind het zwaar om ook ons sociale leven steeds opnieuw op te moeten bouwen. Daarnaast ben ik een dorpsmens en begeef ik me graag in het dorpsleven. Een praatje op straat of in de winkel, meedoen in het dorpsleven, naar het voetbal, een concert of uitvoering, het dorpsfeest. En als je jezelf geeft, krijg je daar onvoorstelbaar veel voor terug. Maar. Het waait hier nog harder dan in Berltsum, haha. En als je 10 jaar ergens gewoond hebt, heb je een andere band met mensen in en buiten de kerk dan wanneer je net opnieuw begonnen bent. Dus er zijn verschillende gradaties van je thuis voelen, heb ik ontdekt. Gek genoeg werd ik me daar bewust van toen ik een keer naar een wedstrijd van SC Berlikum ging op een zaterdag dat Wykels Hallum vrij was. De vertrouwdheid met de mede-supporters van toen, het ongegeneerd op de hak genomen worden, het delen van levens-waardigheden, de manier waarop dat er in Berltsum was, is er nu nog niet weer. Maar dat was er in Berltsum ook niet na tweeënhalf jaar, simpel zat.

– Hoe kijk je terug op je tijd in Berltsum?

Heel erg goed. Ik heb altijd geroepen dat het tien fantastische jaren waren en daar sta ik nog steeds volledig achter. Terwijl je je in de periode van afscheid nemen ook heel goed realiseert dat er best heftige dingen gebeurd zijn in die tien jaren, en dat er nu en dan fikse moeilijkheden waren. Maar ik was op mijn plek in jullie gemeente, en daarom zijn dat soort dingen nooit ten koste gegaan van het gevoel het goed te hebben met elkaar. Ik ben nog altijd dankbaar voor de ruimte die ik heb gekregen om het predikantschap ‘onder de knie te krijgen’.

– Wat zou je de gemeente in Berltsum nog mee willen geven?

Zie het samen gemeente van Christus zijn als een zegen. Laat je samen aanspreken door het evangelie van Christus en leef daar uit. Aanvaard elkaar in Gods Naam en sta voor elkaar in. Zoek vreugde en ontspanning in het kerk-zijn.