Meditaties

archive

Home Meditaties

De eersten zullen de laatsten zijn.

De gebeurtenissen in de wereldpolitiek volgen elkaar snel op. Voor mensen zoals ik, die alles op de voet volgen, is het soms haast teveel om bij te houden. Aan de ene kant van ons continent een oorlog met een nucleaire supermacht, die geregeld dreigt om Europese steden van de aardbodem weg te vagen als we niet snel dimmen. En aan de andere kant een andere supermacht, Amerika, waarvan steeds onduidelijker wordt of het nog wel onze bondgenoot is. Ze was altijd de hoeder van de democratie, de internationale politieman, de waarborg voor alle internationale wetten en afspraken. Maar nu verwijst ze diezelfde afspraken één voor één naar de prullenbak, en wil ze niet langer een fundament zijn waar de Westerse wereld veilig en vertrouwd op kan rusten.

En daartussen de kleine Europese landen zoals wij. We maken een vuist tegen de onrechtmatige oorlog in Oekraïne. We maken ook een vuist tegen de machtspolitiek van Amerika. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt onze vuist niet erg indrukwekkend. Niet alleen zijn we geen grote speler in het internationale spel; we zijn ook diep afhankelijk van die grote spelers. We konden de gaskraan vanuit Rusland nog enigszins dichtdraaien, maar met Amerika zijn we zo diep vervlochten dat we decennia nodig zouden hebben om enigszins op eigen benen te kunnen staan, zowel militair als economisch. En ondertussen krijgt de zwijgende derde grootmacht, China, ook steeds meer invloed op ons doen en laten.

Ik merk bij mezelf, en bij mensen om mij heen, een gevoel van ongeloof ten aanzien van dit alles. Hoe kan het nou, dat slechte mensen zoveel macht toegewezen krijgen? Hoe kan het dat de internationale rechtsorde, de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben, nu één voor één ongedaan worden gemaakt? Hoe kan het dat wij als Nederland, als Europa, hierin zo weinig in te brengen hebben? Gaan we met z’n allen naar een politiek van het recht van de sterkste? Kan een grootmacht als Amerika zomaar Groenland innemen? Kan Rusland gewoon eindeloos liegen over wat er met MH17 is gebeurd? Maar dat is toch moreel onjuist! Is er nog een internationaal instituut dat vrede en rechtvaardigheid nastreeft en afdwingt? Zijn wij als Europa dan de enige die dat nog ziet?

Maar dan moeten we wel eerst even eerlijk naar onszelf kijken. Als klein landje, met een lange geschiedenis van vrije handel, hebben wij altijd veel baat gehad bij een rustige, voorspelbare wereld. Daarin konden wij schatrijk worden, en hadden we altijd een voordeel tegenover minder rijke delen van de wereld. Veel van die internationale afspraken zijn door ons vastgesteld, met het oog op ónze veiligheid en welvaart. En wat was het fijn om bij “het Westen” te horen, dat internationaal de regels bepaalde en met een vingertje kon wijzen. We zijn zelfs mee ten strijde getrokken om internationaal de slechteriken van de troon te stoten en vrijheid en democratie te bevorderen. Maar waren we daar ook niet erg selectief in? Moest het internationale recht ook niet soms even een oogje dichtknijpen als dat ons beter uitkwam?

Ik bedoel dit te zeggen: we hebben als Nederland decennia lang aan de knoppen mogen zitten. Het hele systeem was zo ontworpen dat wij in rust en vrede schatrijk konden worden, niet zelden ten nadele van anderen. En nu verandert dat. Opeens merken we dat er machten zijn die veel groter zijn dan wij, en die zich niks van onze wensen aantrekken. Opeens blijkt dat als je iets onrechtvaardig vindt, maar niet de macht hebt om er iets aan te doen, je machteloos moet toekijken. Dit is de situatie waar een groot deel van de wereld zich al die decennia in heeft bevonden. Denk aan boeren in Afrika, die uitgeknepen werden vanwege internationale handelsafspraken. Denk aan sweatshops in Azië, waar de kleding voor de hele wereld wordt gemaakt onder erbarmelijke omstandigheden. Denk aan democratische overheden in Zuid Amerika die omver werden gegooid omdat ze niet meewerkten met het Westen.

De wereld lijkt onveiliger te worden, zeker. Maar vooral: onze wereld. Want de wereld was nooit veilig en stabiel. De meeste mensen in de wereld zijn klein en afhankelijk, speelbal van anderen, gebukt onder dreiging en onrechtvaardigheid. Het recht van de sterkste regeert. Wij zijn alleen wellicht niet die sterkste meer.

De Bijbel gaat voortdurend over die kleine mensen. Het volk Israël was altijd een speelbal tussen de grootmachten van de tijd. We lezen over meerdere pogingen om zich bij zo’n grootmacht aan te sluiten en mee te doen in het machtsspel. Maar steeds is het Goddelijk antwoord: ‘Nee, Mij komt de macht toe.’ Ook ten tijde van Jezus was dit verlangen er. Men zag in Hem een antwoord op de macht van de Romeinen. Maar in het Koninkrijk van Jezus zijn de laatsten de eersten, wordt macht uit handen gegeven, wordt het kruis gedragen.

Wij mogen ons opwinden over onrecht en machtsmisbruik. We mogen protesteren tegen de opkomst van machtspolitiek als de heersende norm. We mogen opkomen voor internationaal recht. Maar niet voordat we ons realiseren dat het grootste deel van de wereld nooit een graantje heeft kunnen meepikken van het systeem dat nu aan het afbrokkelen is. Zien wij hun wanhoop, hun verlangens, hun veiligheid? Of uiteindelijk vooral onze eigen? God openbaarde zich als de God van de zwakken en de kwetsbaren. Wellicht zou een beetje meer zwakte en kwetsbaarheid ons dichter bij Hem kunnen brengen.

Ds. Rob

Lees meer →

December

Beste lezer(s) 

 Leuk dat u even de tijd neemt om een start te nemen met het lezen van deze bijdrage. Een bijdrage in dit kerkblad, Tsjerkelûden, die ook dit jaar weer huis-aan-huis wordt verspreid door de Protestantse Gemeente van Berltsum.  

 Ook dit jaar loopt ten einde…..de dagen zijn korter dan ooit…..de zon schijnt nauwelijks…..in de tuin bloeit nagenoeg niets….ook de vogels ontbreken in de tuin….mensen trekken zich iets meer terug in hun eigen “omgeving” van thuis….deze tijd van het jaar kan sommigen van ons een ietwat melancholisch gevoel geven.  

 Tegelijkertijd is dit voor anderen weer een maand waarin het letterlijk en figuurlijk knalt vanwege de vele feestelijke activiteiten. Te denken valt aan de komst van Sinterklaas, een moment waarop kinderen zich al weken op voor bereiden en elke avond gekluisterd zitten aan het Sinterklaasjournaal om maar niets te missen van de avonturen van Sinterklaas en zijn pieten. En dan al die mensen die zich verheugen op de kerstdagen. Lekker een aantal extra vrije dagen en dan op naar oud en nieuw met als “kers op de taart” de nieuwjaarsdag!  Genieten van al deze extra feestelijke dagen, al of niet met cadeautjes, diverse etentjes, de nodige drankjes  en genieten van de extra vrije tijd. Al deze activiteiten kunnen je (bijna) niet ontgaan vanwege de vele reclame uitingen op radio, tv, internet, socials en noem maar op. Het bestaat (bijna) niet dat al dit feestgedruis aan je voorbij gaat….onmogelijk zou ik zeggen! 

 Kortom beste lezer, de maand december is bij uitstek een feestmaand en helemaal als je ook nog in deze maand jarig bent….dan val je van het ene feestje in het andere. Het kan zijn dat je deze maand, de laatste van elk jaar, als in een roes meemaakt……..jij bent misschien iemand die niet zo’n fan is van het Sinterklaasfeest….jij bent misschien iemand die niet zo’n fan is van de kerstdagen,  jij bent misschien niet zo’n fan oud en nieuw…..kortom, jij bent niet zo’n feestganger…..het gaat misschien aan jou voorbij…..deze maand mag wat jou betreft wel snel voorbij zijn.  

 En dan zit je nu te lezen in Tsjerkelûden, vol met aandacht voor de komende feestdagen rond kerst.  Ook een feest, een geboortefeest,  de geboorte van een kind met de naam Jezus, geboren in een stal, zijn vader en moeder heetten Jozef en Maria……herders, cadeaus, muziek, zang…….In dit kerkblad een overzicht van allerlei activiteiten die door de plaatselijke kerk worden georganiseerd, er wordt de nodige “reclame” voor gemaakt. Het kan je bijna niet ontgaan………net als die andere feestelijkheden. 

 En toch….blijf nog even door lezen. Misschien staat je hoofd er niet naar om feest te vieren, om mee te doen. Je gedachten zijn bij andere zaken dan feestvieren.  Maar dan is het juist prachtig om nog eens te luisteren naar het verhaal van de geboorte van Jezus, als kind van die Jozef en Maria, gewone mensen zoals u en ik. Ook zij keken op hun eigen wijze terug op het afgelopen jaar waarin veel was gebeurd.  

 Ook wij kijken deze dagen terug op het afgelopen jaar en dan komen we niet altijd in een feestelijke stemming, in tegendeel.  De somberheid kan toeslaan…….ook bij Jozef en Maria heeft de somberheid toegeslagen…waar naar toe…waar kunnen we slapen….waar kunnen we een plek vinden. 

 Het feest van de geboorte van Jezus staat bol van feestelijke activiteiten. Ja, u leest het goed. Zijn geboorte bracht veel mensen in een feestelijke roes van hoop, van vrede, van vreugde en van liefde. Vier “gigantische pijlers” waar Jozef en Maria niet zonder konden.  Niemand van ons kan zonder deze pijlers in zijn/haar leven…toen niet maar ook nu niet. 

We mogen feestvieren, ja zeker. Niets mis mee. Maar dit feest van de geboorte van Jezus, was en is duidelijk een ander feest.  

Dit feest geeft “hoop”,  wij mogen hopen op vrede; 

dit feest geeft “vrede”;  Jezus brengt vrede al is dat nog niet altijd en overal te zien; 

dit feest geeft “vreugde”,  deze geboorte is een grote vreugde, niet alleen voor zijn ouders, maar voor ons allemaal; 

dit feest geeft “liefde”,   liefde van God die er voor zorgde dat Jezus werd geboren en Hij wist toen al wat Jezus zou gaan doen in zijn leven. 

 Binnenkort vieren we als kerk, waar ook ter wereld, in welke omstandigheden dan ook, de geboorte van Jezus. Misschien lees je voor de eerste keer over dit feest, kerstfeest. Misschien heb je dit verhaal over de geboorte van Jezus  vaker gelezen en/of gehoord, misschien is dit verhaal ietwat weggezakt. Geeft niets. Ondanks dat mogen we elk jaar weer opnieuw dit feest vieren! 

Mag ik de wens uitspreken dat ook jij, jullie allemaal,  iets van dit geweldige, wereldwijde feest mogen ervaren.  Dat dit feest je “hoop” geeft voor de toekomst, dat het “vrede” geeft in de relatie met andere mensen, dat het “vreugde” geeft in je persoonlijk leven ondanks alles, dat het “liefde” geeft hetwelk je mag uitstralen naar anderen. 

Dat we allemaal op onze eigen wijze dit geboortefeest mogen vieren en daarmee richting einde van  2025 gaan en met goede moed 2026 zullen ingaan! 

 

Reageren?   Dat kan via:  sjvantuinen@gmail.com 

 Met een warme groet, 

Sybren van Tuinen 

Lees meer →

Het kerkelijk jaar

Het kerkelijk jaar

Op 23 november vieren we als gemeente de ‘laatste zondag van het kerkelijk jaar.’ Bij die zondag denken we volgens mij allemaal meteen aan het gedenken van onze overledenen; de zondag wordt ook wel ‘gedachteniszondag’ genoemd. Maar waarom

doen we dit op uitgerekend déze zondag? En is dat alles waar de laatste zondag van het kerkelijk jaar over gaat?

We zullen weer een emotionele dienst met elkaar gaan beleven op 23 november. Het afgelopen kerkelijk jaar was een bijzonder heftig jaar als het gaat om overlijdens. Op het moment van schrijven staat de teller op 13 overledenen; het grootste aantal sinds ik hier predikant ben, en mogelijk sinds langere tijd. Met name tijdens het voorjaar werden we als gemeente met het ene slechte nieuws na het andere geconfronteerd. Ik kan me nog goed herinneren dat ik niet de enige was die daar toen echt door aangedaan was. Op 23 november zullen alle namen opnieuw genoemd worden, en zullen de bijbehorende kaarsen nogmaals aangestoken worden. We zullen dus ook opnieuw het verdriet en het gemis benoemen, er de confrontatie mee aangaan.

Het is goed om dat zo bij tijd en wijle te doen; de namen noemen opdat zij niet vergeten worden. En ook opdat wij als gemeente niet vergeten welk verdriet er allemaal in onze gemeente speelt. Maar waarom op dit moment?

Als mensen hebben we behoefte aan het opknippen van de tijd in behapbare stukken. We wijzen hoofdstukken in het leven aan, die op een gegeven moment afgesloten kunnen worden om daarna weer een nieuw hoofdstuk te beginnen. God heeft dat ook zo bedacht door seizoenen aan te brengen in onze tijd: na elke lente, zomer, herfst en winter volgt er weer een nieuw cyclus van diezelfde seizoenen. Een jaar is een soort eenheid van tijd die we nog redelijk kunnen overzien; waar we op terug kunnen kijken en waar je nog plannen voor kunt maken. Maar waar zet je de knip tussen twee van die hoofdstukken? We hebben keuze genoeg! Zo is er natuurlijk oud&nieuw, wat eigenlijk een vrij willekeurige dag is in de winter, maar door de Romeinen ooit aangewezen als de start van het nieuwe jaar. Andere oude culturen hadden veel logischer momenten om hun jaarwisseling te vieren: rond 21 december (de kortste dag) of rond 21 juni (de langste dag), of op de eerste dag van de lente (een nieuw begin). Wij kennen ook nog het schooljaar, met de grote focus op de zomervakantie als kantelpunt. En daarnaast kennen wij als kerk dus nog het kerkelijke oud&nieuw, ergens aan het einde van november. We maken ons dan op om ons liturgisch jaar opnieuw te doorlopen: van Advent naar Kerst naar Pasen.

Al deze momenten zouden wij kunnen aangrijpen om de balans op te maken ten aanzien van onze overledenen. In de 19e eeuw, in de nasleep van de Napoleontische oorlogen met duizenden gesneuvelde soldaten, is besloten om de laatste zondag voor Advent hiervoor aan te wijzen. En wat een geschikt moment: terugkijkend op geëindigde levens, tegen de macht van de dood in, achtergebleven met enkel herinneringen die voortdurend vervagen, belijden wij dat na de dood Gods verhaal

verder gaat. Gods antwoord op onze gesloten graven is het verhaal van Christus dat uitloopt op een leeg, geopend graf. En daarom: na het gedenken volgt Advent.

Ik hoop en bid, met het oog op die 23e november, dat er iets van Advent mag plaatsvinden in het gemis en verdriet dat zoveel van ons meemaken. Dat het Evangelie van Jezus inderdaad een antwoord mag zijn op de lege plek in het tweepersoons bed, de lege stoel waar hij/zij altijd zat, en op al die andere ervaringen van leegte. Het verhaal van Advent loopt toe naar een leeg graf, en ons geloof vertelt ons dat wij, inclusief onze overledenen, onderdeel mogen worden van dat verhaal. Een nieuw begin, een nieuw jaar breekt dan aan, een jaar dat geen laatste zondag zal kennen.

Ds. Rob Bergsma

Lees meer →

In seldsum stopljocht

 In seldsum stopljocht  

 Ja, inderdaad goed gezien. De titel van de column yn it Frysk. Dat gebeurt niet zo vaak maar nu wel. Waarom? Lees deze column maar.  

Als ik dit schrijf zitten we nog midden in de vakantieperiode, de scholen zijn dicht, de bouwvak is nog volop gaande, veel mensen zijn ergens anders, anderen zijn onderweg, kortom, gezien de meldingen dagelijks in het nieuws, hebben ook dit jaar weer veel mensen uitgekeken naar deze periode en zijn ze een poosje ergens anders. Een tijdje niet thuis, een tijdje even in een andere omgeving, in een ander gremium. Kortom, genieten van een andere omgeving dan waarin je het overgrote deel van het jaar bent. Even vrij van je werk, je dagelijkse ritme, etc. Ook binnen de kerk liggen de activiteiten op een lager niveau dan in de rest van het jaar. 

Om in “die andere omgeving” te komen kan op verschillende manieren. Maar als je op weg gaat ben je deelnemer in het verkeer.  

En dan kan het best gebeuren dat je, als je onderweg bent, je soms afvraagt wat de betekenis van een bord of kleur is welke je nog niet eerder hebt gezien. En dan ga je soms even het internet op om de betekenis te zoeken of je hoort van iemand anders de betekenis. Zo “leer” je ook nog eens wat als je onderweg bent!  Als mens zijn we ook onderweg, van dag naar dag, ook in ons dagelijks leven komen we soms dingen tegen waarvan we (nog) niet weten wat dat betekent, het is iets nieuws, iets onbekends. Je gaat zelf op onderzoek uit of je spreekt erover met anderen, en langzamerhand wordt het je duidelijk wat het betekent.   

Op zondag 29 juni van dit jaar was ik ook onderweg. Onderweg naar Seldsum. Een activiteit waarin we op een bijzondere manier kennis maken met iets nieuws, iets wat we nog niet weten. Een activiteit voor jong en oud, diverse verschillende onderdelen, iets te drinken, iets te eten, tijd voor gesprek, voor iets doen/maken, tiid voor stilte. Kortom voor elck wat wils. Deze laatste keer voor de zomervakantie was het thema van deze Seldsum activiteit: “Recreëren”.  

Op het scherm was een “stopljocht” te zien. Aan het begin werd verteld dat we goed moesten opletten: staat het ljocht op rood dan stoppen we met alles wat je op dat moment doet. Even ho, even een moment van stil zijn, even een moment van stil staan, ff nadenken. Daarna weer aan de slag. Ook was er de mogelijkheid om zelf een “stopljocht” in elkaar te zetten onder deskundige leiding. Zelf een “seldsum stopljocht” maken om thuis het licht eens op “rood”  te zetten en daarna weer op groen.  

Het zette mij, en iedereen die er was (weer) aan het denken. Alle verhalen die we in de bijbel lezen zijn ook een soort “seldsum stopljocht”. Even samen met anderen nadenken over de betekenis van dat éne Bijbelverhaal. Wat betekent dat verhaal voor mijn dagelijks leven, wat betekent het voor ons als mensen.  Kortom, dáár ligt ook een opdracht voor ons als kerkgemeenschap. In de bijbel lezen we in de verhalen dat Jezus Christus mensen soms ook even liet stilstaan, even stoppen bij een “seldsum stopljocht”.  Ook Hij ging in gesprek met de mensen van toen over de betekenis van de verhalen.  

Ook in onze tijd, in ons leven, in mijn leven, in uw, jouw en jullie leven staat die vraag nog steeds overeind.  Wat betekenen al die verhalen voor ons persoonlijk leven? En wat betekenen zij voor onze kerkgemeenschap.  Weten we de betekenis van een Bijbelverhaal. Het zal ons elke keer weer verbazen, net als in het dagelijkse verkeer. Van sommige borden/verhalen weten we de betekenis en van andere weten we de betekenis (nog) niet!  

Dat we in het nieuwe kerkelijk seizoen weer vele mooie en bijzondere momenten mogen beleven met een “seldsum stopljocht”.  Ik kijk alvast uit naar het komende kerkelijke seizoen waarin we SAMEN bijzondere momenten mogen beleven richting de toekomst van onze kerk in deze huidige en uitdagende tijd! In deze Tsjerkelûden meer informatie over dit onderwerp.  

Dan zetten we het “stopljocht” misschien ook wel eens op rood….en daarna weer op groen richting de toekomst én met de belofte dat Hij, Jezus Christus, met ons mee wil gaan zoals Hij ook deed in al die bekende en misschien minder bekende Bijbelverhalen.  

We blijven leren! Elke keer weer opnieuw. Toch?! Ook na een aantal weken van genieten en recreëren. 

 

Met een warme groet, Sybren van Tuinen 

 Reageren? 

Stuur een mail naar : sjvantuinen@gmail.com 

 

Lees meer →

Wat en waarom geloof je?

 Op zondag 18 mei hield ik een preek n.a.v. 1 Petrus 3, waar we de oproep lezen: ‘Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.’ (vers 15) De preek was een reactie op de schijnbare toename van interesse in het christelijk geloof onder jongeren en jongvolwassenen. De vraag is dan: wat als die geïnteresseerden aankloppen bij ons, bij jou? Kunnen wij hen dan verder helpen? Kunnen we ons dan verantwoorden voor ‘de hoop die in ons leeft?’ In die preek deed ik het concrete voorstel om op 3 juni bij de samenkomst van gespreksgroep ‘Spitsuur’ deze vragen verder door te werken… 

 De opzet van die avond was buitengewoon simpel: we hebben onszelf twee van de meest basale vragen gesteld die mensen ons zouden kunnen stellen, en daarna elkaars antwoord beluisterd door de bril van een niet-kerkelijk iemand. De vragen waren: ‘waarom geloof je?’ en ‘wat geloof je?’ Met de eerste vraag kon iets gedeeld worden over de argumenten of aanleiding die we hebben om gelovig te zijn, of wat we aan ons geloof hebben gehad in ons leven. En met de tweede vraag zouden we meer concreet woorden geven aan wat de belangrijkste inhoud van ons geloof is. En een extra uitdaging: voor beide vragen gold dat we in maar enkele zinnen zouden antwoorden. Je hebt tenslotte maar zelden de tijd om een hele uiteenzetting te geven…  

 Twee simpele vragen dus. Maar ze beantwoorden bleek helemaal niet simpel. Het was zelfs zo dat we aan het einde van onze avond maar snel nóg een avond hebben belegd, want we hadden na één avond nog maar één van de vragen behandeld… Hierbij dus een kort verslag van beide avonden. 

 Er kwamen hele mooie antwoorden voorbij. Sommige antwoorden waren vooral met het hoofd bezig: argumenten voor het geloof of bepaalde dogma’s die bij de geloofsinhoud genoemd moesten worden. Manieren om het geloof begrijpelijk en rationeel onder woorden te brengen. Maar er waren ook hele persoonlijke antwoorden vanuit het hart; getuigenissen over wat God heeft gedaan in het leven en doorleefde uitspraken over God als Vader of als herder. Maar iedereen had grote moeite om de antwoorden te formuleren, en iedereen voelde terughoudendheid om ze met de groep te delen.  

 Dat had allereerst te maken met hoe persoonlijk en kwetsbaar dit allemaal is. Ons geloof is een uiterst individuele zaak tussen God en ons. Maar hoe deel je dat dan met iemand, als die over je schouder meekijkt? Hoe breng je persoonlijke ervaringen onder woorden die die ander niet heeft meegemaakt? Dat kan voelen alsof je iets bloot geeft voor een ander wat altijd afgedekt is geweest. Dat komt mede doordat die twee vragen voor veel van ons hele indringende vragen zijn die we onszelf ook wel eens stellen; waar we mee worstelen. Het kan voelen alsof je geloof maar een wankel fundament heeft, en dat het te fragiel is om de vragen van een ander te weerstaan. Als het mijn eigen vragen soms al nauwelijks aankan…  

 Een andere factor die onze antwoorden bemoeilijkte, was de taal. Dit kwam zeker om de hoek kijken bij de vraag naar wat we geloven. Hoe breng je dat onder woorden richting iemand die nooit een kerk van binnen zag en onze kerkelijke taal niet spreekt? Iets zeggen over dat er een God is en dat die de wereld heeft gemaakt; dat gaat nog wel. Maar dan hebben we nog maar twee hoofdstukken uit onze Bijbel gehad; dat is niet de kern van de zaak. Wij zijn tenslotte christenen; wij hebben iets met Jezus. En onder woorden brengen wat er aan Hém zo belangrijk is in een paar zinnen; dat is helemaal niet makkelijk. En al helemaal niet als je bij elk woord dat je gebruikt, merkt dat het voor vervreemding kan zorgen (zonde, redding, Koninkrijk, offer, Heilige Geest…).  

 Ik kan iedereen aanraden om deze twee vragen ook eens door je heen te laten gaan en antwoorden op papier te zetten. Dat is goed met het oog op mogelijke toekomstige gesprekken, maar ook omdat wij deze vragen ook vaak aan onszelf stellen. Maar houd dan misschien wel deze 3 richtlijnen in gedachten die ik ook op deze avonden heb meegegeven: 

  1.  Je antwoorden op deze vragen veranderen voortdurend. Het is dus niet zo dat als je één keer een prachtig antwoord vindt, je dan klaar bent. Dit is een doorgaand proces, naarmate we onze weg met God gaan. Dat gezegd hebbende; er zit ook, als het goed is, een doorlopende lijn, een vast fundament door je hele geloofsweg heen. Beantwoord deze vragen meerdere keren in je leven, en je komt wellicht iets van die rode lijn op het spoor. 
  2. Naar een buitenstaander én naar onszelf toe hoeven de antwoorden niet altijd kraakhelder en sluitend te zijn. Er mag ook ruimte zijn voor het mysterie van het geloof, dat zich niet laat vastleggen in uitspraken en stellingen. Dat geldt ook voor de taal die wij gebruiken. Hopelijk is dat een voor buitenstaanders begrijpelijke taal, maar wellicht op sommige punten ook niet. Dat kan niet anders; we spreken over hoge en diepe zaken. Hierin is een balans nodig. Begrijpelijke, logische, beargumenteerde taal kan steriel en koud overkomen. Maar mysterieuze of hyperpersoonlijke taal kan ervoor zorgen dat de ander niet mee kan komen.  
  3. Het ‘verantwoorden’ waar Petrus toe oproept, is uiteindelijk niet enkel een zaak van woorden. Onze daden, onze houding, ons enthousiasme; ze spreken vaak veel sterker dan de taal die we gebruiken. Dat benadrukt Petrus ook in zijn brieven: laat men ons aantreffen terwijl we goede dingen aan het doen zijn. Onze antwoorden op deze vragen kunnen nog zó perfect verwoord zijn; als het niet resoneert met de levens die we leiden, prikt men er dwars doorheen. ‘Wees bereid te verantwoorden van de hoop die in je leeft.’ Is er even weinig hoop, ga dan ook niet doen alsof. 

 Dit waren hele goede, kernachtige gesprekken. Die twee simpele vragen roepen heel veel op. Zullen we ze elkaar en onszelf blijven stellen? Opdat iedereen mag weten van de hoop die wij delen. 

 Ds. Rob Bergsma.

 

Lees meer →

Kerken en tankstations

Kerken en tankstations

Ik zie u, jou en jullie al met gefronste wenkbrauwen kijken. Een ietwat “vreemde” titel boven de periodieke bijdrage aan deze uitgave van Tsjerkelûden.

Dat is het ook en ik zal vertellen waarom. Als je zo door onze provincie rijdt, maar ook als je wat vaker daar buiten rijdt dan zie je ze staan. De kerken in verschillende vormen en maten, van klein tot groot. Kortom een grote verscheidenheid in ons land. Sommige kerken staan er al honderden jaren, sommigen korter, soms nog authentiek en soms modern van vormgeving. Tegelijkertijd staan op vele plekken de tankstations. Sommige klein van omvang, anderen vele malen groter, over het algemeen goed bereikbaar en voldoende ruimte om te parkeren. En niet te vergeten vaak ook een prima plek om even “stil te staan” voor een sanitaire stop en een kop koffie etc.

Op de één of andere manier hebben kerken en tankstations een aantrekkingskracht tot ons als mensen. Als we op vakantie zijn dan komen we wandelend, fietsend of met de auto altijd wel eens een kerk of tankstation tegen. De kans is uitermate groot dat er dan gestopt wordt om even naar binnen te gaan, of om de auto te tanken en effe de benen te strekken. Soms met een versnapering erbij.

Kortom, op beide plekken mag je even genieten van de rust, van de omgeving. Even energie “ophalen”. Na soms een korte of wat langere stop ben je weer klaar voor het vervolg van je reis.

Altijd is de kans groot dat je mensen ontmoet die open staan voor een praatje. In de Bijbel staan vele verhalen die ons een spiegel voor houden. In alle Bijbelverhalen gaat het over mensen, zoals jij, jullie en ik. In de bijbel worden mensen vaak “reizigers” genoemd! Als mens ben je geboren, je groeit op, je zet de eerste stappen in de reis van je leven, je wordt ouder, op reis…..

Je bent misschien opgegroeid met de Bijbelverhalen, opgegroeid met het geloof, je bent misschien opgegroeid met het naar de kerk gaan, met bidden en danken; je ouders hebben je groot gebracht om eens zelfstandig verder te gaan. Misschien ben je opgegroeid zonder dit alles. Toch geldt voor ieder mens dat hij/ zij een reiziger is die onderweg is in het leven van elke dag.

Onderweg ontmoet je andere mensen die ook op reis zijn. Je wordt letterlijk en figuurlijk deelgenoot van en met andere mensen. Je leeft mee, je voelt (misschien) mee met wat anderen onderweg op de reis meemaken. Je bent misschien niet zo vrij om “te laten zien” dat je gelooft, je zou het misschien wel willen maar het lukt (bijna) niet meer door alles wat je onderweg hebt meegemaakt. Misschien heb je helemaal het gevoel niet meer dat je door anderen wordt gekend. Het kan ook zijn dat je misschien meer van het geloof zou willen weten omdat je het gevoel hebt dat er iets in je leven mist.

Onze Jezus Christus was ook een reiziger, geboren als kind, zijn eerste stappen gezet, zelfstandig geworden, op eigen benen komen te staan. Hij stopte ook geregeld bij een “tankstation” en bij een “kerk”. Hij genoot volop van de ontmoetingen, luisterde naar de verhalen van andere reizigers, gaf hoop en vertrouwen voor het verdere reisverloop van de mensen die hij tijdens zijn leven op aarde ontmoette. Hij is een voorbeeld voor heel veel mensen geweest, en nog steeds zet Zijn Geest mensen in beweging met Zijn energie.

Soms verlies je wat energie, soms bruis je van energie, soms ben je de energie misschien even helemaal kwijt……maar dan toch misschien die éne ontmoeting in of bij de kerk, bij het tankstation of waar dan ook. Dat kan een moment zijn waarop Zijn Geest jou (weer opnieuw) energie geeft!

Jezus wil dat jij een reiziger bent vol energie en dat na een “stop” jij je reis mag vervolgen!

Franciscus van Assisi (leefde rond 1200, stichter van de Franciscaner orde) was ook een “reiziger” en hij schreef het volgende:

“Heer, maak van mij een instrument van uw vrede/ Laat mij liefde brengen waar haat is/ Laat mij vergeving brengen waar schuld is/ Laat mij éénheid brengen waar tweedracht is/ Laat mij waarheid brengen waar dwaling is/ Laat mij geloof brengen waar twijfel is/ Laat mij hoop brengen waar wanhoop is/ Laat mij licht brengen waar het duister is/ Laat mij vreugde brengen waar verdriet is.

Heer, laat mij ernaar streven niet dat ik getroost word, maar dat ik troost, niet dat ik begrepen word, maar dat ik begrijp, niet dat ik geliefd word, maar dat ik liefheb,

want wie geeft, ontvangt/ wie zichzelf vergeet, vindt, wie vergeeft, zal vergeving ontvangen en wie sterft, zal ontwaken tot eeuwig leven.”

Dat geeft energie! Ga gezegend op weg!

Sybren van Tuinen

Reageren? Dat kan.
Stuur een bericht aan : sjvantuinen@gmail.com

 

Lees meer →

WAAK VOOR JE HART

Ik schrijf dit op de woensdag na de inauguratie van Donald Trump als president van de V.S. Laat ik maar kleur bekennen: ik ben niet z’n grootste fan. Daarmee wil ik niet zeggen dat mensen zus of zo moeten stemmen of hetzelfde moeten vinden als ik; politieke adviezen, daar waag ik mij niet aan. Maar het is ook niet zo dat politiek en kerk twee gescheiden werelden zijn; dat datgene wat wij geloven en datgene wat ik mag verkondigen altijd keurig gescheiden moet blijven van de maatschappelijke ontwikkelingen om ons heen. En daar kwam ik een opvallend voorbeeld van tegen.

Het meest interessante moment van het hele inauguratie-circus was wat mij betreft de interreligieuze gebedsdienst, geleid door de bisschop van Washington. Zij hield een (in mijn ogen) prachtige preek over streven naar eenheid in het land, en wat ervoor nodig is om die eenheid niet op zand, maar op rotsgrond te laten rusten. Ze noemde drie pijlers voor bestendige eenheid: het eren van de waarde van ieder mens (niet alleen de mensen die op jou lijken of het met jou eens zijn), eerlijkheid en nederigheid. Het zijn woorden die helend kunnen zijn in een tot op het bot verscheurd land met verscheurde families en gemeenschappen. Het zijn ook stuk voor stuk woorden die doordrenkt zijn van Bijbelse taal. Dit is hoe christelijke waarden gepredikt kunnen worden in de maatschappij, hoe geloof en maatschappij elkaar kunnen raken. Maar hoe mooi deze boodschap ook was, ze was nog wel wat vrijblijvend; iedereen knikte, en dat is meestal een teken dat het scherpst van de snede nog niet gevonden is.

Het meest interessante deel van haar toespraak kwam aan het einde, toen zij president Trump rechtstreeks toesprak. Haar boodschap was ongeveer dit: ‘president Trump, heb medelijden met de ‘verliezers’ van deze verkiezingen; de vluchtelingen en immigranten, de LHBTQ-gemeenschap, de mensen die tegen u stemden. Zij zijn nu bang. Ontferm u ook over hen, wees ook hun president.’ Het was een hele gevoelige, kwetsbare oproep. Het waren ook woorden die niemand had verwacht te horen op het feestje van Trump, en aan de reactie van Trump te zien had hij dit zelf ook niet verwacht. Meteen na de dienst klom Trump in de digitale pen om de bisschop ervan te betichten een Trump-hater te zijn en een extreem-linkse ‘woke’ fanatiekeling. Hij voelde zich behoorlijk op zijn tenen getrapt en hij eiste excuses. Ik heb de woedende reacties uit kamp Trump gelezen: ‘dit was geen preek, dit was puur activisme!’ ‘Hoe durft ze in een kerkdienst een politieke boodschap uit te dragen?’

Dus daar zijn we nu aanbeland. Een nederige oproep om genade, in Godsnaam, wordt weggezet als politiek activisme. Iedereen woedend. En dat terwijl er juist hele sterke Bijbelse papieren zijn voor genade als kernkwaliteit van een goede heerser. Neem Psalm 72, waar over een goede koning van Israël wordt gezegd: ‘Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept, wie zwak is en geen helper heeft. Hij ontfermt zich over weerlozen en armen, wie arm is, redt hij het leven.’ Koning Trump lijkt een beweging te representeren die deze verantwoordelijkheid liever even overslaat. ‘Eigen volk eerst!’ Of misschien wel ‘Trump-stemmers eerst!’

Begrijp me goed; ik laat alle beleidsmatige discussies graag langs me heen gaan. Ik heb er mijn mening over, maar die zal ik niet van de kansel roepen. De stem van de kansel, net als de stem vanuit de kerk, is richting de maatschappij niet een sturende, sterke stem; geen stem die gehoorzaamheid eist of met geweld dreigt. Nee, onze stem mag een stem zijn als die van deze bisschop, die vol ontferming pleit namens de kwetsbaren, om genade. En misschien is het inderdaad zo dat de machtige stemmen van de komende jaren dat zien als een grove belediging en een extreemlinkse leus. Als dat zo is, dan zal het misschien meer op ons aankomen om die genade vorm te geven.

De ontwikkelingen in Amerika worden weerspiegeld door de ontwikkelingen in Europa en in ons eigen land. De wereld verhardt en genade wordt zeldzamer. Als je oprecht van mening bent dat het beleidsmatig het beste is voor de samenleving als de Trumps van de wereld het nu even voor het zeggen krijgen; stem dan op hen, ondersteun die bewegingen. Maar als je op het punt komt dat een hartstochtelijk pleiten om genade voor de kwetsbaren, op jou overkomt als een (s)linkse aanval; keer dan alsjeblieft terug. Waak voor je hart.

Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer.

Laat mij nimmer gaan. Abba, Vader,

laat mij zijn slechts van U alleen.

Ds. Rob Bergsma

Lees meer →

In de boot

Misschien is het de eerste keer dat dit kerkblad onder uw / jullie/ jouw aandacht komt. Het is langzamerhand een goede gewoonte om de laatste uitgave van het jaar huis-aan-huis te bezorgen. Dit blad, “Tsjerkelûden”, mag gelezen worden! Zeker de moeite waard.

Als je weet dat je weer een column mag schrijven dan ga je denken aan een onderwerp. Allerlei ideeën spoken je door het hoofd. Je laat het voor wat het is. En dan langzamerhand komt er vanzelf wat “bovendrijven”.  Deze tijd van het jaar heeft voor sommigen iets melancholisch (ietwat zwartgalligs). Misschien heeft het iets te maken met de herfst, donkere dagen, richting einde van het jaar, alles wat er om je heen gebeurt en wat er gaande is in de wereld van vandaag. Kortom, herkenbaar toch?

Dat geldt ook voor de gebeurtenissen binnen de kerk(en). De kerk heeft zijn eigen kalender en als dit kerkblad gelezen wordt zitten we in de Adventstijd, een tijd waarin we als kerk stilstaan bij de geboorte van Jezus nu ca. 2000 jaar geleden. Zijn geboorte was allang aangekondigd. Jezus zou worden geboren, de Redder van mensen. Zijn geboortefeest mag worden gevierd!  En dat wordt vaak ook intens gevierd. Dit feest kan mensen “raken”.

In de afgelopen tijd ben ik ook ergens door “geraakt”. Op zondag 10 november jl. was er een activiteit binnen onze kerk: “Seldsum”, een activiteit met creativiteit, lezen, zingen, samen bezig zijn rondom een thema. Circa 30 mensen waren er, jong en oud.

Het thema was deze keer “Jezus in de storm”. Een verhaal uit de bijbel waarin Jezus in de boot gaat samen met zijn vrienden (discipelen, boodschappers). Te lezen in Marcus 4 vanaf vers 35. Een melancholisch verhaal, samen in de boot. Ze staken van wal. Volop genietend van alles…en dan komt er een storm….ze worden bang, ze weten niet hoe dit zal aflopen, ze kijken elkaar aan en dan …..ineens moet Jezus de oplossing zijn en bieden! Maar waar is Hij, de mensenredder, de mens waar ze hun hoop op hadden gevestigd, angst overheerst. En dan vinden ze hem, slapend. Ongelooflijk vinden ze het. Jezus zorgt ervoor dat de storm gaat liggen. Daarna kijkt Jezus zijn discipelen aan. Hij vraagt hun op de man af: “Waarom hebben jullie zo weinig moed”.  Met andere woorden: als ik aan boord ben hoeven jullie nergens over in te zitten.

Op die middag had ik tijd om nog eens over dit verhaal na te denken. Ik las het nog eens voor mijzelf en het werd mij duidelijk dat ook mijn leven zich afspeelt in een “boot die op de golven vaart”. Water is symbolisch voor ons leven van elke dag. In het begin van de Bijbel, in Genesis 1 vers 2 staat: “dat de Geest van God zweefde over de wateren”.

Op die middag is er een boot gemaakt door jong en oud. Een boot die een aantal weken in de Koepelkerk heeft gestaan. Een boot die ook symbool staat voor jouw, jullie, uw leven. Ons leven van elke dag gaat vaak zijn gangetje, soms een kleine tegenvaller, soms is het echt serieus bij ernstige dingen die er in een leven kunnen gebeuren. Ook zaken die in de grote wereld gebeuren (oorlogen, dreiging van, vervolgingen en noem maar op) hebben invloed op ons leven van elke dag. Al die zaken samen kunnen er voor zorgen dat jouw, uw, mijn boot begint te schommelen. Letterlijk en figuurlijk, we worden er onrustig van, het maakt ons bezorgt, het brengt ons in vertwijfeling.  Ook ons geloof kan in de knel komen, ja, we kunnen ons geloof kwijtraken.

In de boot. Misschien herken je jezelf in dit beeld. De boot vaart nog, maar schommelt verschrikkelijk.  Waar is mijn Heer, waar is die Jezus. Ik ben het geloof in Hem (bijna) kwijt.

We gaan richting kerst, we vieren de geboorte van Jezus. Hij is geboren, Hij heeft geleefd, is gestorven aan het kruis maar ook weer opgestaan!  Zijn geboortefeest maakt één ding overduidelijk. Hij is er voor jou, jullie en mij. Hij is ook in jouw, jullie en uw boot, misschien wel slapend. Maar Hij vaart mee, in 2024, maar ook in 2025 wil Hij meevaren naar een toekomst met Hem.

Dát is de boodschap van vele verhalen in de Bijbel, verhalen waarin overduidelijk blijkt dat Jezus zijn beloften nakomt en ons niet alleen laat varen. Dat geldt ook voor ons, voor jou, jullie en mij!

Dat geeft hoop en vertrouwen voor onze boottocht in het leven van elke dag!

Een lied (nog steeds actueel) zegt het zo:

“Zon, bestraal het kleine scheepje; winden, stuwt het zacht vooruit;

Golven, draagt het naar de verten, waar Gods einder zich ontsluit.

Dat nooit ’t geloof bezwijken moog; God houdt zich aan zijn woord;

wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord en veilig strand voor ’t oog.

 

(Melodie: ’t Scheepken onder Jezus ‘hoede;  zoek het maar op via You Tube)

 

Reacties?

 

Sybren van Tuinen

sjvantuinen@gmail.com

Lees meer →

dit wil je niet missen!

In mijn studeerkamer hangt een groot prikbord, en daaraan hangen allemaal papiertjes. Op die papiertjes staan boeiende citaten, gedachten, Bijbelteksten en meer; allemaal pareltjes die ik ooit ergens heb gevonden. Soms weet ik nog precies waar ik het vandaan heb, en soms ben ik dat al lang vergeten. Zo kwam ik nu weer een citaat tegen dat ik ooit eens ergens las, maar geen idee waar: “Een goede kerkdienst is er één waarvan je na afloop zegt: ‘Was mijn ongelovige, onkerkelijke buurman/collega/familielid hier maar bij geweest!’

Een boeiende uitspraak, toch? Wat zou dat mooi zijn, als je na afloop van een dienst wou dat je kinderen of je dorpsgenoten déze dienst hadden meegemaakt, déze preek hadden gehoord, dít hadden ervaren wat jij ervaren hebt. En dan met name die mensen die de kerk al lang geleden gedag hebben gezegd, of die nooit een serieuze kennismaking met het geloof hebben gehad. Mijn vraag is: hoe vaak gebeurt dit? Hopelijk kun je je een dienst herinneren waarbij je dat gevoel had. Misschien heb je weleens een opname van een dienst doorgestuurd naar iemand omdat je zo enthousiast was. Hopelijk werd dat enthousiasme dan ook beaamd. Maar tegelijkertijd: een opname is weer wat anders dan het ‘live’ meemaken en er onderdeel van zijn. Hoe dan ook: wat is dit een mooi criterium om mee naar een dienst te kijken. Ook wel een beetje confronterend, zeker ook voor mij als voorganger.

Want de vraag komt onmiddelijk bij ons terug: als je dat gevoel zelden of nooit hebt, hoe kan dat? Dat kan verschillende oorzaken hebben. Misschien vond jij een dienst wel mooi, maar heb je twijfels of iemand anders het ook zou waarderen. Of je voelt een ander soort verlegenheid om het een ander aan te raden. Het is niet leuk om met iets te komen om dan van een ander te horen dat die het maar niks vindt. Of misschien ga je vooral om met kerkelijke mensen, en zou je niet weten aan wie je je aanbeveling zou moeten doen. Of, en dan wordt het spannend: je hebt voor jezelf zelden of nooit het gevoel dat een kerkdienst voor jou echt betekenisvol en levensbepalend is…

Ik neem mij de komende tijd voor om zo naar mijn eigen en naar andermans diensten te kijken: is dit zo goed, zo belangrijk, zo uitnodigend, zo voedend, dat ik de meest onkerkelijke kennis die ik heb er bij had willen hebben? Is deze dienst een moment waarop iemand ‘van buiten’ op een inspirerende en toegankelijke manier kennis maakt met het Evangelie van Christus? Zo ja: dan moet ik ook de daad bij het woord voegen en die mensen hiertoe uit gaan nodigen; livestreams doorsturen, preeksamenvattingen naar ze appen, wat dan ook. Maar zo niet: dan hebben we wel een probleem met elkaar. Dan doen we wellicht elke zondag iets wat best aardig is en een prima tijdverdrijf, maar wat je net zo goed over zou kunnen slaan. En geldt dat dan voor die kerkdienst, of stiekem eigenlijk voor ons hele geloof?

We mogen dus best wat verwachten van de zondagochtend. Maar ik doel hiermee niet alleen op het optreden van de predikant. Ik deel nog een papiertje dat op mijn prikbord hangt. Dat gaat over toen Aron nog geen jaar oud was. Ik kan me nog herinneren dat je dan soms iets aan hem wilde laten zien; hoe zorg je dan dat hij de juiste kant op kijkt? Je bent geneigd om dan te gaan staan wijzen: ‘Kijk, daar!’ Maar wat doet een dreumes? Gebiologeerd naar jouw vinger kijken, die zo enthousiast door de lucht wappert, en niet naar waar de vinger naar wijst. Ik weet nog dat dat soms haast frustrerend kon zijn: ‘kijk nou niet steeds naar mij, maar kijk naar waar ik naar wijs!’

Datzelfde ongemak voel ik soms na een dienst, als ik te horen krijg of ik het wel of niet goed gedaan heb. Mijn enige taak als predikant is om naar God te wijzen; kijk toch alsjeblieft niet naar mij, maar kijk naar waar ik naar wijs! Als een dienst de moeite waard was om te delen met iemand anders, dan moet dat gaan om meer dan het optreden van de predikant, of van de organist, of van een uitgenodigd koor of wie dan ook. Zij willen allen wijzen naar God. En als dat gebeurt, als je iets van God ontmoet in de dienst, dan zal dát de reden zijn om een volgend keer enthousiast iemand uit te nodigen.

Ik heb het meegemaakt, hoe mooi en diep kerkdiensten kunnen zijn! Hoe je hele hebben en houwen erin meedoet, hoe God ontmoet en ervaren kan worden, hoe gemeenschap met elkaar ervaren kan worden op een dieper niveau dan ergens anders. Dat zal niet elke zondag gebeuren, maar het moet wel zo nu en dan gebeuren. Laat het weten als het gebeurt. Ik vind het fijn om te horen of ik mijn werk goed gedaan heb, maar ik hoor nog veel liever of mensen God ontmoet hebben in de dienst, aangesproken zijn, op weg gestuurd zijn. Dan zullen we zéker zeggen: Was mijn ongelovige, onkerkelijke buurman/collega/familielid hier maar bij geweest!

Ds. Rob Bergsma

Lees meer →

Bijbel versus Olympische Spelen

Leestip:

Psalm 15 : Heer, wie mag gast zijn in uw tent, wie mag wonen op uw heilige berg”

en: 1 Corinthiërs 9 vers 24-27

Als ik dit schrijf zijn de Olympische Spelen nagenoeg ten einde. Het is de dag na de afsluiting ervan. Een giga spektakel waarbij muziek en zang niet ontbraken, waar technische aspecten werden gebruikt om de mensheid waar ook ter wereld te laten zien dat het “spel” nu echt uit was. De vlag overgebracht naar Los Angeles. Op naar 2028! Dus als er mensen zijn die “olympische aspiraties” hebben, dan kan er vanaf nu volop geoefend worden!

In de afgelopen dagen moest ik nog vaak denken aan de dienst van 4 augustus jl. Onze predikant ging voor en hij las met ons Psalm 15 en een aantal verzen uit 1 Corinthiërs 9 vers 24-27.

Als je die woorden van beide gedeelten nog eens een keer leest dan krijg je een beetje het gevoel dat beide schrijvers het mensenleven zien als een vorm van een wedstrijd. De bijbel versus Olympische Spelen? Of omgekeerd? Is het leven een “vorm van een wedstrijd”? Ervaren we het leven als een wedstrijd? Hoe kijken mensen terug op hun leven? Hoe ervaar(t) u, jij, jullie het leven van elke dag?

Mensen die meedoen aan de Olympische Spelen werken elke dag kei en keihard om het hoogst mogelijke te bereiken. Op naar de ultieme wedstrijd die de mensheid kent. Dan moet al het werk, al de inzet, al je energie op één moment bij elkaar komen. Goud telt, zilver is goed, brons is….tja.

Wie daarna volgen vallen letterlijk en figuurlijk weg en de aandacht voor hen is weg. Einde “spel”. Voor de overwinnaars geldt: voor eens en altijd geschitterd! Wereldwijd bekend. Well known!

Ik denk dat er in 2028 geen Berltsumer actief zal deelnemen aan de Olympische Spelen. Het is maar aan weinigen op de wereld gegeven om op zo’n hoog peil “bezig’ te zijn.

De bijbelgedeeltes houden ons een spiegel voor. Een spiegel om eens in te kijken. Je zelf zien. Je zelf eens de vraag te stellen “wie ben ik”, “hoe sta ik in het leven van elke dag”. De sportman/ -vrouw is elke dag gefocust op één doel!

Ieder mens hoeft niet op een dergelijk hoog niveau te staan. De meeste mensen hebben genoeg aan hun dagelijks leven waarin geluk plaats maakt voor ongeluk, waar gezondheid wordt ingenomen door ziekte en noem maar op.

Als mensen die geloven, op welk niveau dan ook, gelden andere “regels”. Je mag volop genieten maar als dat er niet is? Kijk in de spiegel van elke dag. Hoe ervaar ik het leven. Hoe ga ik om met anderen? Hoe sta ik in het leven? Geniet ik nog? Spreek ik wel eens met die ander? Hoe sta ik in het geloof?

De beide schrijvers David en Paulus, houden ons een spiegel voor. Lees het nog maar eens. Jezus heeft het de mensen voorgedaan. Hij hield de mensen van toen, maar ook de mensen van nu, u, jij, mij, jou en jullie, ja ons allemaal een spiegel voor. Niet een “sportieve spiegel” maar een “menselijke spiegel” en die zet ons op onze plaats.

De Olympische Spelen 2024 zitten erop. De komende jaren zal het wel enigszins stil zijn rond dit giga-gebeuren. Maar de boodschap van Jezus klinkt elke dag. Het begint met jezelf in de spiegel te zien. Dat kan op elke plaats waar ook ter wereld, thuis, alleen, samen met anderen, ook in onze kerk; elke week weer opnieuw. Vanuit de bijbel klinkt een oproep bestemd voor ons allemaal. Een bijna “olympische oproep” om mee te doen.

Dat vereist enige discipline, oefenen, stil worden, bidden om energie om te geloven maar ook om te blijven geloven, danken voor al het leuke van elke dag! Maar denk in die momenten ook aan anderen. We hoeven niet keihard te oefenen zoals een sportman/vrouw, gelukkig maar. We hoeven alleen maar in de “spiegel” van Jezus te kijken. Lees de tekst nog maar eens. Dan heb je “goud” in handen!

Bijbel en Olympische Spelen staan dicht bij elkaar. Eén groot verschil: de spiegel van Jezus die een ieder voor zich mag zetten. Daar hoef je geen Olympiër voor te zijn. Gelukkig maar!

Dat we dagelijks in de spiegel kijken! Ook in het komende kerkelijke jaar!

 

(reacties: sjvantuinen@gmail.com)

Sybren van Tuinen

Lees meer →