Uit macht der gewoonte zitten we meestal ongeveer op dezelfde plek in de kerk of het nu in It Stedhûs of de Koepelkerk is. We voelen ons dan vertrouwd. Als we plotseling ergens anders gaan zitten, dan zullen veel mensen even opkijken: is er wat aan de hand? Vaak houden we de plaats vrij voor mensen, die nog zullen komen. Zo ook op een keer toen we twee plaatsen min of meer vrijhielden.
Toen de plek werd ingenomen zei ik, dat we ze vrijgehouden hebben. Dat leidde tot een gesprekje over vaste zitplaatsen in de kerk (bijna overal in Nederland). Dat had te maken met de jaarlijkse stoelverhuur, de stoelen (en de banken?) in de Koepelkerk waren ook genummerd. Maar dat zal ook zo zijn geweest in andere kerken. In de Gereformeerde kerk was er een rood lampje en als dat brandde waren de plekken vrij.

Op deze trouwfoto uit ca 1960 is te zien, dat links (en rechts) van het doophek bankjes waren en ook de oude rieten stoelen zijn goed te zien. Wie de mensen zijn weet ik niet.
Na een paar mooie liederen en het Bijbelverhaal van de Samaritaanse vrouw dwaalde ik even af naar de vaste zitplaatsen in de kerk. Dit was voor alle kerken een mooie bron van inkomsten. Wanneer zou dat eigenlijk begonnen zijn? Uit de inventarislijst van het archief (het archief zelf is nu ondergebracht in Franeker) blijkt, dat er zitplaatsenverhuur was in de Gereformeerde kerk in 1926 maar waarschijnlijk al eerder. In de Hervormde Gemeente was dit er al in 1862.
De voorganger, de heer Johan Helfferich haalde mij op dat moment uit mijn afdwalende gedachte. In zijn preek vertelde hij over de vaste plek waar wij mensen zitten, namelijk bij de put, het stilstaand water. Maar we moeten levend water worden, water uit de bron. Zou het helpen als wij van onze vaste plek in de kerk in beweging komen en eens op een andere plek zouden gaan zitten? Zouden we dan levend water worden? Het inspirerende orgelspel van Jacob Dijkstra bracht in ieder geval veel los bij de aanwezige kerkgangers.
Durk Osinga




Langs de randen van de zerk staat: Anno 1649 den 9 september is in de Heere gerust d’eerenveste en achtbaren Folpert Baardt secretaris van Menaldumadeel oud in zijn …. ende leyt alhier begraven. Op de binnenrand staat Anno1657 den 14 october is in de Heere gerust d’eerbare Sydtske Baardt huysvrouwe van Folpert Baardt secr: van Menaldumadeel ende leyt alhier begraven.
De gedenksteen om de hoek bij de deur heeft als tekst: ‘Den 10 Maij 1773 heeft Jonkheer Georg Wolfgang Carel Duco Baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg oud 7 Jaaren 3 maanden en 14 dagen, den eersten steen aan dit Gebouw gelegt’.
Deze Truffel die door den Hoogwelgeb. Heer Jr: Hans Willem Baron van / Plettenberg bij het leggen van den eersten Steen der groote kerke te / Harlingen, door zijn Hoog welgeb: verricht in naam van Zijne Doorluchtigste Willem den Vijfden Prins van Orange en Nassau op den 25 van Bloeimaand 1772 / gebezigd werdt, is door de Ed: Achtbare Magistraat aan zijn Hoogwelgeb: ter / gedagtenisse dier plechtigheid geschonken
Den 10 Maij 1773 / Heeft Jonkheer / Georg Wolfgang Carel Dúco / Baron Thoe Swartzenberg / en Hohenlansberg / Oúd 7 Jaren / 3 Maanden en 14 Dagen, den eersten / Steen aan dit geboú gelegt~











In oktober jl. mochten we weer getuige zijn van de doop van een kind in de kerk. Nog niet zo lang geleden was dit heel gewoon en kwam dit vaak voor in de kerkdienst op zondag. Ds. Rob Bergsma zei al, dat dit nauwelijks inbreuk maakte op de liturgie van de dienst. Nu is dat heel anders en maken we er een speciale doopdienst van.



