Kerkelijk erfgoed

archive

Home Kerkelijk erfgoed

Psalmboek uit 1773

De banken binnen het doophek waren tot een aantal jaren geleden de plaats voor de dienstdoende kerkenraadsleden. Nu zijn daar enkele oude bijbels en een psalmboek met de psalmen uit 1773 neergelegd. In deze latere druk zijn ook Eenige gezangen, Evangelische gezangen en een instructie opgenomen hoe de liederen te zingen.  

 Sinds de reformatie uit 1580 werd in de toenmalige gereformeerde kerk gezongen uit een Franse vertaling uit 1566, een berijming van Pieter Datheen genaamd ‘De 150 psalmen Davids’. Hij heeft ook de Heidelbergse catechismus vertaald. De vertaling van de 150 psalmen was een groot succes maar er was direct ook kritiek. De vertaling was vaak letterlijk en sloot niet aan met het metrum en ritme van het lied. Ook de interpretatie van de teksten was niet altijd goed. Een beruchte vertaling is over een passage in Psalm 78 waarin de psalmberijmer God tegen afvalligen tekeer laat gaan als een agressieve dronkenman die het ‘achterdeel’ van zijn vijanden treft. Latere vertalingen van de psalmen leverden ook klassiekers op zoals die van Lucretia Wilhelmina van Merkien over Psalm 42: ’t Hijgend hert, de jagt ontkomen. Deze zin komt in een eigentijdse vertaling in het Liedboek nog steeds voor.  

 In de 18e eeuw waren er meer vertalingen, de een meer rechtzinniger en de ander meer poëtischer. Er ontstond behoefte aan een nieuwe standaardberijming maar binnen de kerk kwam men er na jaren van geharrewar niet uit. De kerk besluit een beroep te doen op de Staten-Generaal om de knoop door te hakken een keuze te maken uit drie psalmberijmingen. De in het leven geroepen commissie ging voortvarend aan de slag en op maandag 19 juli 1773 zouden de staten er mee akkoord gaan, met belangstelling gevolgd door stadhouder Willem V. Het verhaal gaat dat Willem V de zondag voorafgaand in een kerkdienst in Den Haag op een gegeven moment zijn kerkboek dichtslaat. Hij weigert verder te zingen, geërgerd als hij is over een passage in Psalm 78. Hij wist natuurlijk wel, dat er de volgende dag een besluit zou worden genomen over een nieuwe psalmberijming. Deze berijming werd later de Statenberijming genoemd in navolging van de Statenbijbel. 

 De berijming wordt ook niet overal geaccepteerd maar onder druk van kerkelijke en wereldlijke overheden krijgt deze berijming uit 1773 de overhand. Kerk en staat waren toen nog één tot de Franse tijd in 1795.  

 De liedteksten veranderen vandaag de dag nog geregeld en we zingen al niet meer uitsluitend uit het Liedboek maar ook uit Hemelhoog en de Opwekkingsbundel. Ik heb geprobeerd de hiervoor genoemde oude liedtekst uit Psalm 78 terug te vinden in het Liedboek. Ik vermoed vers 23 maar ik hoor graag of dit klopt. Ik kan me echter niet herinneren of we dit vers ooit hebben gezongen. 

 Durk Osinga 

 

Vergaderzaal van het Mauritshuis, 1 oktober 1773. Een lid van de commissie voor de psalmberijming leest enkele van de nieuwe psalmen voor. 

 

Lees meer →

De herenbanken in de Koepelkerk

De herenbanken in de Koepelkerk 

 De herenbanken in de kerk waren vroeger in gebruik bij de kerkvoogden (links) en de rechterbank was voor de ‘heren” van Berlikum. Ze lijken identiek maar het verschil zit in de versieringen. 

 De kerkvoogden bank 

 De linkerbank heeft bij de restauratie van 1980 op de hoeken vuurpotten gekregen, dezelfde als die  op het doophek en bij de trap naar de preekstoel. Dit zijn nieuw gemaakte potten. Die stonden

er voor de restauratie niet. De vuurpotten zijn (met opzet?) spiegelbeeldig gemaakt, vergelijk ze maar eens met die op het doophek. Kortgeleden wees iemand mij daarop, het was me nog nooit opgevallen. Vanaf 1951 met een nieuwe kerkorde maakten de kerkvoogden deel uit van de kerkenraad en was hun zelfstandige positie binnen de kerk tot een einde gekomen. De kerkvoogden kregen een nieuwe plek in het doophek aan de rechterkant. De kerkvoogdenbank was daardoor vrij gekomen maar als ik me niet vergis nog lang gebruikt door de echtgenotes van de kerkvoogden. 

 De rechter herenbank 

De rechter herenbank is veel verfijnder uitgevoerd met houtsnijwerk op de hoeken met het wapen van Van Gelder. Op de hoekstijlen van de bank is houtsnijwerk met klimmende vossen aangebracht en de voorkant heeft opengewerkt snijwerk.  Het wapen van Van Gelder heeft in het schild een geblinddoekte morenkop en het helmteken boven het schild heeft ook een geblinddoekte morenkop. Dit familiewapen komt al voor op de mannenklok uit 1663 die nu in Mannheim hangt. 

Dat familiewapen was van Kornelis Thijsz met een halve Fries adelaar en de andere helft was een morenkop. Hij was eigenaar van de steenfabriek die op de plaats stond van de vroegere veiling en ook mederechter (wethouder) van Menaldumadeel. 

Hoe is het verder gegaan met deze familiebank? Familiebanken waren in de regel bezit van de meestal adellijke families en dus geen bezit van de kerk. Daarom staan er vaak familiewapen op deze banken. In het kerkarchief is een koopakte aanwezig van een mannen- en vrouwenbank die in 1912 gekocht is van Janna Albertina Blom uit Groningen voor f 500, -. Deze bank is via vererving eigendom van haar geworden. Deze vererving liep via diverse bekende notabelen uit Berltsum maar het gaat te ver die hier allemaal te benoemen. Daar is het dorpsarchief voor. 

 De huidige dame en heren in de herenbanken nemen een eigen vaste plaats in met het verzorgen van het beeld en geluid in de Koepelkerk en staan dus geheel ten dienste van de kerk. Dat was met de familiebank wel anders. Dit team is zeker een prominente plaats waardig. 

 Durk Osinga Tsjerkelûden februari 2026 

Lees meer →

Tsjerkepaad 2025 groot succes 

Tsjerkepaad 2025 groot succes 

De openstelling van de Koepelkerk afgelopen zomer tijdens de provinciale actie Tsjerkepaad is een groot succes geworden. Dat is dit jaar vooral te danken aan de expositie van 30 doopjurken en de oude doopboeken van beide kerken. De afgelopen jaren kwamen er ongeveer 250 bezoekers per jaar, nu waren dat maar liefst 418 met een topdag van 47 bezoekers. De grote verscheidenheid aan jurken viel op en de oudste was gedragen in 1900 door Grietje Tuinstra, dochter van Sierd Tuinstra en Welmoed van der Meer. Die jurk is dus 125 jaar oud. Bij elke jurk was een beschrijving aanwezig met soms ook leuke gebeutenissen rond de doop. 

Heel aardig was ook, dat de doop opgezocht kon worden in de doopboeken van beide kerken tot de fusie in 2010. Daar werd veel gebruik van gemaakt. Toen bleek ook, dat enkele personen niet in het doopboek zijn genoteerd maar die wel gedoopt zijn in de Gereformeerde kerk. Het lijkt me een actiepunt voor het moderamen om dit zo mogelijk te herstellen. 

De expositie van de doopjurken met de toelichting daarbij is opgezet door Hilda Dijkstra en Margroet Bouwma. De commissie bedankt hen beide voor hun tomeloze inzet voor deze expositie. 

Het team gastheren en gastvrouwen bestaat uit 12 personen, die ongeveer 2 à 3 keer op een zaterdag in de zomer met zijn tweeën de bezoekers te woord staan.De gesprekken gaan niet alleen over het gebouw maar vaak ook over de kerk in het algemeen of plaatselijk in Berltsum. Voor het kerkgebouw is wel een uitgebreide beschrijving aanwezig. Wie wil ons team versterken door mee te doen aan Tsjerkepaad? Je gaat altijd samen met een ervaren persoon en je kan vooraf aangeven wanneer je niet kunt. En ruilen met iemand kan bijna altijd. Een telefoontje of mail/app naar Durk Osinga is genoeg: mobiel 06-17146134 of durkosinga@upcmail.nl . 

Durk Osinga 

Lees meer →

Betaalde kerkbanken en stoelen

Uit macht der gewoonte zitten we meestal ongeveer op dezelfde plek in de kerk of het nu in It Stedhûs of de Koepelkerk is. We voelen ons dan vertrouwd. Als we plotseling ergens anders gaan zitten, dan zullen veel mensen even opkijken: is er wat aan de hand? Vaak houden we de plaats vrij voor mensen, die nog zullen komen. Zo ook op een keer toen we twee plaatsen min of meer vrijhielden.
Toen de plek werd ingenomen zei ik, dat we ze vrijgehouden hebben. Dat leidde tot een gesprekje over vaste zitplaatsen in de kerk  (bijna overal in Nederland). Dat had te maken met de jaarlijkse stoelverhuur, de stoelen (en de banken?) in de Koepelkerk waren ook genummerd. Maar dat zal ook zo zijn geweest in andere kerken. In de Gereformeerde kerk was er een rood lampje en als dat brandde waren de plekken vrij.

Op deze trouwfoto uit ca 1960 is te zien, dat links (en rechts) van het doophek bankjes waren en ook de oude rieten stoelen zijn goed te zien. Wie de mensen zijn weet ik niet.

Na een paar mooie liederen en het Bijbelverhaal van de Samaritaanse vrouw dwaalde ik even af naar de vaste zitplaatsen in de kerk. Dit was voor alle kerken een mooie bron van inkomsten. Wanneer zou dat eigenlijk begonnen zijn? Uit de inventarislijst van het archief (het archief zelf is nu ondergebracht in Franeker) blijkt, dat er zitplaatsenverhuur was in de Gereformeerde kerk in 1926 maar waarschijnlijk al eerder. In de Hervormde Gemeente was dit er al in 1862.

De voorganger, de heer Johan Helfferich haalde mij op dat moment uit mijn afdwalende gedachte. In zijn preek vertelde hij over de vaste plek waar wij mensen zitten, namelijk bij de put, het stilstaand water. Maar we moeten levend water worden, water uit de bron. Zou het helpen als wij van onze vaste plek in de kerk in beweging komen en eens op een andere plek zouden gaan zitten? Zouden we dan levend water worden? Het inspirerende orgelspel van Jacob Dijkstra bracht in ieder geval veel los bij de aanwezige kerkgangers.

Durk Osinga

Lees meer →

Weet u wat hier staat?

Deze vraag wordt geregeld gesteld als bezoekers zich buigen over de grafzerken in de kerk voor het doophek. De teksten zijn moeilijk te lezen ook omdat de zerken deels vernield zijn in de Franse tijd (gelijkheid, vrijheid, broederschap) en veel wapens van de adel en andere bestuurders werden toen vernield. Ik zal hier kort weergeven wat er zoal opstaat. De volledige tekst ligt in de kerk.

Deze zerk lag in de vorige kerk die op deze plek stond. De meeste zerken kregen buiten de koepelkerk een plaats zoals ook deze. Hij diende als vloer voor de baar in het baarhokje dat tegen de kerk was gebouwd. De steen is het grafmonument voor Folpert Baardt, secretaris van Menaldumadeel en hij is overleden in 1649. Hij was van 1614 tot zijn dood secretaris en woonde in Berlikum.

Langs de randen van de zerk staat: Anno 1649 den 9 september is in de Heere gerust d’eerenveste en achtbaren Folpert Baardt secretaris van Menaldumadeel oud in zijn …. ende leyt alhier begraven. Op de binnenrand staat Anno1657 den 14 october is in de Heere gerust d’eerbare Sydtske Baardt huysvrouwe van Folpert Baardt secr: van Menaldumadeel ende leyt alhier begraven.

Van de familie Baard (nu zonder t!) worden meerdere personen genoemd o’.a. de eerste vrouw van Folpert die maar 26 jaar werd. Verder Folpert Laeses Baard procureur postulant van Menaldumadeel, een dochter Aukjen Baard, echtgenoot van Rintius Posthumus een zoon van de predikant Nicolaas Postumus en ontvanger der belastingen in Holwerd, zoon Maerten van Baard, luitenant van een compagnie te voet en dochter Tiette van Baard. Kortom allen personen ter meerdere glorie van de familie Baardt.

De familiewapens van Folpert Baardt en zijn vrouw en nicht Sydtske Baardt midden op de steen zijn vernield. Wel staan op de hoeken de onbeschadigde familiewapens van o.a. Baerdt en Meylsma. Deze wapens zijn uitvergroot hier opgenomen. De naam wordt vanaf ca 1700 geschreven als Baarda en deze naam komt vandaag de dag nog voor in Fryslân.

Je kan wel de conclusie trekken dat in het begin van de 17e eeuw de bestuurders van de gemeente in Berlikum woonden want de zerken van de grietmannen uit die tijd Wybe van Grovestein en Tjerck van Heerma liggen ook in en bij de kerk. Het is wel leerzaam om dit te weten maar we hebben er tegenwoordig niets meer aan: elke tijd is weer anders.

Durk Osinga

Lees meer →

Foutje op gedenksteen Koepelkerk?

Elk jaar is de Koepelkerk op zaterdagmiddag open tijdens Tsjerkepaad. Dit jaar kwam een bezoeker wat ongerust naar me toe en zei, dat er een foutje zat op de gedenksteen van de bouw van de kerk. Op de ene steen staat namelijk een jaartal 1773 en de andere 1778. En inderdaad staan op beide stenen verschillende jaartallen. Wat is hier aan de hand?

De gedenksteen om de hoek bij de deur heeft als tekst: Den 10 Maij 1773 heeft Jonkheer Georg Wolfgang Carel Duco Baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg oud 7 Jaaren 3 maanden en 14 dagen, den eersten steen aan dit Gebouw gelegt’.

Wat meer naar rechts staat een gedenksteen in de muur een uitgebreide tekst over de bouw van de kerk in 1778.

Wat is nu de waarheid?

Deze vraag was bij de restauratie van de Koepelkerk in 1978 ook aan de orde. Alle gedenkstenen waren namelijk op de kop gevonden in het oude baarhok dat tegen de westkant van de kerk was gebouwd. Zeker was dat de kerk in 1778 gebouwd is maarvan de andere steen uit 1773 was wist men niet. Besloten is alle stenen te restaureren en in de binnenmuur te plaatsen.

Die vraag hield mij ook bezig en bij een onderzoek in de kerkrekening bleek, dat in 1774 de hardhouwer Dirk Embderveld een gedenksteen heeft geplaatst in het nieuwe schoolhuis. In 1773 heeft de kerk een nieuwe school met schoolhuis gebouwd en daar hoorde deze gedenksteen bij. De school stond op de plek waar nu het Centrum staat. Zo is het ‘foutje’ toch opgelost want het betrof twee verschillende gebouwen van de kerk. De school is gebouwd door een Harlinger metselaar.

Het verhaal houdt hiermee niet op.

In 1999 werd aan de kerk een zilveren troffel geschonken door de heer George Wolfgang Carel Duco Kan. De heer Kan bleek een rechtstreekse nazaat van de jonker Schwartzenberg te zijn, die de eerste steen aan het schoolgebouw had gelegd. Deze troffel was altijd van vader op zoon overgeërfd. De heer Kan had geen kinderen en kon deze troffel dus niet verder doorgeven. Om de troffel een vertrouwde plek te geven, schonk hij deze aan de kerk.

Het plaatsen van een eerste steen, het slaan van de eerste paal, pannenbier of een meiboom boven op het gebouw is nog steeds een bekend gebruik. Het leggen van de eerste steen met een dure zilveren troffel is te vergelijken met de geboortelepel van het gebouw en het leggen wordt meestal door kinderen gedaan.

In het Harlinger museum het Hannemahuis is een vergelijkbare troffel met een uitgebreide inscriptie  vanwege de bouw van de grote kerk in Harlingen in 1772 door de prins van Oranje Willem V. Het is waarschijnlijk dat de Harlinger metselaar de troffel heeft betaald; deze is door de Leeuwarder zilversmid Jan van Leek gemaakt.

De troffel uit Harlingen heeft het volgende opschrift:

Deze Truffel die door den Hoogwelgeb. Heer Jr: Hans Willem Baron van / Plettenberg bij het leggen van den eersten Steen der groote kerke te / Harlingen, door zijn Hoog welgeb: verricht in naam van Zijne Doorluchtigste Willem den Vijfden Prins van Orange en Nassau op den 25 van Bloeimaand 1772 / gebezigd werdt, is door de Ed: Achtbare Magistraat aan zijn Hoogwelgeb: ter / gedagtenisse dier plechtigheid geschonken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De troffel uit Berltsum heeft het volgende opschrift:

Den 10 Maij 1773 / Heeft Jonkheer / Georg Wolfgang Carel Dúco / Baron Thoe Swartzenberg / en Hohenlansberg / Oúd 7 Jaren / 3 Maanden en 14 Dagen, den eersten / Steen aan dit geboú gelegt~

Het is mooi hoe enkele kunstvoorwerpen een eigen verhaal vertellen over kerk en school en gebruiken in toenmalig Berlikum. Toen was de school voor alle Berlikumers, maar omdat staat en kerk destijds verbonden waren werden veel zaken uit de kerkekas betaald.

 

 

Durk Osinga

 

Lees meer →

Gedenkbord Koepelkerk

De meeste vaste kerkbezoekers kennen waarschijnlijk dit bord niet eens. Het hangt wat verborgen aan de orgelgalerij, niet zichtbaar vanaf de stoelen en de meeste banken. En wat er op staat weten weinig mensen. Op het bord staat een korte bouwgeschiedenis van kerken op de plek van de Koepelkerk. De randen van het bord zijn primitief versierd met een vaas, bloemen, ranken en fruit, duidelijk geïnspireerd door de afbeeldingen op de preekstoel. De vorige kruiskerk en de koepelkerk zijn ook afgebeeld. Het bord is gedateerd als 18e -eeuws. De teksten op het bord zijn echter veel ouder evenals de schrijfwijze. Een aantekening uit ongeveer 1630 in het archief in Tresoar geeft aan dat de eerste tekst uit 1320 in de kerk boven de noordelijke deur staat. Zeer waarschijnlijk zijn na de bouw van de Koepelkerk de oude teksten nauwkeurig overgenomen op een nieuw bord en aangevuld met nieuwe gebeurtenissen.

Wat staat er op het bord? Omdat het vanaf de begane grond moeilijk te lezen is, volgt hier de volledige tekst:

ANNO 1320 HEEFT EELKE LIAUKEMA PASTOOR IN BERLIKUM VOORMAALS ’T UITCUM D’KIMNADA PASTORIEHUIS FUNDEERT ENDE GEBOUT

ANNO 1345 IS DE KERK VAN BELKUM VAN OLDERDOM VERVALLEN DOOR DE GEMEENTE WEDEROM VERBETERD TEN TIJDE VAN HEER THEODORICO PASTOOR NAMAALS ABT TE LIDLUM

ANNO 1375 DEN KERKE TOOREN VAN NIEUWS GEMAAKT TEN TIJDE VAN HEER WYBRANDO PASTOOR

ANNO 1432 IS HET DAK VAN RIED MET TEGELEN VERANDERT

ANNO 1632 IS DIT DAK WEDER OM VERMAAKT TEN TIJDE VAN TJOMME HANSES ENDE FOLPERT BAARD BEIDE KERKVOOGDEN

ANNO 1744 IS DIT WEDEROM VERNIEUWT TEN TIJDE VAN BOTE VAN DER VEEN EN THEUNIS MEETSMA KERKVOOGDEN

DEZE KERK IS GEHEEL NIEUW GEBOUWD ANNO 1779

ANNO 1910 IS DE KERK VERNIEUWD EN GEVERFD TEN TIJDE VAN W.J.TUININGA, M.K.LAUTENBACH, A.S.LAUTENBACH KERKVOOGDEN

ANNO 1947 IS DE KERK GERESTAUREERD TEN TIJDE VAN J.W. TUININGA, N.W. OSINGA, D.S. RUNIA KERKVOOGDEN

ANNO 1970 1980 ALGEHELE RESTAURATIE

Het bord was daarmee vol en is niet meer aangevuld met latere restauraties en groot onderhoud. In 2000-2002  is de koepel en de lantaarn gerestaureerd vanwege de aantasting door de bonte knaagkever, waarbij de lantaarn in zijn geheel op het kerkpad is geplaatst. In 2021 is vanwege lekkage het dak van de bovenste koepel (lantaarn) hersteld evenals de koperen goten. Het blijkt wel, dat een kerkgebouw altijd de nodige kosten met zich meebrengt.

Durk Osinga

Lees meer →

Uit het dorpsarchief van de Oudheidskamer De Grusert kwam bijgaande foto tevoorschijn tijdens het ordenen van het archief. Het is een trouwfoto uit 1957met het liturgisch centrum. De foto is al even rond gegaan tijdens het koffiedrinken na de dienst. Daar werd bevestigd dat het inderdaad de voormalige Gereformeerde kerk aan de Wiersterdyk is. Het gebouw is nu Woon-zorg complex Welgelegen, in de volksmond Pension Welgelegen/Bakker.

Op de preekstoel staat ds. L. Loosman. Hij was hier dominee van 1955-1959. In februari 1957 werd hij gevraagd als legerpredikant voor 1 jaar. Opmerkelijk dus dat hij in deze trouwdienst voorging maar misschien was hij nog niet vertrokken. De kerkenraad gaf niet zomaar toestemming volgens het boekje van meester Visser.

Bijzonder voor deze rubriek over kerkelijk erfgoed is het doopvont voor de preekstoel. Ik heb dit deel uitvergroot. Het bovenste deel van het doopvont is gebruikt in de Kruiskerk en is nu geplaatst in het verrijdbaar liturgisch centrum in het MFC It Stedhûs.

Het maakt wel nieuwgierig wie het bruidspaar is in 1957 met aan weerszijden de ouders. De aanwezige ouderlingen en diakenen zijn redelijk goed te zien. In het boekje van meester Visser staan achterin kerkenraadsleden, die in 1957 ‘in het stek’ zitten. Ik denk, dat veel lezers wel over dit boekje beschikken dus het is een leuke puzzel op ee

n regenachtige dag. Het boekje is nog wel verkrijgbaar. In het kerkarchief liggen nog een 10-tal exemplaren.

Durk Osinga

Lees meer →

Grafkelders in de Koepelkerk

Tegenwoordig zijn bezoekers in de Koepelkerk vaak belangstellend naar de grote grafzerken in de kerk.  Deze liggen nu rond het doophek, maar dat is niet hun oorspronkelijke plek. Het grondvlak van de ronde Koepelkerk ligt gedeeltelijk over de langwerpige vorm van de vorige Kruiskerk.

De grafzerken zijn bij de bouw van de Koepelkerk in 1777 verwijderd en hebben toen ofwel een plek op het kerkhof of een andere plek gekregen in de kerk. De meeste grafkelders en de zerken daarop zullen toen in onbruik zijn geraakt. Bij de grote restauratie in de periode 1972-1980 kwamen vier grafkelders aan het licht. Twee kelders lagen in het koor van de kerk, zeg maar voor de ingang, een onder het orgel en een in het schip van de kerk. De foto’s heb ik genomen in 1977.

Een aantal grafzerken zijn bewaard gebleven onder de banken onder het orgel. De meest rechtse zerk op de foto ligt boven op een kelder en zal van de familie Van Heerma zijn geweest, destijds grietman (burgemeester) van Menaldumadeel (foto1).

De grote kelder in het koor (foto 2) zal van de Hemmema’s zijn geweest de andere is onbekend (foto 3). In de kerk en de berging achter de kerk zijn zerken gevonden van predikanten of hun familie en deze liggen zichtbaar links en rechts naast het doophek. Dat zijn Margaretha Hardenstein, de moeder van Peter Stuyvesant en vrouw van ds. Balthazar Stuifsant, twee kinderen van ds. Nota, ds. Vincentius Hempenius en ds. J. Plantinus.

 

De zerken voor het doophek zijn van Folpert Baardt, gemeentesecretaris en Mynthie Clasen. De zerken van Tjerck van Heerma, grietman en Jan Gysberts Imminga, lakencooper liggen in de dooptuin onder de plankenvloer, helaas niet zichtbaar. Beide hebben een hoge artistieke waarde uit de 16e en17e eeuw. Op de zerk van Van Heerma staat in het Latijn: “Zie, hier lig ik, een mens uit aarde gemaakt; thans stof en aarde. Maar dit tot aarde vergane zal wederom een mens worden”.

Veel zerken zijn op het kerkhof gelegd met waarschijnlijk een herbegrafenis. Veel zerken zijn helaas inmiddels opgeruimd. De meeste zerken zijn uit de 17e eeuw en begin 18e eeuw. De ‘gewone’ stervelingen konden een graf kopen op het kerkhof zoals dat nu ook nog steeds gebeurt. In de Franse tijd (1795 Vrijheid, Gelijkheid Broederschap) zijn van veel zerken de familiewapens afgekapt. Na de Franse tijd zorgde wetgeving in 1829 ervoor dat de gelijkheid geldt voor het begraven.

Durk Osinga

 

Lees meer →

In de kelder onder de consistorie van de Koepelkerk zit de verwarmingsinstallatie van de kerk. Daar staat ook al jaren een oud psalmbord, dat ooit eens een plek had in de kerk. Waarschijnlijk had het een plek op de ‘kreake’ boven. De kerkrentmeesters hebben Jan Hoogterp gevraagd of hij dit bord eens wil opknappen. Jan heeft ook als hobby houtbewerken maar de meesten kennen hem als dirigent natuurlijk.

Jan heeft dit opknappen zeer grondig opgepakt en het bord uit elkaar gehaald. Enkele delen zoals het zwarte bord waren zo sterk aangetast door de houtworm, dat dit moest worden vervangen. De kleuren die tevoorschijn kwamen waren blauw en groen met een gouden bloem. De oudere kerkleden zullen de blauwe kleur nog wel kennen van voor de grote restauratie. Het bleek ook, dat op de ene zijkant van het bord de volgende tekst staat:

Pieter G. Hacquebart heeft dit bord gemaakt 1892 nov’ . En aan de andere zijde staat: ‘Toen heeft ds Tigchlaar bedankt voor deze gemeente en is vertrokken naar Nijland’.

 Een bijzondere tekst is dit. Het komt vaak voor, dat timmerlui en schilders op een geheim plekje hun naam achterlaten met een datum waarop iets gemaakt of geschilderd is. Pieter Hacquebart was timmerman in Berltsum (1838-1925). Hij heeft eerst in Blessum gewoond en ging in 1880 naar zijn geboorteplaats Berltsum terug. Hij deed veel werk voor de Hervormde Gemeente maar het meest bekend is hij van de rij kamerwoningen aan de Hacquebartsteech aan de Buorren, die hij aan meestal arbeiders of ‘kleine luijden’ verhuurde.

De meest bijzondere tekst is de tweede tekst over ds. Tigchlaar. Ds. Johan Louis Tichelaar deed intrede op 2 november 1890 en vertrok op 25 januari 1893 naar Nijland. Zijn vorige gemeente was Staphorst. Hij vertrok dus al na 2 jaar.  Het blijft wat gissen waarom Pieter Hacquebart dit psalmbord heeft gemaakt want in het rekenboek van de kerkvoogdij kan ik de kosten niet terugvinden. Misschien was hij wel blij met het vertrek en heeft hij zijn blijdschap verborgen in het psalmbord en de kosten niet in rekening gebracht. Maar misschien heeft hij zijn teleurstelling over het vertrek verwoord in het geheimschrift.

Zijn opvolger ds. Anne Jellema hield het ook maar 3 jaar vol. Daarna kwam ds. Hendrikus Van Eyck van Heslinga en die stond hier maar liefst 30 jaar tot zijn emeritaat in 1928.

Zo zie je maar weer: geheimen komen altijd uit ook al is het na 131 jaar. Maar de diepste gevoelens van Hacquebart blijven verborgen. De geschreven tekst heeft Jan Hoogterp keurig intact gehouden en is aan de achterkant te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Durk Osinga 

 

 

Lees meer →