‘ Eerste liefde’

Home Meditaties

Exemple

‘ Eerste liefde’

Ik kwam er een mooi klein verhaaltje over tegen. Een pasgetrouwd stel liep op hun huwelijksreis door de kunstenaarswijk in New York. Daar zagen ze op een gevel staan: ‘Love invents us’. En ik dacht: ja, dat is wat ik geloof. In drie woorden.

Deze woorden helpen mij om God beter te begrijpen. Als we iets zijn, komt het uit liefde voort. Wat niet uit liefde voortkomt, is leeg. God is overstromende liefde. Dat was de schepping. Gods Liefde kan zich niet meer beheersen en dan vindt hij ons uit, dan is er nóg meer liefde! Telkens als we meer onszelf worden, heeft de liefde ons weer een beetje meer verzonnen. Zo begint de bijbel: De aarde was leeg en donker. En God maakte in het begin met zijn liefde, het licht, het leven.

Je eerste liefde
Dan denken wij aan twee mensen die elkaar voor het eerst zien. En dan bloeit de liefde op. Met een bliksemflits, een liefde op het eerste gezicht, of een liefde die begint met een klein vonkje dat langzaam groeit tot warm vuur.
Maar het begin daarvan blijft bijzonder en maakt vaak pure gevoelens los, een hartstocht, waarvan je hoopt dat die liefde een leven lang mee gaat. Een leven lang je leven delen in liefde.
Wat je eerste liefde losmaakt aan energie en enthousiasme kun je trouwens op allerlei andere gebieden van het leven ook meemaken. Het eerste enthousiasme waarmee iemand zijn baan begint. Of het begin van een studie. Je eerste keer dat je zelf de vruchten oogst die je zaaide. Het eerste huis dat je bouwt. De eerste geslaagde les als meester of juf of een preek die je houdt. Het eerste schilderstuk of gedicht van een kunstenaar. Dat eerste gevoel: dit is het!

Maar juist dat eerste enthousiasme gaat nog al eens verloren. Ook in het geloof. De brief naar de gemeente van Efeze gaat erover: U hebt de liefde uit het begin losgelaten. (Openbaring 2 : 4)
De gemeenteleden zijn hun enthousiasme verloren. Het geloof is overgegaan in routine. Je doet nog wel geregeld mee. Maar de ontroering is eruit. De verwondering maakt plaats voor gewoonte en gewenning. En misschien kan dat ook niet anders. Herhaling is in het leven iets onvermijdelijks en zelfs onmisbaar. Uit de eerste verliefdheid groeit ook liefde.

Toch wil ik u aan het begin van dit nieuwe seizoen vragen: denkt u nog wel eens terug aan die eerste momenten dat geloof aansprak? Dat u aan Gods woorden iets beleefde? Dat u geraakt werd door iemand die oprecht christen wil zijn? Aan Gods liefde voor ons hoeven we niet te twijfelen. Wij zijn Zijn eerste liefde. Hij heeft er alles aan gedaan om dat te laten merken. Kijk maar naar Jezus, als twee druppels water lijkt Hij op de Vader.
Hij heeft die liefde niet opgegeven. Nu wij nog.

Sören Kierkegaard bad:

Gij hebt mij ’t eerst bemind,
o God.
De hele dag,
Het hele leven door
Bemint Gij mij het eerst.

(Lees meer in Liedboek blz 529)

Lees meer →
Exemple

‘ Opzouten en wegwezen….!’

‘Jullie zijn het zout in deze wereld’ (Math. 5:13a NBV)

Dat is ook wat moois, dan heb je de zomer nog in je hoofd, met het milde zout van zomerse  zweetdruppels, verzameld op lome zomerse dagen of bij een heerlijk dagje uitwaaien aan het strand met het zilte zeewater op je lippen en in je neus, en dan lees je dit.

‘Opzouten en wegwezen … ! (Heb ik nu even uw aandacht ?

Een nieuw kerkelijk seizoen staat voor de deur en ik wil u graag uitnodigen om daar ook aan mee te doen. Het landelijke thema waar wij ons ook bij aansluiten is: ‘Deel je leven’. Nou, zult u zeggen, ‘opzouten en wegwezen’ dat is toch precies het omgekeerde,

dat is: ik wil je leven niet delen. In deze ene uitdrukking zit veel verstopt van negatieve tendenzen van onze wereld.

‘Opzouten’

Bij ons heeft ‘opzouten’ een negatieve toon, maar opzouten stamt uit de tijd dat in de scheepvaart producten (opge-)gezouten werden om ze tijdens de reis onderweg goed te houden. Alleen als je goed ‘opgezouten’ had, kon je de wereld rond, kon je ‘wegwezen’.

En zout is in onze tijd heel goedkoop, we strooien het met tonnen tegelijk over onze wegen. Maar in Jezus’ dagen was zout heel kostbaar. Als we in de Bijbel dan ook lezen over God en zijn volk die elkaar een belofte doen, dan gaat het om een ‘dure belofte’, een met zout bekrachtigd verbond.’ (Num. 18:19) Als God zich liefdevol aan mensen verbindt (doop!), dan doet Hij dat met liefde die geen houdbaarheidsdatum kent.Wie in Christus gelooft, is in Hem ‘veilig’ om de wereld in te gaan om daar gelovig verschil te gaan maken.

‘Jullie zijn het zout’

En Jezus zegt het ronduit tegen zijn leerlingen, tegen iedereen die in Hem gelooft, Hem wil volgen: Jullie zijn het zout in deze wereld. Het valt mij op dat Jezus niet zegt: jullie moeten het zout zijn, of het is mijn liefste wens, of het zou mooi zijn dat … Nee, Hij zegt, als jullie mijn leerlingen zijn, dan ben je gezouten, dan ben je zout in deze wereld.

En deel dan maar je leven met wie je maar tegenkomt in je ‘netwerk’. Dat kan thuis zijn of op je werk, op facebook en twitter, maar evengoed langs de lijn of in een praatje met de buurman, op straat en in de kerk. U en ik, wij zijn allemaal zoutkorrels.

En de smaak van zout komt beter tot z´n recht, als het niet samenklontert. Dat gaat ook voor de kerk op, het is geen goede zaak als we alleen maar ‘samen klonteren’ bij elkaar, maar als zoutkorrels ons leven en ons geloof te delen.

Daar willen we ons met de activiteiten voor het komende winterseizoen op richten.

Denkt u maar aan het vertrouwde ‘Eten met een praatje’ maar er zijn ook gesprekken met onze jongere generaties, een kring rond de schurende vragen van religie en geweld. En onze jeugdwerker Carlijn Niesink trekt de kar van het project World Servants, van Kindernevendienst XL en Tienerdiensten. Wilt u hier meer van meer van weten, kijkt u dan in ons nieuwe winterwerkboekje.

Dit jaar dus met het motto: ‘Deel je leven, dus opzouten en wegwezen!’

  1. Arjan Bouwknegt

 

Lees meer →
Exemple

Pasen doet je wat

Pasen doet je wat

Pasen, elk jaar weer raakt het mij. Want als we Pasen vieren, vieren we het hart, het geheim van ons geloof. Met de kinderen het spel spelen van eieren zoeken sluit daar heel mooi bij aan. Aan de ene kant kijk ik er naar uit. De mooie diensten in een hele Stille Week onderweg naar Pasen. Ook dit jaar bent u elke avond van harte welkom. De verstilling en de eerbied ontroeren mij. De tocht die we maken in een stille kerk, tot op het feest van het nieuwe licht, raakt mij – dieper dan ik zeggen kan. Pasen, vreemd en vertrouwd, maar altijd iets om naar uit te zien.

Maar er is ook een andere kant. Ik voel me vaak wat ongemakkelijk als het over Pasen gaat. Zeker als er wat over geschreven of gezegd moet worden. In de kerk menen we altijd wat te moeten zeggen met Pasen,  iets uitleggen. In de Rooms-katholieke kerk en meer nog in de Oosters–orthodoxe kerk is Pasen vooral een feest dat gevierd wordt. Ik snap dat wel. Pasen is een feest dat we moeten vieren en niet moeten uitleggen.

Want Pasen is helemaal niet te begrijpen – zelfs onze enige getuigen, de bijbelschrijvers, stotteren erbij. Het is niet te begrijpen hoe de gruwelijke executie van een rechtvaardig mens kan leiden tot een feest van bevrijding en verzoening. En het is niet te bevatten dat vrouwen en mannen elkaar bij een leeg graf in de armen vallen en elkaar toeroepen: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Het is niet te begrijpen, maar het is wel waar!

Het is niet te begrijpen, totdat we het gaan vieren. Al vierend ontsluit Pasen haar geheimen aan ons. Eenvoudig die oude getuigen aan het woord laten en de verhalen laten klinken. Hele oude verhalen van bevrijding uit Egypte. En de verbijsterende verhalen van Jezus, die een weg ging – moest gaan! – van vernedering en verlating, die werd geslagen en door zijn beste vrienden werd verraden. De droevige verhalen van zijn kruisiging en zijn begrafenis. En tenslotte de wonderlijke en blijde verhalen van de ontmoeting met de Opgestane en de jubel bij het lege graf. In al die verhalen klinken woorden van bevrijding door, steeds duidelijker, steeds blijer.

Bij het lezen van deze verhalen worden we geraakt. Eerst worden we stil, meegenomen in het verdriet. Dan leren we het uithouden, twee nachten lang, in de verlatenheid van dood en afscheid. En uiteindelijk gaan we zingen, gaan we jubelen – dat kan niet anders: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’ Als we zo Pasen vieren en het héle verhaal willen horen, dan wordt het ook in ons leven weer Pasen. Dan weten we dat doodlopende wegen toch verder gaan. Dan leren we het weer een beetje uit te houden in de leegte van het eigen gemis en in het wereldwijde kwaad waartegen je je machteloos kunt voelen. Dan gaan we God zien en kunnen we elkaar werkelijk toeroepen: ‘Wij hebben de Heer gezien!’

Ds. Arjan Bouwknegt

 

 

Lees meer →
Exemple

Ho ho ho….

Er was eens een arme boer in China die een fraai mooi wit paard had. De dorpelingen waren jaloers en er werd vaak een hoog bod gedaan op het paard. De boer sloeg het af. Hij kon het geld goed gebruiken, maar hij zag het dier als ‘een vriend’ waar hij geen afstand van wilde

doen. Op een dag was het paard verdwenen uit zijn stal. Zie je wel zeiden de dorpelingen, het paard is gestolen, je had het moeten verkopen, wat een ongeluk…

Ho, ho, ho, zei de boer, niet zo snel. Feit is dat het paard niet meer in zijn stal staat. De rest is een oordeel. Of het een geluk of ongeluk is, valt te bezien. We kennen maar een klein deel van de geschiedenis van ons leven. Wie weet wat er nog gaat gebeuren? Twee weken later kwam het paard terug. Hij had 12 soortgenoten meegenomen, mooie wilde witte paarden. De dorpelingen hadden uiteraard hun mening klaar: je had toch gelijk boer, dit is echt een geluk.

Ho, ho, ho, zei de boer. Laten we dat even afwachten. Door één zin van een boek te lezen weet je toch ook de inhoud van het boek niet? De dorpelingen verklaarden de boer voor gek. Nu bezat hij zelfs 13 prachtige witte paarden en vond zichzelf géén geluksvogel…?

De zoon van de boer ging de wilde paarden temmen en werd ernstig gewond door een val van een van de paarden. Hij raakte verlamd aan zijn benen. Weer kwamen de dorpelingen bij de boer. Ach  je had gelijk, de paarden brengen je alleen maar ongeluk. Je enige zoon is verlamd aan zijn benen. Wie gaat nu voor je paarden zorgen en voor je oude dag?

 

Ho, ho, ho, zei de boer weer. Mijn zoon kan zijn benen niet meer gebruiken, dat is alles. Wie weet wat het ons brengt, niemand kan de toekomst voorspellen. Intussen brak er oorlog uit in China en de jonge mannen moesten het leger in. De invalide zoon van de boer niet. De dorpelingen waren geschokt over de oorlog en beklaagden zichzelf. Onze zonen moeten de oorlog in en die van jou niet. Hij mag wel bij jou thuis blijven.

Ho, ho, ho, zei de boer. Mijn zoon blijft thuis bij mij, dat is waar. Of het goed of slecht is, een geluk of ongeluk, zal de tijd ons leren…

Het bovenstaande verhaal uit China brengt mij dicht bij Kerst. Het feest van de geboorte van Christus. Een kind nog maar, wat kan dat nu betekenen voor deze wereld? We vragen het zo vaak aan God, op een manier zoals ook de dorpelingen de boer naar zijn paard en zijn zoon vragen. We willen ons leven, ons geloof, onze kerkgang, ons gebed zo graag ergens toe laten dienen. Het kind moet dan zo snel mogelijk uit de kribbe, de wereld in, voor ons uit lopend in bescherming, als oplosser van al onze vragen.

Maar moeten we straks met Kerst ook niet een paar dagen accepteren dat God ons in Christus een ‘licht voor de wereld’ geeft, zoals de herders hoorden en zagen in de nacht op het veld?  Een licht om het leven te vertrouwen zoals het zich voordoet? Alle ruimte gevend aan de toekomst en hoe deze zich aandient? In het leven van de boer gebeurt van alles, maar hij gaat als het ware midden in de orkaan zitten.

Daar heerst rust en vrede waardoor de omstandigheden positief beïnvloed kunnen worden. Zo’n Kerst gun ik ook U. Een paar dagen van ‘ho, ho, ho’. Tijd van innerlijke vrede en even loskoppelen van alles wat er rondom ons gebeurt. Daarmee steken we de stekker in de allergrootste krachtbron van  ons geloof: de stilte waarin God zich laat horen in een weerloos kind. We ontvangen het in het licht van Gods belofte van ‘vrede op aarde voor mensen van Gods welbehagen’. Van vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.

Arjan Bouwknegt

Lees meer →
Exemple

In de herfst komt Hij….

Het is een prachtige zaterdag in oktober als ik deze woorden schrijf, met een heerlijk zacht zonnetje, en bomen die naar de herfst kleuren. Zo mooi kan deze tijd van het jaar zijn, een tijd van verstilling, een beetje weemoedig.

We voelen de tijd voorbijgaan, we nemen afscheid van de zomer als alles groeit en bloeit. Maar in de herfst kan het ook tekeer gaan, met harde wind en kille regen. En zo is deze zaterdag ook, want in Ankara, Turkije, was vandaag een zware aanslag. Tegenwoordig staat elke dag het nieuws bol van machthebbers en wereldmachten die vliegtuigen met bommen laten vallen en stromen vluchtelingen.

Het zegt denk ik wel iets dat het Acht-uur-Journaal het weerbericht vaak begint met mooie ‘plaatjes’ van een zon die opkomt of prachtige wolkenluchten. Dat geeft wat tegenwicht aan al dat zwaar wegende wereldnieuws.

Ieder jaar als het licht dimt en het donker zich breed maakt, doen we zoiets in de kerk ook.

Dan maken we het in de kerk vier weken lang elke week een beetje lichter. Elke week komt er het licht van een kaars bij. We noemen die tijd ‘Advent’.Want we leven in de verwachting van de komst van het Kind dat vrede belooft.

En dan kan het ook gaan spoken in ons hoofd en in ons hart, met steeds maar deze vraag: als God een God van liefde is, waarom is er dan zoveel ellende in de wereld?

Ik geef u niet direct antwoord op deze vraag, maar geef u een vraag terug. Wat is diep in ons hart ons verlangen, wat willen wij echt: Willen wij een God als Een Supermacht der ‘supermachten’ ? Willen wij dat God zo is? Een Superpower die zijn macht gebruikt om neer te slaan wie tegen Hem is, net als machtige mensen doen?

Of willen wij – diep in ons hart – een God die afdaalt, zichzelf als het ware naar beneden haalt, die uitmunt in gewoonheid en medemenselijkheid?

Als dat zo is, dan heb ik nog wel een tweede vraag: verdragen wij dat wel? Als God zo dichtbij komt, als Hij teveel mens onder de mensen is, gaan we dan niet slaan en schoppen?

Ik herinner me uit mijn kinderjaren dit liedje nog: ‘as je mekaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan, zo is het toch meneer? As je mekaar niet meer vertrouwen kan, dan blijf je nergens meer!’
Een tijdje geleden hoorde ik tijdens een reclameblok: vertrouwen is goed, controle is beter….
Vertrouwen wordt in onze tijd op een tweede plaats gezet. Maar geloven is een zaak van vertrouwen! Vertrouwen in God die tot je komt. En als je vertrouwen leert, ebben je angsten weg. Dan ontstaat er ruimte en vrijheid, en worden onmogelijkheden omgezet in mogelijkheden.

De vraag van Advent is: kunnen en durven wij de God van de Bijbel vertrouwen? We zijn in verwachting van iets wat helemaal niet zo bijzonder is, niet sensationeel van bovenaf komt. Het gaat om een jonge vrouw. Eigenlijk nog een meisje. Een tienermeisje dat zwanger is. Het Kind dat geboren gaat worden zal een ‘aardje naar zijn vaartje’ hebben. Dat kun je straks aan hem zien, let maar op het eenvoudige leven dat hij gaat leiden. Een leven dat geworteld is in een onbeschaamd en onbeschadigd vertrouwen.

Advent: het licht dimt, de duisternis neemt toe. Maar wij vertrouwen erop dat het Kind het Licht is waardoor de schaduw van het donker verdwijnt, voorgoed.

Ds A.J. Bouwknegt

Lees meer →
Exemple

Vakantie voorbij … ?

Terwijl ik dit schrijf is het nog vakantietijd.  Tot hun grote vreugde nog een hele week, merkten onze jongens, afgelopen maandag. Het is nog rustig in het dorp. Veel mensen zijn nog (onder) weg of zitten wat te rommelen in en om het huis. Vakantie is eigenlijk wel een raar verschijnsel. Het woord ‘vakantie’ komt niet in onze Bijbel voor.

 

Dat kan ook niet. Het is een van oorsprong latijns woord: vacantia. Het betekende ‘leeg’.

 

En werd een begrip aan de universiteiten om aan te geven dat er geen colleges waren. De agenda was ‘vacant’. Volgens Van Dale is de betekenis in de derde plaats: vrije tijd / rusttijd.

 

Echt vakantie hebben is nog een hele kunst. Ontspanning is letterlijk de spanning er af nemen. Maar ik zie op campings en waar mensen vakantie houden, geregeld de nodige stress. Ik heb dan niet altijd de indruk dat mensen tot rust komen. Zo slaat het moderne leven ook op de vakantie: wij móeten genieten. En een beetje snel graag. En hoeveel mensen zijn op vakantie ook nog bereikbaar voor het werk….?

 

Je hoort mensen soms praten alsof de vakantie alles is waar het om draait. Je werkt het hele jaar hard, voor die paar weken vakantie. En soms is het ook omgekeerd, dan hebben mensen het over vakantie als ‘bijtanken’ of ‘jezelf weer opladen’. Dan draait alles om het werk en is vakantie een middel om het werk goed te kunnen blijven doen. Is het werken een manier om op vakantie te kunnen gaan of is de vakantie een manier om te kunnen blijven werken?

 

Het is een vraag die je ook over kerk en geloof kunt stellen: ga je naar de kerk om bij te tanken en je op te laden voor de rest van de week, “voor het echte leven” zogezegd, of zijn de dingen van het geloof het belangrijkste; is dat waar het eigenlijk om gaat en is de rest maar een noodzakelijke bijkomstigheid?

 

Misschien moeten we de dingen niet zo uit elkaar trekken. Als vakantie alleen maar is om je op te laden, is dat dan nog wel leuk? En als werk er alleen maar is om die paar weken te financieren, houd je dat dan wel vol zo’n heel jaar?

 

En dat geldt ook voor het leven van een gelovig mens: ‘bid én werk’ zegt een oud gezegde. Vakantie en kerk moet je niet te belangrijk maken en ook niet te onbelangrijk. Er zijn nog wel meer overeenkomsten tussen vakantie en kerk te herkennen.

Bijvoorbeeld de vragen die je stelt, die je jezelf stelt. Wie ben jij? Wat is je doel? Wat is toevallig op je weg gekomen en hoort echt bij jou? Wat is voor jou echt van waarde en wat zou wel wat minder aandacht mogen krijgen?

 

Door haast, drukte en andere afleiding kom je vaak niet aan zulke vragen toe, het lukt vaak pas als je even pas op de plaats maakt, en doe doe je op vakantie (toch?). Wat zou het mooi zijn als de kerk  zo’n ‘pas op de plaats’ kan zijn…

 

Een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, elkaar kunnen stimuleren, elkaar even kunnen stilzetten, stilzetten om stil te staan bij wat echt belangrijk is in je leven. Ruimte om stil te staan bij die vragen waar je anders nooit echt aan toe komt, behalve misschien tijdens een vakantie. Misschien kan naar de kerk gaan wel een soort van wekelijkse vakantie zijn. Ga met God door het leven en door  uw/jullie vakanties en je zult het goed hebben.

 

Leestip: Uit de bijbel, om bij te ontspannen: Matthéüs 6 : 25 – 34 ( Ik zou kiezen voor  de Bijbel in Gewone Taal J ) ds. Arjan Bouwknegt

Lees meer →
Exemple

Even stilstaan bij de stilte

Het is bijna weer zover, veel mensen kijken er naar uit, de tijd van vakantie en vrij zijn.
Maar er is ook een andere kant. Als eind juni de merke voorbij is, de scholen hun deuren dicht doen en veel mensen met vakantie zijn, dan wordt het stil in ons dorp.

Er zijn daarom ook mensen, vooral ouderen, die ernaar uitkijken dat die vakantieperiode weer voorbij is, denk ik. Zij kijken uit naar het vrolijke lawaai van hun kinderen en kleinkinderen die gezond en wel met mooie verhalen, filmpjes en foto’s thuis komen.

Zelf vind ik het heerlijk als het een poosje stil is, maar ja, dat hebt u in de vorige Tsjerkelûden kunnen lezen, wij zijn dan ook een gezin met praatjesmakers. Dat is heel anders als het in je leven stil geworden is, als je alleen woont, de dag begint zonder dat er iemand goedemorgen zegt en de dag ook eindigt zonder dat iemand je welterusten wenst.

In dit artikel een paar gedachten over de stilte waarbij ik dankbaar put uit wat anderen hoorden in de stilte…

Stilte ….

Stilte, we kennen het nauwelijks meer. Mobieltjes geven (bij sommigen) dag en nacht geluid. De radio of de televisie staat de hele dag aan. Winkelen zonder achtergrondmuziek is bijna onmogelijk. In stilte ‘in de wacht’ staan of in een wachtkamer zitten, is er niet bij.

Als het in een gezelschap even stil is, roept er al snel iemand: ‘Er komt een dominee voorbij’. Weg stilte. Vaak komt iemand er dan overheen met de vraag: ‘Weet je waar die uitdrukking vandaan komt?’ En zonder op antwoord te wachten, komt dan de uitleg die u vast wel kent: dat in vissersdorpen de dominee het kwam zeggen als er een schip was vergaan.

Als de dominee voorbijkwam, hield men de adem in en was het even stil…
Zelf vind ik deze uitleg ook wel aardig: dat het gezelschap zich van schrik stil hield als er een dominee in de buurt kwam vanwege zijn eigen taalgebruik en zijn gespreksonderwerpen.

Stilte in de muziek

‘Geluid is een van de meest overschatte eigenschappen van muziek.’ Een prachtige uitspraak van de componist Elmer Schönberger. Zo maakt de stilte voor de storm vaak meer los dan de storm zelf. Stilte wekt aandacht, ontroering, eerbied. Stilte moet gezocht worden.

God in de stilte

Een tijdje geleden las ik een artikel over iemand die een voettocht maakte naar Santiago de Compostella. Op zijn tocht ontdekt hij de stilte als iets dat hem goed doet. Hij vraagt zich af waarom stilte zo weldadig is voor de mens.

Dat is zo omdat in de stilte geen druk is. Er zijn geen indrukken die je moet verwerken. Er is geen noodzaak om je uit te drukken. Een geweldig inzicht: de stilte is vrij van druk. Daarom is stilte te verstaan als de ruimte van God, de ruimte waarin we God horen spreken.

Stilte in ons bidden

Want vaak is ook in ons bidden stilte ver te zoeken. We praten maar en we zijn druk met vertellen aan God wat Hij al lang weet. Als bidden praten met God is, is het minstens zo belangrijk om te luisteren naar wat God zegt, want Hij vertelt ons wat wij nog niet weten.

Als we niet beter leren luisteren, zullen we het nooit weten. Soms vragen mensen zich af waarom God in onze tijd niet (meer) spreekt. Is dat misschien omdat wij zelf zo veel aan het woord zijn. God krijgt van ons geen kans om er tussen te komen.

In de stilte, de leegte, is het wezen van het leven te vinden; is God te ontmoeten. Hij is de stilte tussen de woorden. Hij is de stilte achter de woorden. Hij is de stilte zelfs zonder woorden, veelzeggende stilte. Stilte is volmaakt in zichzelf. Aan stilte hoeft niets te worden toegevoegd om te kunnen bestaan, geen daad, geen woord.

Heilzame stilte

De stilte hoeft niet letterlijk stil te zijn: rustige, mooie muziek geeft je ook innerlijke ruimte. Je kunt je gedachten laten gaan en vrede ervaren waar je eerst misschien nog onrustig was. Stilte is er in zoveel soorten en verschijningen.

Wanneer je je bewust wordt van de stilte om je heen, in je zelf en tussen mensen, ontdek je, dat er ook genezende, heilzame stilte is. Herinner je dan het verhaal van Elia, de vermoeide en uitgebluste profeet, die God zoekt. Hoor, zou Hij daar zijn: In de storm? In het onweer? In de aardbeving?

Nee, de Eeuwige maakt zich aan hem bekend “in het zachte suizen van de stilte” (1 Kon. 19).

Ik wens u en jullie allen in deze zomer goede stilte toe, dat je vrede mag ervaren en delen! Tot ziens bij u of jou thuis, onderweg of in de kerk. Een warme groet vanuit de pastorie.

ds. Arjan Bouwknegt

Lees meer →
Exemple

Jezus, ….!?

….. heeft Hij nou wel of niet echt …….. geleefd ?

….. is Hij nou wel of niet echt ….. opgestaan ?

Misschien hebt u er aan het begin van dit jaar ook iets van meegekregen. Er was weer eens een dominee, ds. v.d. Kaaij, die een boekje had geschreven. En in dat boekje schreef hij dat Jezus nooit echt heeft bestaan. Volgens hem is het verhaal van Jezus een variatie op oude mythes die al in Egypte verteld werden. Maar voor ds. v.d. Kaaij blijft het verhaal van Jezus de bron van waaruit hij leeft en gelooft. Ongeveer zoals je ook waarde hecht aan de boodschap van sprookjes. Hij zal ook van harte het feest van Pasen blijven vieren.

Mijn mening ….
Allereerst ben ik heel blij dat wij in een land leven waar iedereen vrij is om te denken en te geloven wat hij of zij wil. Die vrijheid moeten we koesteren, en als het nodig is, er voor opstaan, en zeker in de kerk. Want laten we niet vergeten dat er na het sterven van Jezus aan het kruis geen mens was die er nog in geloofd, in Hem geloofde. De kerk is begonnen met allemaal ongelovige Thomassen. Het geloof in de Opgestane moest Hij ons zelf komen vertellen.

Geen bewijzen … en toch geloof ik
Maar u wilt vast mijn antwoord weten op de vraag, heeft Jezus echt geleefd?
Ja, dat geloof ik. Nou kan ik u daarvoor allerlei argumenten geven. Ik kan u vertellen over de brieven van Paulus in de bijbel. Daarin vertelt hij over meer dan 500 getuigen die nog in leven (!) zijn. Zij hebben allemaal Jezus ontmoet na zijn sterven, dus als de Opgestane. Ik kan u vertellen over officiële bronnen uit de tijd vlak na Jezus waarin zijn naam staat opgetekend. Ik kan u vertellen over de christenen die hun geloof hebben vol gehouden ook als ze vervolgd werden, en hun leven gevaar liep.
En volgens de grote historicus H.G. Wells staat Jezus op de eerste plaats als we kijken naar zijn invloed op onze geschiedenis en ontwikkeling. Dat wij mensenrechten kennen en democratie, dat vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn, dat er ziekenhuizen zijn en sociale zorg, en scholen…. dat is allemaal geboren, gegroeid uit het leven van Jezus Christus.

Maar ….
Al deze argumenten kunt u ook zelf vinden als u een poosje gooooogelt. Maar weet u wat het is, ik denk niet dat iemand op basis van dit soort argumenten ervoor kiest om wel of niet te geloven. Wel heb ik mensen ontmoet die tot hun eigen verrassing op een gegeven moment zo geraakt waren door de christelijke boodschap, dat die hen daarna niet meer losgelaten heeft.

En het mooie is dat ik dat ook in de bijbel zie gebeuren. Jezus ontmoet mensen en vraagt ze om met Hem mee te gaan, Hem te volgen. En dat doen ze: Ze staan op en gaan met Hem mee, zonder dat Hij zegt waarom. Waarom geloven mensen in Jezus? Omdat Jezus hen geraakt heeft, aangesproken heeft met zijn daden en woorden van liefde.

En ik ben er zelf één van ….
Weet u waarom ik in Jezus geloof?
Ik zal u in het kort over twee belangrijke periodes in mijn leven vertellen.
In de eerste plaats geloof ik omdat ik het als kind heb gekregen in het gewone leven van mijn ouders. Gewone ouders met hun ‘lek en brek’ maar ik kon het aan hen proeven, hoe ze leefden met hun geloof. Hoe? Gewoon omdat ze van ons hielden, omdat ze ons hebben geholpen onze weg te vinden in het leven.

Maar ook omdat ze met ons konden bidden, omdat ze met ons de bijbel hebben gelezen, omdat ze zich op allerlei manieren hebben ingezet voor de mensen om hen heen en actief waren in de kerk en andere organisaties.

De tweede periode gaat over de tijd dat ik hier in Berltsum met een burn-out thuis zat. Dat kwam omdat mij in de tijd daarvoor alle geloof en vertrouwen ontglipt was. Vooral het geloof in mezelf, maar daarmee verdween ook het geloof en het vertrouwen in andere mensen en in God. Tot mijn grote verwondering is het geloof juist in die tijd bij mij terug.

Hoe?
In de eerste plaats omdat er mensen om me heen waren die mijn niet hebben laten vallen. Mensen met woorden en daden van liefde. Mensen die voor mij hebben gebeden toen ik het zelf niet kon. En toen de bodem van liefde onder mij en om mij heen weer sterker werd, kon ik er zelf ook weer om vragen. Wekenlang zat ik elke avond op mijn kamer en kon ik maar één woord bidden: Maranatha. Dat betekent: Jezus, kom! En Hij kwam. In een gevoel dat moeilijk in woorden is uit te drukken, maar er borrelen woorden boven als warmte, glimlach, vreugde, rust, vertrouwen, zekerheid, zin.

Waarom vertel ik u dit allemaal? Omdat ik geloof dat God zo met ons omgaat. Als Hij dat zou willen zou Hij zich ook in één grote openbaring aan de hele wereld bekend kunnen maken. Hij doet dat niet, want Hij wil zich niet bewijzen, Hij wil ons hart winnen.

Stel je voor ….
Stel je voor dat Jezus op Pasen opkomt als de stralende zon, zichtbaar voor de hele wereld.
Stel je voor, Hij bewijst zichzelf, Hij toont zich in zijn volle glorie aan alle mensen.
Zou het dan nog om dezelfde Jezus gaan en dezelfde boodschap? Dan zou de Jezus van de liefde niet meer dezelfde kunnen zijn. Dan zouden we vooral zijn macht voelen, dan zou Hij niet meer ons hart aanspreken, maar Hij zou ons fascineren. Hij zou ons hart niet veroveren, maar ons verstand en onze weerstand met overmacht breken. Maar het gaat Hem er niet om dat wij verbluft buigen voor Hem, dat we niet anders kunnen dan toegeven, Hij is het echt!
Dan zet Hij ons voor het blok, maar dan heeft Hij nog niet ons hart gewonnen. En dat is wat Hij wil. Ons hart, onze liefde winnen.

Goede tijden, slechte tijden….
Maar het is tussen Jezus en ons net als bij ons mensen. Je leert iemand kennen, je gaat van iemand houden als je zelf die ander wilt kennen, van die ander houdt. Echte liefde laat zich alleen door andere liefde echt kennen, echt ontdekken. Dat gaat zo tussen mensen en zo gaat het ook tussen God en mensen.
En daar is het Hem juist om te doen dat wij mensen ook gaan liefhebben, houden van elkaar, en van Hem. Echte liefde kun je alleen vrijwillig geven, omdat je er zelf voor kiest. Zo gaat het in relaties tussen mensen. Als je geeft om iemand, dan heb je tijd en aandacht voor elkaar, dan wil je bij elkaar zijn, dan zoek je elkaar weer op, en als er eens een keer bonje is geweest, dan maak je het weer goed. Dan blijf je bij elkaar in goede en slechte tijden. Zo is het ook tussen ons en God.

AJB

Lees meer →