Exemple

Glas-in-loodramen Kruiskerk

Glas-in-loodramen Kruiskerk

In de Kruiskerk zijn bij de bouw in 1966 3 glas-in-loodraam2jpg_1444678656ramen in de oostelijke muur geplaatst.  De stijl is typerend voor de jaren ’60 van de vorige eeuw. Wie de maker is van dit kunstwerk, is niet met zekerheid bekend. Ik heb al een hele zoektocht gehad: het archief van de kerk, het archief van de architect Steen (is vernietigd), via internet langs ander kerken gebouwd door Steen maar tot dusver heeft dit nog met zekerheid geleid tot de kunstenaar. Op de website van onze dorpshistoricus Watse Posthumus wordt het Jaarboekje 1985/1986 van de Gereformeerde Kerk Berlikum aangehaald. Daarin wordt vermeldt, dat de heer Wisse uit Vlissingen de kunstenaar is. Hij is een van de medewerkers van het architectenkantoor Steen & Tuinhof, dat gevestigd was in Leeuwarden en Vlissingen.

Wat beeldt het uit?

Elk kunstwerk nodigt uit tot inspiratie en interpretatie zo ook deze ramen. Er zijn drie glasramen in de oostgevel van de kerkzaal. Het aantal van drie werd gekozen om de ontwerp-kunstenaar de mogelijkheid te geven in deze eenheid van drie, af te beelden b. v. Geloof–Hoop–Liefde of de drie-eenheid Vader–Zoon–en Heilige Geest. Het aantal – drie – heeft verschillende betekenissen. De kunstenaar heeft in deze drie-eenheid het volgende ontworpen. DE SCHEPPING. Het lijnenspel is een contrraam3jpg_1444678683ast met de strakke opzet van de kerk, abstract en gebogen gehouden. Het middelste glas stelt voor de eerste mens Adam, waaruit Eva is voortgekomen. Deze groei wordt voorgesteld door een embryo (het lichaam in wording). Die groei van Gods Schepping komt tot uitdrukking in het rechter paneel (= linker paneel), de vorm van een ei, waarin eveneens een embryo. Het paneel geeft de afbeelding van een giraffe en een lama (dieren op aarde). Het linker (=rechter) paneel een vogel in de blauwe lucht en een vis in het water (dieren in de lucht en in de diepten der zee) Deze laatste figuren geven dus aan het ontstaan van het dierenrijk. De planten in de schepping worden in alle drie panelen aangegeven door bomen. De boom achter de persoon van Adam in het middelste paneel heeft de vorm van het kruis, hetgeen wijst naar Christus (de tweede Adam), die het leven voor de Christenen mogelijk gemaakt heeft. Direct na de schepping werd reeds de slang zichtbaar afgebeeld rechts van het middelste paneel (de duivel).

Ds. Jeannette van den Boogaard – Bongers heeft in een preek in 2010 haar interpretatie gegeven van het ‘drieluik’. Ik mocht citeren uit de preek ( anders kan iemaraam11jpg_1444678630nd misschien denken, dat ik het had onthouden…). “Links zien we de dieren van het veld en de kruipende dieren. In het midden zien we de kroon van de schepping: de mens, de vrouw uit de rib van de man, de levenskiem. Rechts zien we de vogels en de vissen. Bijzonder: Links onder bij de kruipende dieren begint de slang. In dreigende kleuren, anders dan de andere kleuren. En die slang strekt zich uit naar het middelste raam, spert zijn bek open naar de mens. Maar dan kijken we naar de boom des levens, in de vorm van een kruis, die zich uitstrekt over alle drie de ramen. Het leven, dat God ons geeft en voor ons wil, zal het winnen van al wat het leven bedreigt. “Deze ramen blijven in de plannen voor het MFC zichtbaar en blijven zo tot inspiratie voor onze gemeenteleden en andere bezoekers van de zaal. Durk Osinga De foto’s zijn gemaakt door Uilke Strooisma.

Lees meer →
Exemple

Doophek Koepelkerk

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De redactie van Tsjerkelûden heeft mij gevraagd, in dit nummer wat meer te vertellen over het doophek en zijn functie.  In mijn vorige bijdrage ben ik al uitvoerig ingegaan op de vuurpotten op het doophek, dus dat laat ik nu verder achterwege.

Wat is nu een doophek ? De ruimte rond de preekstoel (kansel) wordt in de oude Hervormde kerken steeds omgeven door een meestal fraai gesneden houten hek. Aan de binnenkant voor de preekstoel was plaats voor de voorlezer of voorzanger met een katheder (voorleesplankje). Aan weerszijden waren banken voor de kerkenraad. Vanouds zitten de ouderlingen aan de kant van de trap naar de preekstoel en de diakenen in de andere bank ertegenover. De kerkenraad zit dus echt ‘yn it hek’., en die uitdrukking wordt nog steeds gebruikt. Waarom is dat zo? Het doophek diende in de protestantse kerk om de preekstoel als het eerbiedwaardigste kerkmeubel van de toehoorders-ruimte te scheiden. Dat besluit is in 1579 genomen in de synode van Dordrecht .De doop en eventueel ook het avondmaal vinden plaats in het doophek om het gewijde karakter van deze plaats te versterken. Het doopbekken is meestal met een koperen beugel verbonden aan de trap naar de preekstoel. Het doel was om de verkondiging van het woord centraal te stellen. Als de avondmaalstafel niet binnen het doophek geplaatst kon worden, wordt het avondmaal gevierd aan losse tafels vóór het doophek dan wel met een rondgaand avondmaal. De situatie in de Koepelkerk komt goed overeen met de hiervoor beschreven situatie uit het standaardboek van de Protestantse kerkbouw van dr. M.D. Ozinga. De kerkvoogden hadden tot 1951 een eigen herenbank achter in de kerk (de westelijke bank) maar vanaf de nieuwe kerkorde van 1951 waren de kerkvoogden lid van de kerkenraad en zitten zij bij de diakenen in de bank. Ik

weet niet voor hoeveel personen de banken gebouwd waren maar volgens mij voor 2 of 3 personen aan weerszijden. Omdat de kerkenraad steeds groter werd, werd het krap in de bankjes en is, denk ik, een rooster opgesteld van de kerkenraadsleden, die dienst hebben. Een voltallige kerkenraad is alleen aanwezig bij een bijzondere gelegenheid en dan nemen de overige kerkenraadsleden plaats op de eerste rij stoelen. Al jaren vinden doopplechtigheden vóór het doophek plaats en niet meer binnen het hek, dit vanwege de betere zichtbaarheid. We vinden dit al heel gewoon. De opvattingen over het liturgisch centrum in de kerk zijn in de loop van de vorige eeuw veranderd. De avondmaalstafel kreeg een vaste plek terug in het liturgisch centrum samen met de preekstoel en doophek. In de loop der jaren is de kerk anders gaan kijken naar het gewijde karakter van de kerkenraad. De kerkenraad wordt steeds meer gezien als een deel van de gemeente met een bijzondere taak. Al sinds de reformatie in 1580 zijn de opvattingen over het kerk zijn gewijzigd en vonden soms kleine, soms grote wijzigingen plaats in de inrichting van het liturgisch centrum.

Durk Osinga

Bij de foto:  De versieringen in het doophek bestaan uit geometrische figuren met een draperie (doek). De rechthoek is versierd met een bloemmotief. De Lodewijk XVI-stijl markeert de terugkeer tot de puurheid van de kunstvormen van de klassieke oudheid. Die klassieke oudheid vindt je op veel plaatsen terug in de kerk.

Lees meer →
Exemple

De Preekstoel van de Koepelkerk

In blijde verwachting van nieuw leven

Op de preekstoel in de Koepelkerk staan de vier jaargetijden in houtsnijwerk uitgebeeld op 4 panelen: het voorjaar, de zomer, de herfst en winter. Deze keer gaan we het voorjaar eens van dichtbij bekijken.

Het paneel heeft aan de bovenkant een draperie, een kunstig opgehangen doek, zoals dat op meer houtsnijwerk in de kerk voorkomt, een typerend Lodewijk XVI stijlelement. Aan een lint zijn een ring met een vogelnest, een tak met bladeren en 2 bloeiende tulpen gehangen. Het zijn duidelijk elementen uit het voorjaar. Zo’n lint is ook typerend voor deze stijlperiode waarin de klassieke oudheid sterk naar voren kwam. Deze linten maakten de strakke lijnen wat luchtiger. Onderaan het paneel rijst als het ware een bloem op uit de watergolven. Het lijkt op een lotusbloem.

In 1779, toen dit houtsnijwerk werd gemaakt door de kunstenaar J.G. Hempel, hadden de mensen nog oog voor de symboliek in de kunstvormen. Dat zijn wij nu grotendeels kwijt. Denk je eens in, wat doet een broedende vogel op een preekstoel? De eieren in het nest van de broedende lijster (?) zijn een symbool van het mysterie van de schepping, het leven dat ontstaat en groeit in het oerdonker. De broedende vogel verwijst naar de aarde, die in verwachting is van de geboorte van Jezus, de adventstijd. De preekstoel in Sexbierum uit 1768 is zelfs in zijn geheel een vogelnest in een boom, en deze preekstoel is ook gemaakt door Hempel. De broedende vogel wordt omringd door een ring of krans van bladeren, het symbool van eeuwigheid en continuïteit.

De tak verwijst naar de duif met een groene (olijf)tak, die terugkwam bij de ark van Noach na de zondvloed op aarde. Met deze tak wordt duidelijk gemaakt, dat het kwade voorbij is en dat er nieuw leven is op aarde.

preekstoel

De tulpen zijn in het voorjaar gegroeid uit een bol in de donkere grond. Ook een teken van nieuw leven op aarde. Het zijn bostulpen, de ‘wylde tulp’, tegenwoordig aangegeven als stinzenflora. Op het kerkhof rond de kerk groeien ook bostulpen. De Engelse landschapstuin uit de 18e eeuw heeft een meer natuurlijke stijl en beplanting en in deze tuinen werden bolgewassen toegepast. In die tijd was dit een nieuwe tuinstijl.

De lotusbloem of te wel waterlelie werd in veel volken geëerd. Doordat de plant in de winter lijkt te verdwijnen, werd de lotus onder meer ook een symbool van geboorte en wedergeboorte. De bloem was ook een symbool van de geestelijke groei van de mens, vanuit zijn nog gesloten knop van het hart, en van de potentie van de ziel om goddelijke volmaaktheid te bereiken. De geboorte van Jezus en de wedergeboorte van de mens hebben alles met elkaar te maken en worden verbeeld in deze uit het water oprijzende bloem.

Met diverse symbolen uit het voorjaar heeft de kunstenaar dus de komst van Jezus uitgebeeld en de betekenis daarvan voor de mensen op aarde. Er is licht in de duisternis, hoe toepasselijk nog steeds in de huidige wereld met aanslagen op de vrede.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

De Zilveren Troffel

In 1999 ontving de Hervormde Gemeente van de heer George Wolfgang Carel Duco Kan een zilveren troffel. Daarop bleek dezelfde tekst gegraveerd te staan als op een in de kerk herplaatste gedenksteen van een eerste steenlegging uit 1773.

Die gedenksteen was tijdens de restauratie aan het kerkgebouw in 1970-1980 aan het licht gekomen. Samen met nog twee gedenkstenen uit 1779 was de steen in het baarhuis -op de kop- als vloerverharding neergelegd. Na archiefonderzoek bleek, dat de steen uit 1773 geen betrekking heeft op de kerk (gebouwd 1777-1779), maar op de bouw van het nieuwe schoolgebouw bij de kerk ter vervanging van een schoolgebouw uit 1617.

“Als eene herinnering der volbrachte handeling …”

Het plaatsen van de ‘eerste steen’ is één van de vele tradities waarmee het oprichten van bouwwerken was en is omgeven. Andere gebruiken zijn bijvoorbeeld het plaatsen van een ‘bouwoffer’, het slaan van de eerste of de laatste paal, het halen en plaatsen van de meiboom, pannenbier, onthulling van een gedenkteken of de opening van het gebouw.

Het gebruik van een zilveren troffel is daarbij functioneel, symbolisch én kostbaar tegelijk. Een zilveren troffel is als het ware de geboortelepel van het bouwwerk. Uit Friesland zijn 13 zilveren troffels bekend.

Uit de beurs van de kerk

Het bouwen van de nieuwe school in Berltsum met inpandige woning van de onderwijzer werd betaald door de kerkvoogdij. In het rekeningenboek staan de uitgaven met betrekking tot de bouw van de school nauwgezet verantwoord. Aan Hendrik Ewerts Huiving zijn drie Carolusguldens , twee stuivers en acht penningen betaald ‘ bij het brengen der Meijboom op het Nieuwe Schoole huis verteerd’. In 1774 zijn de kosten betaald voor een gedenksteen:  ‘Den 12 Maart 1774 Betaald aan Dirk Embderveld Mr.Hardhouwer te Leeuwarden voor een Gedenksteen in de Geevel van de Nieuwe Schole huisinge geplaatst, met het houwen van het wapen en Inscriptie sampt het Loofwerk in ’t geheel 37 Carolusguldens en 8 stuivers’.

De metselaar van de eerste steen aan de nieuwe school in Berltsum was de zevenjarige zoon van de grietman van Menaldumadeel Georg Frederik baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg en Sophie Elisabeth gravin d’Aumale. Zij was eigenaresse van Hemmema state en de naam d’Aumale poarte herinnert nog aan haar naam. De zilveren troffel is vier generaties in de familie doorgegeven alvorens het werd aangeboden aan de kerk. De schenker George Wolfgang Carel Duco Kan (1915-2005), emeritus predikant in Eefde, bleek een rechtstreekse nazaat en naamgenoot te zijn van jonkheer Georg thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg (1766-1808), die blijkens het opschrift op de troffel de eerste steen aan het schoolgebouw had gelegd.

 Hervormde Gemeente Berlikum schenking troffel van GWCD KanDe troffel van Jan van Leek

De punttroffel is gemaakt in 1772 door Jan Hermanus van Leek uit Leeuwarden. Aan de onderzijde van het blad is de inscriptie aangebracht: Den 10 Maij 1773 / Heeft Jonkheer / Georg Wolfgang Carel Dúco / Baron Thoe Swartzenberg / en Hohenlansberg / Oúd 7 Jaren / 3 Maanden en 14 Dagen, den eersten / Steen aan dit geboú gelegt~ //. Deze tekst staat ook op de gedenksteen in de kerk.

Deze zilveren troffel is een zeldzaam stuk gereedschap ter herinnering aan een eenmalig gebruik én een bijzondere aanvulling op het oeuvre van de zilversmid Jan van Leek. Met de schenking van de troffel aan de kerk werden de gedenktekens van de bouw bij elkaar gebracht.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

In de Koepelkerk is bij de grote restauratie in 1970-1980 een gevelsteen in de muur gemetseld. Deze middeleeuwse steen kwam uit de brug over de Menamerfeart, toen die in 1953 verbreed werd tot de huidige brug. Het was niet toevallig, dat deze steen in de brug gemetseld was. De voorganger van deze brug was een stenen pijp zoals je ze ook nog ziet in de steden. Deze pijp was eigendom van de kerk en de kerk verhuurde jaarlijks de visserij in deze Tichelerspijp.

Wat staat er op deze gevelsteen

Gevelsteen Lam Gods op romaanse kerkOp deze steen staat een afbeelding van een romaanse kerk en op het dak een liggend lam, dat een vaandel draagt. Het lam met een vaandel is een rooms katholieke voorstelling van het zegevierende Lam Gods (=Jezus Christus ) of ook wel het Sint Jans Lam. Als je even googled op internet kom je beide afbeeldingen tegen. In het Latijn is dit het Agnus Deï. In de middeleeuwen was de kerk in Berltsum een rooms katholieke kerk zoals overal, dus deze afbeelding was niet zo vreemd. De afbeelding van de kerk is nog wel een raadsel. De voorganger van de huidige Koepelkerk was een kruiskerk, die in 1348 gereed kwam. Deze kerk had twee aanbouwen of kapellen. In die tijd bestond er ook een Jansleen, waarvan de opbrengst aan de kerk toekwam. Misschien was een van de kapellen wel gewijd aan het Jansleen en ligt hier een link met het Sint Jans Lam. We zullen het wel nooit precies te weten komen. De kerk zelf was gewijd aan Sint Michael.

Een vergelijkbareAvondmaalsbeker 1601 met Lam Gods 1 afbeelding van deze gevelsteen staat op de oudste avondmaalsbeker uit 1601, op het memoriebord in de kerk en op één van de kerkstempels. Er is dus zeker een oude relatie tussen deze afbeelding en de kerk van Berltsum.

 

 

 

 

 

 

Dorpswapen en clubwapen

media_366_67365_w280_fitIn de 70-er jaren is de dorpskrant Op ‘e Roaster in het leven geroepen. Na enige tijd is het logo van de krant gevormd met de afbeelding van de kerk met het Lam Gods op een wapenschild en een kroon. Enkele jaren geleden is dit gemoderniseerd met het liggende lam en het vaandel en de Koepelkerk op de achtergrond. De SC Berlikum heeft een clubwapen ontwikkeld met een in het wapenschild de oude afbeelding van de romaanse kerk en het lam met het vaandel in wit op een oranje achtergrond. Dit schild is gedekt met een kroon en heeft als onderschrift S.C. Berlikum.  Tenslotte is een dorpsvlag ontwikkeld met alleen het liggende lam met een vaandel (kleur zilver) op een achtergrond met de kleuren rood en goud. Ik ga er van uit, dat dit het officiële dorpswapen is.

Het is een mooie ontwikkeling, dat zo’n oude afbeelding van het Lam Gods, dat voor gelovigen symbool staat voor Jezus Christus , die de zonden voor ons weggedaan heeft, een breder gevolg gekregen heeft. Het staat nu symbool voor dorpsbrede activiteiten in de media, het voetbal en staat zelfs voor het dorp Berltsum. Het herinnert elke Berltsumer er aan, dat Jezus altijd bij je wilt zijn, waar je ook mee bezig bent, al zal niet iedereen dat zo ervaren of geloven.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Pinkstervuur

Pinkstervuur

Op zondag 24 mei 2015 stond de dienst in de Koepelkerk in het teken van het Pinksterfeest en het Doopfeest. Beide feesten hebben te maken met de Heilige Geest en deze wordt verbeeld met het vuur. De tongen van vuur kennen we van de uitstorting van de Heilige Geest en vuur is in de christelijke kunst de ultieme test voor zuiverheid of voor geloof. Dominee. Bouwknegt noemde in zijn preek het vuur de verbeelding van de Geest.

Beide feesten komen geweldig samen in de symboliek in de kerk. Overal in de kerk namelijk is het vuur verbeeld in het houtsnijwerk. Op de hoeken van het doophek (!) staan brandende oliepotten. Het vuur van deze oliepot kan met een schuif hoger en lager gezet worden, net zoals met olielampen. Op de traphoek naar de preekstoel staat ook een oliepot maar zonder schuif! Ook in de detaillering is deze oliepot anders dan de oliepotten op het doophek. Dit vuur kan dus niet worden gedoofd en staat dus heel toepasselijk symbool voor het eeuwige woord dat vanaf de preekstoel wordt gebracht. Aan weerszijden van de deur in het doophek staan siervazen met elk 3 kleine vuurtjes en een slinger van eikenblad met eikeltjes. Eikels zijn een teken van vruchtbaarheid, voorspoed en het vermogen tot geestelijke groei uit de kern van de waarheid. Heel toepasselijk bij de doop van kinderen, vandaar dat deze vazen op het doophek staan. De symboliek wordt nog sterker als je bedenkt, dat vroeger gedoopt werd binnen het doophek en het kind langs dit vuur in de dooptuin werd gebracht.

Bovenop het klankbord van de preekstoel staat ook vuur uitgebeeld evenals op de vazen bovenop het orgel. Omdat de kerk en het orgel tegelijk gemaakt zijn, is het niet toevallig, dat het vuur ook op het orgel staat. Als je de symboliek doortrekt, betekent dit dat met de orgelmuziek de Heilige Geest hoorbaar en voelbaar wordt.

12S001.EXP.220515.vr.Doophek.130.IMG_1269 12S001.EXP.220515.vr.Doophek.180.IMG_1275 12S001.EXP.220515.vr.Leuning.140.IMG_1334

Bij de restauratie in 1970-1980 zijn er ook oliepotten geplaatst op het doophek tegen de muur en op de voormalige kerkvoogdijbank, de linker grote bank aan de noordkant; dit is waarschijnlijk gedaan om het kerkinterieur evenwichtiger te maken.

De linkerfoto is de siervaas aan weerskanten van de deur, de middelste de oliepot op het doophek en de rechter foto is van de oliepot op de trap naar de preekstoel. Het zijn dus niet zomaar wat versieringen die de houtsnijder Johann Georg Hempel 235 jaar geleden gemaakt heeft. Hij heeft heel goed nagedacht over de symbolische betekenis van het houtsnijwerk in de kerk en op welke plek dit kwam te staan.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Veel bezoekers van de Kruiskerk hangen hun jas op aan de kapstok beneden in de hal. De meesten hebben wel wat kleur gezien achter de kapstok  zonder te weten wat dat voorstelt.  Op bijgaande foto is de volledige muurschildering te zien. Deze muurschildering is aangebracht  ter gelegenheid  van de bouw van de Gereformeerde kerk in 1966. Duidelijk is te zien, dat dit een eerbetoon is aan de muziek. Er zijn muzikanten met instrumenten te zien zoals orgel, basviool, en trompet. Verder zangers met  hun partituur. Dit alles in de kenmerkende stijl  van de jaren 60 uit de vorige eeuw. Het kunstwerk  is gemaakt door Harry Meek. Het werk is mede ingekleurd door Ale Strooisma.

Wie was Harry Meek?

Op de website www.harrymeek.nl staat het volgende. “Eelke Everhardus Meek beter bekend als Harry Meek was een veelzijdig Nederlands beeldend kunstenaar. Hij is geboren in Assen op 11 februari 1922 en overleden in Apeldoorn op 10 december 2012.
Harry Meek genoot zijn kunstopleiding aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Vanaf 1958 was hij als kunstenaar gevestigd in Apeldoorn. Hij was daar werkzaam als docent aan het Christelijk Lyceum.

Op vele plaatsen, met name in Apeldoorn zijn nog veel zijn beelden en wandversieringen te zien. Harry Meek werkte graag met veelzijdige, wisselende en gecombineerde technieken. Hij werd geboeid door olieverven, aquarellen, grafiek, sculptuur, mozaïeken, wandschilderingen en andere soorten van monumentale en toegepaste kunst. In verscheidene plaatsen in Nederland en daarbuiten kan men werk van hem aantreffen. Niet door één en dezelfde stijl is zijn werk bepaald, maar hij voelde zich even goed thuis in de abstracte als de meer figuratieve stromingen zoals de portretkunst. ”

Het is niet bekend hoe destijds de Gereformeerde Kerk in aanraking is gekomen met deze kunstenaar. Misschien heeft  de architect Steen hem aanbevolen. Indien iemand daar meer van weet, dan hoor ik het graag. In het Bolwerk in Dokkum bevindt zich ook een muurschildering van Harry Meek. Navraag bij het Bolwerk naar deze muurschildering, leidde tot de opmerking, dat deze helaas is overgeschilderd.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Het Laatste Avondmaal

Het Laatste Avondmaal

In de Kruiskerk hangt in het liturgische centrum een wandkleed aan de muur. Dit wandkleed stelt het Laatste Avondmaal voor naar een middeleeuws voorbeeld. Het Laatste Avondmaal is een muurschildering, geschilderd door Leonardo da Vinci in 1495 in de refter van het Santa Maria delle Grazie, een dominicaner klooster in Milaan.

Het is een afbeelding van een scène uit het laatste avondmaal van Jezus zoals beschreven in de bijbel en het is gebaseerd op Johannes 13:21-26, waarin Jezus aankondigt, dat één van zijn twaalf discipelen hem zal verraden. Het schilderij is wereldwijd bekend en de opstelling is een schematische voorstelling, waarin de reacties van de twaalf discipelen worden weergegeven, toen Jezus zei, dat één van hen hem verraden zou. De derde discipel van links is Andreas met het gezicht van Da Vinci. Omdat een muurschildering uiteraard niet kan worden verplaatst, is het nooit in particulier bezit geweest.

Het schilderstuk is vaak nageschilderd of op een andere manier nagebootst. In de 80-er jaren was het smyrnaknopen erg populair en was een patroon voor een smyrnakleed beschikbaar.

Meester Visser vertelde het volgende: Op een gegeven moment ging de gereformeerde vrouwenvereniging Dorcas  op reis naar Douwe Egberts en de cadeauwinkel in Joure. Meester Visser en Sierd Quarré waren chauffeur. De dames hadden bedacht, dat ze gingen te koffiedrinken in een zaal van de Gereformeerde Kerk daar. De beide mannen werden op een gegeven moment verteld, dat ze iets moois moesten zien in de kerk. Daar hing een kleed aan de wand met het Laatste Avondmaal van Da Vinci. De mannen werd gevraagd wat ze ervan vonden en het kon hun instemming hebben.

De vrouwenvereniging wilde aan de kerk ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan in 1987 een zelfde wandkleed aanbieden en de zij kon dus met een gerust hart in het geheim het kleed gaan maken. Dit smyrnakleed werd geknoopt door Lippie Quarré. Zij was hier erg bedreven in. In haar huis aan de Bûterhoeke waren twee woonkamers. Elke keer, dat ze er mee bezig was, kwam in een kamer het kleed over de tafel. Zij is hier geruime tijd mee bezig geweest maar ze kon snel werken volgens haar dochter.

De gereformeerde kerk in Joure is in 1994 geheel afgebrand en is het wandkleed daar verloren gegaan. Het is niet bekend of er op dit moment nog meer wandkleden van dit patroon zijn.

Durk Osinga

 

Lees meer →
Exemple

We kunnen al enkele maanden weer genieten van het ‘elegantste orgel van Friesland’, aldus de typering door Theo Jellema, de orgeladviseur van de kerkrentmeesters.           Onze gemeente beschikt over goede organisten, die door dit orgel worden uitgedaagd om het maximale te halen uit dit instrument. En dat doen ze allemaal met veel enthousiasme! Door hun spel en de gemeentezang wordt God alle eer gebracht tijdens de kerkdiensten.

Het eindrapport, dat Theo Jellema schreef, volgt hierna (nagenoeg integraal).

Eindrapport over de restauratie van het Mitterreither-orgel

 Het orgel en zijn geschiedenis

Johannes Mitterreither, orgelmaker te Leiden, bouwde het orgel in 1780 in de toen juist voltooide Koepelkerk. Het is het enige orgel van zijn hand in de provincie Fryslân. Niet alleen dáárdoor neemt het in het Friese orgellandschap een unieke plaats in. Geen ander Fries orgel heeft op slechts één manuaal het zeer royale aantal van 14 registers. Het orgel heeft dan ook een buitengewoon kleurenpalet, dat loopt van een Prestant 16′ discant tot een Flageolet 1′, een Mixtuur én een Cornet bevat en twee tongwerken.

Na wijzigingen in 1854, 1894, 1929 en 1949 werd de oorspronkelijke staat hersteld in 1980 door Orgelmakerij Reil.

De staat van het orgel vóór de thans uitgevoerde restauratie

 Al vanaf de jaren ’90 vertoonden zich aan het orgel gebreken.Een inventarisatie daarvan door ondergetekende in december 2010 resulteerde in de volgende opsomming:

*niet meer functionerend c.q. ontbrekend hang- en sluitwerk

*lekke windladen

*niet soepel en betrouwbaar functionerende registermechaniek

*teveel zijwaartse speling en gerammel in de toetsen van het handklavier en van het pedaal

*geringe stemschade aan sommige metalen pijpen

*beginnende oxidatie aan een klein aantal pijpvoeten

*slechte klank van de Prestant 8′, vooral waar het de frontpijpen betreft

*pijpen van beide tongwerken waarvan de koppen in de stevels zakken

*verlopen intonatie van de tongwerken.

 

De uitgevoerde werkzaamheden

In het kader van de in 2015 uitgevoerde restauratie (begeleid door ondergetekende als adviseur en dhr. R. van Straten namens de RCE) zijn bijna alle onderdelen van het orgel vervoerd naar de werkplaats van de orgelmakers in Heerde. Alle onderdelen die daar om vroegen (en in het rapport van de adviseur en de offerte van de orgelbouwer waren omgeschreven) zijn geheel gerestaureerd.

Bij de inbouw van de gerestaureerde onderdelen in de kerk in november 2015 zijn de speel- en registermechaniek nauwkeurig afgeregeld. De intonatie is nagelopen en verbeterd waar nodig.

Bij de restauratie van de windladen is gelet op klimaatbestendigheid (de huidige restauratiemethoden leveren betere resultaten dan in 1980 bereikt konden worden). In de houten koppen van de tongwerkpijpen zijn kleine messing spijkertjes aangebracht (in elke kop twee) zodat zij niet meer in de stevels kunnen zakken. Er zijn 40 gecorrodeerde pijpvoeten vervangen.

Er is voor het orgel een transpositieklavier gemaakt. Om gebruik hiervan zinnig te maken is de in 1980 aangebrachte Werckmeister-III-stemming gewijzigd in een stemming Neidhardt Grosse Stadt.

 

Oplevering en bevindingen

 Op 2 december 2015 is het orgel door Orgelmakerij Reil B.V. weer opgeleverd.

Door mij is vastgesteld dat alle werkzaamheden zeer nauwkeurig overeenkomstig de beschrijvingen in de offerte zijn uitgevoerd. Zowel de technische equipe als de ‘klank-mensen’ van de firma Reil verdienen alle lof. Dat heeft geresulteerd in een instrument dat een prettige en ‘stille’ speelaard heeft en een groot register-bedieningsgemak, en dat zeer inspirerend klinkt. Het instrument is in de prachtige (en ook prachtig klinkende) kerk een sieraad in het Friese orgellandschap. De aanwezigheid van een transpositieklavier betekent in combinatie met de Neidhardt-stemming een toename van de gebruiksmogelijkheden. De winddruk is 82 mm, de toonhoogte 416 Hz bij 12 graden.

De samenwerking met de opdrachtgever is gedurende het gehele project uiterst constructief en plezierig geweest. In gelijke mate hierbij aan opdrachtgever én orgelmakers een gelukwens met het bereikte resultaat!

Aldus de orgeladviseur,

Durk Osinga

 De foto van het orgel voor de restauratie van 1980 is van Ulbe Pranger. De uitbreiding bovenop het orgel is goed te zien.

Lees meer →
Exemple

Alfa en Omega

Misschien denk u nu wel, hij gaat iets schrijven over auto’s en misschien is dat ook wel zo. Dat de autofabrikanten de namen alfa en omega hebben gekozen, zal alles met het hele leven van mensen te maken hebben. De Griekse letters alfa en omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet, dus in Nederlands van a tot z. Dit begrip staat al in de Bijbel in Openbaringen 1 vers 8: ‘Ik ben de alfa en omega’, zegt God de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.  God omvat dus het hele leven, van de aarde en van alle mensen. In het christendom wordt dit geregeld symbolisch tot uitdrukking gebracht. Ook in onze beide kerken vind je dit symbool terug.

Antependium

Het kleed aan de preekstoel van de Kruiskerk en de avondmaalstafel heet een antependium, het Latijnse woord voor voorhangsel. Dit kleed wisselt geregeld, afhankelijk van de tijd van het jaar en de kleur die daar bij hoort. Als er geen bijzondere tijden zijn, hangt het groene kleed aan de preekstoel met de beide Griekse letter Alfa en Omega, de en de. Als je goed kijkt ( in de kerk lukt dat beter op een afstand) staan de beide letters kruislings op elkaar. De beide letters zijn in zilverdraad geborduurd in een kruissteek. Met elkaar is dit een mooi modern symbool voor het leven op aarde (groen) van oost tot west en noord tot zuid, dat van het begin tot het einde omringd wordt door God.

Ik denk, dat de antependia aan de preekstoel en op de avondmaalstafel gemaakt zijn door gemeenteleden. Wie kan mij daar iets over vertellen? Dan kan dat in een volgende aflevering worden genoemd.

Kaarsenstandaard

In de Koepelkerk wordt een kaarsenstandaard  gebruikt, die gemaakt is door Matthé van Hout in 2007. Op deze standaard zijn de alfa en omega in hout uitgesneden. Matthé heeft een toelichting geschreven op deze kaarsenstandaard en beter kan ik het niet verwoorden.

Kaarsenstandaard voor de overledenen

Voor de kaarsenstandaard ter nagedachtenis aan onze overledenen is gebruik gemaakt van iepenhout en eikenhout. Iepenhout voor de bodemplank, de basis van ons aards bestaan. Hierin zijn gaten gemaakt waarin de kaarsen zijn ‘geworteld’.

Het ‘bovenaardse’ gedeelte is gemaakt van het duurzame eikenhout. De en de geven aan dat wij van de wieg tot het graf in Gods handen zijn. De verbindingsplank wordt gedragen en is verbonden met de symbolische betekenis van de A en de enis ook van eik.

Er zijn zeven gaten, het getal van de volheid. Als ons leven is voltooid wordt de kaars geplaatst. De gaten waardoor de kaarsen worden gestoken geven steun en verticale richting aan de kaars. De kaars staat symbool voor een persoonlijk mensenleven. Wij worden als het ware bij leven en dood ‘omringd’ door Gods liefde. Deze liefde houdt ons overeind.

De kaarsen worden aangestoken aan de Paaskaars. Elke levenskaars heeft een lont en is in staat om licht te verspreiden. God heeft iedereen laten schijnen op zijn of haar specifieke manier; wij zullen hen niet licht vergeten.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Klokken luiden met kerst

Met kerst luiden de klokken want het geboortefeest van Christus wordt gevierd. Het is feest en dan hoort de klok te luiden. Op de facebookpagina van IkbininBerltsumer stond kortgeleden een foto van de Koepelkerk en met een geluidsopname van de klok. De reacties op het geluid kwamen uit de hele wereld! Wat mooi en het bracht veel herinneringen boven. De luidklok wordt geluid op oude tijden drie keer daags; om kwart over elf, kwart voor drie en om zes uur en op zaterdag om half zeven. En uiteraard een kwartier voor een kerkdienst. Bij begrafenissen wordt de klok 2 maal geluid, bij aankomst op het kerkhof en na de begrafenis van de overledene. Maar ook bij de start van het dorpsfeest wordt de klok geluid. De klok bepaalt (zeker vroeger) het dagritme en is waarschijnlijk gebaseerd op de roomse missen, die in de middeleeuwen dagelijks gehouden werden. Als je op vakantie bent in het buitenland kan je daar rondom de klokken horen. Dat de klok onmisbaar is, als je gelovig bent of niet, wordt door bijna iedereen zo ervaren.

MAAR! 

De luidklok uit 1593 heeft ernstige slijtage. Een deskundige klokkenman heeft de kerkrentmeesters een rapport gegeven over de toestand van de luidklok en die is zorgwekkend. De klepel heeft grote slijtagegaten geslagen in de klok. Als er niets aan gedaan wordt, zal de klok gaan scheuren en nog meer beschadigd raken. De klepelophanging moet ook worden hersteld. De klokkenstoel waar de klok in hangt, is bij de laatste restauratie in 2000 helemaal gerestaureerd dus daar hoeft niets aan te gebeuren. De kerkelijke gemeente heeft dan ook besloten, dat de luidklok gerestaureerd moet worden. Volgend jaar zullen wij acties gaan houden om het benodigde geld bijeen te brengen. Naast het restaureren moet de klok uiteraard naar beneden getakeld worden en later weer omhoog en dat is een kostbaar spektakel. Een eerste raming komt uit op
€ 25.000 maar er wordt nog een goede begroting gemaakt. We hebben alvast een bankrekening opengesteld voor de restauratie, dat is NL 47 INGB 0000 8012 67. Want we kunnen als Berltsumers de klok niet missen!

Een korte historie

De luidklok komt uit de vorige kruiskerk, die in 1777 afgebroken is. Die kerk had twee klokken en de kleine, de vrouwenklok, is weer opgehangen in de nieuwe Koepelkerk. De klok is in 1593 gegoten door Willem Wegewart. Hij was klokken- en geschutgieter te Deventer. In de tekstband van de luidklok staat:

MENSCHE ALS GI HOERT DES KLOCKX GESLACH DENCKT OP STERVENSDACH WILHELM WEGEWART GOET MI INT IAER 1593.

De toenmalige kerkvoogden hadden wel gevoel voor humor anders bedenk je niet zo’n opschrift. De klok is op 30 maart 1943 door de Duitse bezetter naar beneden gehaald om omgesmolten te worden voor de oorlogsindustrie. De klok heeft daarvoor nog twee uur geluid en dat is opgenomen op grammofoonplaten. Gelukkig is de klok met vele anderen teruggevonden.

De grote klok, de mannenklok, dateert uit 1663 en is gegoten door de Leeuwarder Jurjen Balthasar. Deze klok was te groot voor de Koepelkerk en na de bouw van de kerk stond de klok nog 20 jaar op het kerkhof. Toen Napoleon een derde deel van het bezit van de Hervormde Kerk opeiste voor zijn oorlogvoering, is vanwege geldgebrek de klok in 1798 voor 1200 gulden verkocht naar Mannheim in Duitsland. En de klok hangt daar nog steeds in de Konkordienkirche. Als je googelt op internet, kan je zelfs de klok nog horen luiden. Hij heet de Wallonenglocke en met nog 4 kleinere klokken vormt dit een bijzonder klokkenspel. In de 2e WO waren vier van de vijf klokken opgeëist om omgesmolten te worden maar dat is gelukkig niet gebeurd.

Durk Osinga

 

Lees meer →
Exemple

BERLIKUM HELPT LANGESLAG 1951 

Vorig jaar attendeerde Watse Posthumus me op het feit, dat in 1951 de Gereformeerde Kerk in Berlikum een nieuw avondmaalstel geschonken had kregen en dat dit in een bijzondere dienst was ingewijd. Meester Visser schreef in zijn boekje over 100 jaar Gereformeerde Kerk in Berlikum, dat in 1887 een avondmaalstel was geschonken. Er was dus een vorig avondmaalstel. Watse had een artikel gevonden waarin een avondmaalstel genoemd werd met daarin gegraveerd de tekst die boven aan dit artikel staat. Eind vorig jaar vond ik via internet de naam Langeslag en de plaats Laag Zuthem bij Heino ten oosten van Zwolle. In deze plaats is in 1951 een Gereformeerde Kerk gesticht. Deze kerk is in 2015 gefuseerd met de Hervormde Gemeente in Heino en heet nu de Protestantse Gemeente te Heino. Via de scriba ben ik in contact gekomen met Jan en Gerdien van Wifferen in Heino. Op zondagmiddag 8 januari jl. werd ik hartelijk door hen ontvangen en heb veel gehoord en gezien over de kerken in Laag Zuthem, waar Jan van Wifferen zijn hele leven naar de kerk is gegaan. Omdat de naam Langeslag daarmee sterk verbonden is, even kort daarover. In 1865 is de Gereformeerde Kerk opgericht en de kerk werd gebouwd op een perceel met de naam Langeslag en de kerk kreeg die naam. In 1944 werd deze kerk Vrijgemaakt maar een 20-tal leden kon zich daar niet in vinden en stapte uit deze kerk en richtte (weer) een Gereformeerde Kerk (synodaal) op. Deze groep bedong de naam Langeslag mee te krijgen en stichtte in 1951 een eigen kerkgebouw met deze naam.

Hoe kwam het avondstelstel in Laag Zuthem terecht? In een Gereformeerd weekblad stond dat de kerk in Berlikum een nieuw avondmaalstel in gebruik had genomen. Een oplettend lid van de kerk in Laag Zuthem dacht toen: ‘Dan moet er ook een vorig stel geweest zijn.’ Hij heeft ervoor gezorgd, dat het stel weer een functie kreeg en in de nieuw gestichte kerk. Hij kreeg het niet direct mee. Kennelijk is toen de tekst in de schalen gegraveerd. Op de andere stukken staat BERLIKUM-LANGESLAG. Het avondmaalstel had daar tot de fusie in 2015 een vaste plaats en opstelling op de avondmaalstafel. Het werd gebruikt bij lopend avondmaal in de kerk. Het ligt nu in de kluis; één van de wijnkannen staat in de Protestantse Kerk en wordt gebruikt bij het vullen van het doopvont. Voor het deel van de leden van de huidige gemeente, die vroeger verbonden waren met Gereformeerde Kerk, heeft het een emotionele waarde.

Jan en Gerdien van Wifferen lieten me het avondmaalstel zien en Jan heeft het weer even op de tafel geplaatst in het kerkgebouw. De foto’s zijn daar ook gemaakt. Het is nog precies zoals het in 1887 geschonken is aan de kerk in Berlikum. De kerk en zalen worden momenteel gebruikt door de jeugd. De kerkdiensten zijn geconcentreerd in de kerk in Heino.

De kerkenraad in Berlikum ging in 1887 op onderzoek uit naar de kosten van een avondmaalstel en op 7 september waren de kosten bekend, totaal 18,40 gulden. Het stel bestaat uit 2 schenkkannen, 2 bekers, 1 grote broodschaal en 2 kleinere schalen. Het is gemaakt van tin door de Heren Meijes & Hoveler te Amsterdam. Broeder Sijtse Koopmans verklaarde dit uit eigen geld te betalen. Broeder Engele Kool zegde een Statenbijbel toe, deze moest nog worden ingebonden. Juffrouw B. Spiekman, hoofdonderwijzeres van de bewaarschool schonk een groot tafelkleed met toebehoren voor de tafel.

Wie in 1951 de schenking van het nieuwe avondmaalstel gedaan heeft, is niet bekend. De sterk gegroeide gemeente zal daar een reden voor geweest zijn. Misschien weet nog iemand dat? In het notulenboek staat daarover niets vermeld.

Durk Osinga met dank aan Watse Posthumus.

Lees meer →
Exemple

Doe ’t de Koepeltsjerke yn 1779 oplevere waard, sieten der mar twa wizerplaten oan de lantearne befêstige, te witten ien oan de East-side en ien oan de Súd-side. Wizerplaten oan de Noard- en West-side fûn men net nedich, sa like it. Dêr wennen ommers dochs gjin minsken. Wêrom soe men sa it jild fuortsmite. Oan de Westkant fan de Koepeltsjerke wie dêr allinne mar it greidlân fan de Hurdegarypster feeboer Reitsma en oan de Noard-kant, no de Bûterhoeke, wie allinne mar in modderreed. Dy rûn by de feart lâns mei dêr tusken it tsjerkhôf en de East-ynjen opfeart (de doarpsfeart efter de Bûterhoeke) en der wiene wat stikjes túngrûn en in pear lytse hôfkes. Doe’t yn it begjin fan de 19de ieu begûn waard mei húzebou ensafuorthinne oan de Bûterhoeke kaam de winsk fan de bewenners dêr op, om ek oan dizze beide hjirboppe neamde keale siden fan de toer wizerplaten te befêstigjen. It hat noch lang duorre foardat dizze winsk fan de bewenners troch de tsjerkfâden yn ferfolling gien is. Yn 1929 binne pas dizze wizerplaten op de toer oanbrocht. Oan de hear Enne S. de Haan, klokke- en ynstrumintmakker destiids hjir yn de Buorren wenjende yn it hûs mei de wizerplaat yn de foargevel, waard dit wurk opdroegen. Enne is ek de útfiner west fan it elektrysk kloklieden. Oeral út it lân wei kamen minsken nei Berltsum ta om te sjen hoe dit wurke. Hy hat dêrnei in protte tsjerken yn de omkriten fan Berltsum en fierderop fan sa’n liedynstallaazje fersjoen. Klaas Holstes Meijer is hjir as feint by him kommen te wurkjen en hat letter de saak fan him oernommen. Yn de Bûterhoeke wie men der tige wiis mei, krekt as de skippers en in protte gerniers.

Watse H. Posthumus

 

Lees meer →
Exemple

De pelikaan op de preekstoel

Als we in de Koepelkerk samenkomen, luisteren we als het goed is naar de dominee. Maar soms willen de gedachten wel een afdwalen. Als dat gebeurt, laat je ogen dan eens afdwalen naar de lessenaar waar de oude statenbijbel op ligt. De lessenaar wordt ondersteund door een vogel, die vlees prikt uit zijn hals en daarmee zijn jongen voedt. Deze vogel is de pelikaan.

In een eerder artikel is de pelikaan als symbool van de opofferende liefde al even genoemd. Dit symbool is gebaseerd op de legende, dat pelikanen vlees uit hun eigen borst pikken en daarmee hun jongen voedt. In de oudste christelijke dierenboeken wordt een vergelijking gemaakt tussen de pelikaan die zijn kinderen met zijn eigen bloed voedt en Christus die zijn bloed voor de mensheid heeft vergoten.

De lijdenstijd en Pasen is de tijd dat wij het lijden van Jezus gedenken en vieren wij de opstanding van Jezus uit de dood. Deze opofferende liefde van Jezus Christus heeft ons immers bevrijd van alle zonden. Dat een kerk in Leeuwarden de Pelikaankerk heet, is niet alleen een verwijzing naar de Pelikaanstraat, waar deze kerk staat maar zeker ook een verwijzing naar Jezus Christus.

Als je dan even afdwaalt van de liturgie en je ogen vasthoudt aan de pelikaan en deze symboliek, dan is de aanwezigheid in de kerk niet voor niets geweest.

Het houtsnijwerk is gemaakt door Johannes George Hempel, die woonde in Sneek en Harlingen en is afkomstig uit Duitsland. Hempel heeft veel houtsnijwerk gemaakt in Sneek (stadhuis) en Harlingen (Grote Kerk en woonhuizen). Hij heeft in 1768 de bijzondere preekstoel en doophek in Sexbierum gemaakt en in 1779 de preekstoel en doophek in de Koepelkerk. In de Vrije Fries 2015 staat een uitgebreid overzicht over Hempel en zijn houtsnijwerk.

De preekstoel en doophek in Sexbierum is ouder en Hempel heeft veel symbolen ook gebruikt in de Koepelkerk zoals de vier jaargetijden en de pelikaan. Deze vormt daar de bekroning op de houten doopboog aan het doophek.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Op de wynwizer is in troanjend figuer te sjen mei yn syn rjochterhân in hoedersstêf en mei op de holle de pontifikale pauslike tiara mei dêroan twa ôfhingjende siden linten (dus gjin biskoplike miter)Boppe op de wynwizer stiet in do ôfbylde. 

 Allinne in krekt ta Paus keazen biskop mocht sa’n kopdeksel drage en dat barde foaral yn it earste jier fan syn pauslik amt (sa no en dan en by bepaalde feestlike tsjerklike gelegenheden). Dizze Paus kin hast net oars wêze as paus Gregorius I (de Grutte). Hy allinne wurdt mei in do ôfbylde dy’t him de hillige wurden fan God it ear ynflustert. De do yn de stalte fan de Hillige Geast.  

 Wat hat no dizze Gregorius I as opfolger fan de op 7-2-590 oan de pest ferstoarne Paus Pelagius II mei de oan de eardere Berltsumer krústsjerke wijde aartsingel te krijen? Yn ien fan de leginden komt foar, de ferskining op 25-4-590 fan de aartsingel Michaël boppe it Keizerlik Mausoleum yn Rome, mei in flamjend swurd yn de hân, om nei de prosesjes en boetedwaaning dêr, de pestepidemy wei te nimmen, dy’t Rome yn dy tiid taheister hie. Dat wie yn 590, it kroanjier fan Gregorius I op 3-9-590. Fandêr dy tiara op syn holle.  

 Út tankberens tsjinoer de aardsingel Michaël en ta eare fan dizze gesant fan God waarden der yn Rome njoggen Michaëlstsjerken stifte. It Mausoleum soe tenei de Ingelenboarch hjitte. De njoggende Michaëlstsjerke, dy’t as ienige oerbleaun is, kenne wy as “de tsjerke fan de Friezen”. Op 8 maaie wurdt yn Rome no noch elts jier dizze ferskining fan Sint Michaël oan Gregorius I. betocht. Syn feestdei is op 29 septimber.  

 It soe nei alle gedachten wêze kinne, dat dizze nochal lytse wynwizer hjir op de Berltsumer toer earder op it daksútein stien hat fan de eardere tsjerke en de grutte, no net mear besteande wynwizer, op de sealtektoer fan destiids mei de ôfbylding fan de aartsingel Michaël. Sa stiet no noch, op de oan de Sint Joris wijde tsjerke fan Easterbierrum, Sint Joris op de toer. Biskop dr. M.P.M (Tiny) Muskens, lid fan de Fryske Akademy, skriuwt hjir ek oer yn syn boek : De kerk van de Friezen bij het graf van Petrus. 

 Watse H. Posthumus. 

Lees meer →
Exemple

Muziek is emotie

Korter kan ik het niet samenvatten wat muziek kan doen met mensen. Het brengt allerlei emoties bij mensen naar boven: blijdschap, verdriet, ingetogenheid en uitbundigheid. Vanouds worden daar naast de menselijke stem muziekinstrumenten bij gebruikt. Soms een enkel instrument maar vaak ook een veelheid van instrumenten. En de oude en nieuwe muziekstukken zijn daarbij van onschatbare waarde. 

Het hele dorp heeft dit weer ervaren bij de brand bij muziekvereniging Opmaat, waarbij veel muziekinstrumenten en muziekstukken verloren zijn gegaan. Ook dan zie je wat muziek doet met mensen. Muziek maken geeft ook weer kracht en het elan waarmee Opmaat de zaken weer oppakt duidt erop, dat muziek ook Opmaat de kracht geeft er weer te bovenop te komen. 

In onze beide kerken hebben we twee prachtige muziekinstrumenten staan, die beide een veelheid van instrumenten bevatten. Het Boegem orgel uit 1968 in de Kruiskerk heeft 19 stemmen en het Mitterreither orgel in de Koepelkerk uit 1780 heeft sinds de restauratie in 1980 (weer) 17 stemmen.  

En we hebben maar liefst 6 organisten, die als een dirigent bij toerbeurt ‘voor het korps’ staan. Zij versterken elk met een eigen speelwijze de emotie in de kerkdienst met muziek.  

Het gaat te ver de beide disposities te beschrijven maar bij muziekinstrumenten als een fluit, hoorn en trompet kan elk zich wel wat bij voorstellen. Maar het wordt al lastiger bij een flageolet, gemshoorn, viola di gamba, nachthoorn, roerfluit, gedekte fluit of dulciaan. Deze laatste bijvoorbeeld is de voorganger van de fagot, een instrument dat in elk klassiek orkest aanwezig is. Bij de restauratie van de kast van het Mitterreitherorgel zijn nieuwe vleugelstukken gemaakt waarop muziekinstrumenten zijn afgebeeld, zoals een gemshoorn, een luit en viola di Gamba (maar ik kan mij vergissen). 

Veel mensen vinden tegenwoordig orgels maar saai en gedateerd en houden liever van moderne instrumenten. Gitaar vind je inderdaad niet bij orgels maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Het zijn meer de muziekstukken en stijlen in een kerkdienst, die minder passen bij de muziek emotie van de jeugd. Daarom is het mooi, dat de organisten in hun vrije werk ons geregeld laten genieten van moderne muziek op het orgel. En daarmee geven zij aan, dat orgels heel goed bij de huidige muziekstijlen kunnen passen. De verschillende emoties die ook de moderne stijlen oproepen passen ook heel goed bij de emoties tijdens een dienst. De organisten spelen daar een heel belangrijke (dirigenten)rol. 

Durk Osinga 

PS Wie heeft trouwens een foto van het orgel in de Geref. Kerk aan de Wiersterdyk?  

 

Lees meer →
Exemple

Liefdadigheid is van alle eeuwen 

Op oudejaarsdag wordt volgens een oude traditie brood en boter uitgedeeld aan ’behoeftige weduwen’ uit Berltsum vanuit het Brouwersfonds, dat beheerd wordt door de diaconie.  Waarom is dit zo? De koopman Lammert IJsbrands Brouwers overleed in 1903 en hij heeft in zijn testament bepaald, dat de Hervormde diaconieën van Berlikum en Minnertsga elk f 2.000, –  kregen en dat van de opbrengst van dat geld brood en boter moet worden uitgedeeld aan de behoeftige weduwen van het dorp. De diaconie heeft van dat geld een perceel land gekocht en van de pacht wordt nu nog steeds brood en boter uitgedeeld aan de weduwen van het dorp. Vroeger waren weduwen meestal niet benijdenswaardig omdat zij vaak geen eigen inkomen hadden. Dat is tegenwoordig gelukkig meestal anders. Het onderscheid ‘behoeftig’ is al jaren geleden losgelaten. Ook is wel eens een gulden of rijksdaalder uitbetaald als daar ruimte voor was. 

Deze liefdadigheid kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In een artikel uit de LC van 1963 staat, dat de voorouders van Lammert IJsbrands Brouwers al 200 jaar brood uitdeelden aan armen. In het testament staat, dat hij en zijn vrouw dit al deden sinds 1880.  

Vroeger toen er nog geen sociale voorzieningen waren, deden rijken wel meer aan armenzorg, zoals huisvesting. Een mooi voorbeeld daarvan is het gasthuis bij het Poptaslot in Marsum. Deze woningen waren uitsluitend bestemd voor alleenstaande vrouwen. Een veel ouder voorbeeld staat op bijgaand schilderij. Dit kwamen we de afgelopen zomer tegen in Fécamp in Frankrijk. Het is in de 16e eeuw gemaakt door een Vlaamse schilder en heet De goede Rijken. Volgens mij steekt de schilder de draak met deze menslievendheid. Kijk maar eens goed naar de gezichten. Enkele mannen kijken wel wat zuur als naast het brood ook nog geld gegeven wordt aan de armen. Een enkele geeft oprecht aan de armen. Er is dus in de loop van de tijd niet veel veranderd. 

We leven in een heel andere tijd en veel jongere mensen kunnen zich niet meer goed voorstellen wat het effect van deze liefdadigheid was op deze groep mensen. Let je op de gezichten dan was men echt blij met deze uitdeling. Maar wat wil je ook als je niets hebt.  

De diaconie worstelt wel met de vraag hoe invulling te geven aan de doelstelling van het Brouwersfonds in de moderne tijd. De traditie is al meer dan 100 jaar oud en misschien zelfs wel 300 jaar en van het testament kan eigenlijk niet worden afgeweken. Het Brouwersfonds is immaterieel kerkelijk erfgoed en zegt iets van het verleden van de kerkelijke gemeente in Berltsum. Maar een traditie die geen recht doet aan de bedoeling van Lammert IJsbrands Brouwers en zijn voorouders namelijk de armenzorg, heeft weinig functie meer. Maar wat is een goede invulling van de doelstelling in de huidige tijd?  

Durk Osinga 

Lees meer →
Exemple

 Met Pasen is er een nieuwe paaskaars op de standaard gezet. We letten het meest op de kaars, zeker als die een rol speelt in de dienst. Maar het is ook goed eens de standaard in de Koepelkerk nader te bekijken. Deze standaard is in 1995 gemaakt door Matthé van Hout en hij heeft daarbij de volgende gedachten opgeschreven. 

 De standaard voor de Paaskaars en de kleine standaard voor de kaarsen voor de overledenen horen  bij elkaar. Voor beide standaarden zijn daarom dezelfde houtsoorten gebruikt. De beide voeten zijn van iepenhout, de houtsoort die typisch is voor deze regio. 

De bovenste delen zijn van eikenhout, een duurzame houtsoort met een goddelijke symboliek.  

De overwegingen bij de standaard voor de Paaskaars waren:  

De bolle ronde voet is van iepenhout. Dit symboliseert de berg Golgotha waar het kruis van Jezus stond.
Het ‘bovenaardse’ gedeelte van de standaard is gemaakt van eikenhout, een duurzame houtsoort. De aandachtige waarnemer zal in de staander de vorm van een gestileerd kruis ontdekken. Op het kruis staat de kaars die brandt als wij als gemeente bij elkaar komen. 

Kruis en brandende kaars symboliseren samen de oneindige liefde van God die ons door Jezus Christus is geschonken en voorgeleefd. Wij mogen dat licht doorgeven, wat hoop geeft op een betere wereld en de wetenschap dat ons leven niet eindigt bij de dood. 

 

Met dank aan Matthé van Hout 

 

Durk Osinga 

Lees meer →
Exemple

Het kan bijna niet anders dan dat ik iets schrijf over de mannenklok uit 1663 die nu in de Konkordienkirche in Mannheim hangt. Veel mensen kennen nu het verhaal van de klokken van Berltsum wel. Interessant zijn ook de vele wapens op deze klok. Het zijn allemaal bestuurders in Belkum en Menaldumadeel. De grietman en mederechters van Menaldumadeel (nu burgemeester en wethouders) staan er op en ook de kerkvoogden en predikant van Belkum. Berltsum werd in de 17e eeuw vaak als Belkum geschreven. 

Ik licht er één persoon uit met een bijzonder wapen, dat ook nu nog op de rechterherenbank voorkomt. Het wapen op de klok uit 1663 is voor de helft de Friese adelaar en de andere helft is een geblinddoekte morenkop. Het onderschrift luidt: Kornelis Thijsz mederechter Menaldumadeel. Hij was dus wethouder van de gemeente en woonde in Berltsum. Op de herenbank in de Koepelkerk staan op beide hoeken twee ‘popjes’. Dat zijn gebeeldhouwde wapens met een wapenschild met daarop weer een morenkop, een helmkleed, daarboven een helmteken met weer een morenkop. 

Wie was deze Cornelis Thijsz ? Hij was schoenmaker in Berltsum, en in 1658 ook genoemd als mederechter van Menaldumadeel. Zijn kleinkinderen van een dochter, waaronder een Cornelis noemden zich Van Gelder. In een voorontwerp van de Koepelkerk uit ca 1777 was ook een herenbank gereserveerd voor Van Gelder. In 1779 woonde Sybren van Gelder in Berltsum en hij was een achterkleinzoon van Cornelisz Thijsz. Sybren van Gelder was steenfabrikant.  

Waarom nou zo’n bijzonder wapenkenmerk? Dat zou men tegenwoordig wel uit zijn hoofd laten, gezien de ‘zwarte pieten’ discussie. Maar vroeger was het een teken van welstand. De zeer rijke familie Van Loon uit Amsterdam voerde 2 morenkoppen in hun wapen waarschijnlijk vanwege de handel (slavenhandel?) op Oost Indië. Willem van Loon was een van de oprichters van de Verenigde Oostindische Compagnie. Op schilderijen van de stadhouders komen ook moren voor. Je zou ervan kunnen afleiden, dat Cornelis Thijsz (van Gelder) rijk geworden was met handel of met aandelen in de VOC. Of zou hij veel geld hebben verdiend als schoenmaker? Hij was wel mederechter en dan voerde je wel een zekere staat van welstand. Maar of al dat vermogen in de familie gebleven is? 

Durk Osinga 

Lees meer →
Exemple

Borduurwerk Kruiskerk 

Op een gegeven ogenblik viel mijn oog op het borduurwerk in de kerkenraadskamer van de Kruiskerk. Het is gemaakt in 1992 en laat veel bijbelse verhalen zien en ook veel symbolische figuren. Ik heb diverse mensen gevraagd wie dit heeft gemaakt maar niemand kon me dat vertellen. Misschien dat u mij uit de droom kunt helpen. Aan de onderkant staan links en rechts de letters O en B. Misschien de maakster? 

Je kan een hele tijd naar de afbeeldingen kijken en je ontdekt steeds meer verhalen. Deze staan erbij geschreven, zoals Saul en David, Jacob’s droom en De vijf wijze maagden. Moeilijker wordt het met de symbolen, zoals de pelikaan, Pax Christi, de levensboom. Veel symbolen zijn al heel oud en verwijzen naar de Joodse traditie. Anderen zijn in de loop der eeuwen ontstaan, zoals de vis, het herkenningsteken van de vervolgde christenen in Rome. Het zou heel mooi zijn, dat we de informatie achterop de lijst zetten zodat men later ook weet, wie het gemaakt heeft en wat de voorstellingen zijn. 

Wie kan me ze allemaal noemen? Je kan ze me mailen: durkosinga@upcmail.nl of bellen mag ook 0518-452345. 

 

Durk Osinga 

 

Lees meer →
Exemple

Winter tafereel op de preekstoel

 Op de preekstoel in de Koepelkerk staan de vier jaargetijden afgebeeld. Op het wintertafereel hangen aan een ring veel elementen die met de winter te maken hebben en ook schaatsen. Voor zover mij bekend is er geen enkele andere preekstoel waarop een paar echte Friese doorlopers zijn afgebeeld. Net als met een schilderij uit de 18e eeuw moet je er even langer naar kijken en dan zie je steeds meer dingen. Naast de schaatsen diverse soorten schelpen, schepjes, een voorraad pot, bladeren van de klimop. 

Wat heeft dit nou te maken met een preekstoel en de bijbelse boodschap? Toen moest ik denken aan het gezegde Hoe komt Jan Splinter door de winter?  Meer lezen over Winter tafereel op de preekstoel

Lees meer →
Exemple

In de avondmaalsdienst van 13 januari sprak dominee Bouwknegt over het brood en de wijn die Jezus ons in handen heeft gelegd om te gaan van hand tot hand. 

Een zin om vast te houden en deze gaf mij aanleiding om de gewoonte in onze kerk (en vroeger kerken) eens nader te bespreken. In onze gemeente gaat vanouds het brood en de wijn van hand tot hand. Aan dit van hand tot hand doorgeven zit ook een symbolische, diepere betekenis. Het delen van het brood en wijn gaat niet alleen over het delen van brood en wijn door de Here Jezus met ons. Het gaat ook over het doorgeven van deze gave van hand tot hand aan alle gelovige mensen. Dat geeft verbinding.  

Dit doorgeven gaat al vanaf het begin van de Protestantse Gemeente in Berltsum die in 1580 uit de Rooms Katholieke kerk is ontstaan. De oudste zilveren avondmaalsbeker is uit 1601 en later zijn daar in 1818 twee en 1953 nog een zilveren beker aan toegevoegd. Het brood gaat rond met 4 schalen van plate waarvan 2 met een inscriptie uit 1923. De bekers van de voormalige Hervormde Gemeente zijn voorzien van een inscriptie en een afbeelding van de 3 bekende kerkgebouwen. Ik denk, dat deze in 1953 aangebracht zijn op alle 4 bekers. Het oude avondmaalstel van de voormalige Gereformeerde Kerk is vorig jaar al eens besproken. Ook de recentere aanvullingen zijn nu even weggelaten.  Meer lezen over Brood en wijn gaan van hand tot hand 

Lees meer →
Exemple

Stemmen in de kerk 

Een tijdje geleden had ik de beurt om de mensen welkom te heten in de Koepelkerk. Mijn oog viel op de oude stembus, die daar wat verloren in een hoekje staat. Afgedankt lijkt het wel. Hoewel, er zaten enkele giften in dus had hij toch nog dienst. 

Het stemmen bij kerkelijke zaken had vroeger heel wat voeten in de aarde. Je moest gerechtigd zijn om te stemmen: je moest lidmaat zijn en vrouwen mochten ook in kerkelijke zaken heel lang geen stem uitbrengen. Tot in het midden van de 19e eeuw mochten alleen de zogenaamde floreenplichtige lidmaten stemmen. Dat waren mannen die floreenbelasting (grondbelasting) betaalden. Dat hield in dat zij land bezaten. Het was precies bekend hoeveel mensen konden stemmen en hoeveel stemmen ze bezaten en er werd volgens mij op naam gestemd. Grootgrondbezitters hadden dus een grote stem in het kapittel.  Meer lezen over Stemmen in de kerk 

Lees meer →
Exemple

Het zingen van liederen, psalmen en gezangen heeft vanaf het begin van het protestantisme een belangrijke plaats in de eredienst. Vroeger nam dit veel tijd in beslag omdat het tempo en ritme waarin werd gezongen langzamer was. De kerkdiensten duurden ook veel langer. Tegenwoordig nemen muziek en beeld een belangrijker plaats in tijdens de kerkdienst. Een beamer is dan een logisch vervolg op het psalmbord. En de diensten duren korter. 

Kerkliederen worden al sinds 1568 op borden aangegeven.  Dit gaat terug op een besluit van het Convent van Wesel in dat jaar. Dat convent werd gehouden in een periode waarin het protestantisme in Nederland voet aan de grond kreeg. Toen werd gekozen voor de psalmberijming van Petrus Datheen. In 1773 kwam er een nieuwe psalmberijming. In 1806 verscheen er een bundel met Evangelische Gezangen.  Meer lezen over Van psalmbord tot beamerscherm

Lees meer →
Exemple

In de Koepelkerk ligt naast het doophek een oude grafsteen van de moeder van Peter Stuyfsant, de oud-gouverneur van Nieuw Amsterdam ofwel New York. Zij was de vrouw van Balthasar Stuyfsant en hij was predikant in Berlikum van 1622 tot 1634. Zij overleed op 2 mei 1625, oud 50 jaar en werd in vorige kruiskerk op de plek van de Koepelkerk begraven. Deze steen kwam met een aantal andere grafstenen tevoorschijn bij de grote restauratie van 1970 – 1980 en hebben een plaats gekregen rondom en onder het doophek.

Tijdens Tsjerkepaad en Kunst in Kerken wordt vaak gevraagd naar deze steen. De vrijwilligers vertellen ook over deze grafsteen en men vindt het altijd heel bijzonder. Meer lezen over Oude grafsteen geeft zijn geheimen prijs

Lees meer →
Exemple

Latijn en scholen

Latijn en scholen

In het vorige artikel over ons kerkelijk erfgoed traden we de wereld binnen van het Latijn. Latijn was vroeger wel meer gebruikelijk maar het geeft toch wel hoofdbrekens bleek wel. Om in onze omgeving het Latijn te leren moest je vroeger naar de Latijnse school in Leeuwarden of naar de Universiteit in Franeker, opgericht in 1584. In Berltsum was dan wel geen Latijnse school maar wel heel lang een gewone school. Ik denk niet dat de kinderen daar veel Latijns leerden maar in de oude kerk werd in de middeleeuwen voor de Reformatie in 1580 wel Latijns gesproken. Het Latijn was daarom niet vreemd.

Aan de westkant van het Centrum is een oude memoriesteen ingemetseld met een Latijnse tekst. Hieruit blijkt, dat er al in de middeleeuwen op deze plek een school stond.

De vertaling van de Latijnse tekst is namelijk als volgt:

In het jaar 1617 wordt deze school, die door ouderdom is ingestort, herbouwd uit het fonds van de Berlikumer Patroon, als Tading van Adelen administrateur (van genoemd fonds) is. Meer lezen over Latijn en scholen

Lees meer →
Exemple

Kindersterfte door pokkenepidemie

In de Koepelkerk liggen twee grafsteentjes van kinderen van dominee Petrus Nota, die predikant was in Berltsum van 1775 tot 1808. De tekst op de stenen is in het Latijn en deze tekst is kort geleden vertaald door Jacob van Sluis. En daaruit blijkt, dat de beide kinderen in 1775 aan de zeer besmettelijke ziekte de pokken zijn overleden.

De vertalingen zijn als volgt.

In het jaar 1775 op de dag 27 oktober is na een korte ziekte van pokken aan de uiterst bedroefde ouders ontrukt de allerliefste dochter Elisabeth Nota, op 12-jarige leeftijd, en ze ligt hier begraven.

In het jaar 1775 op de dag 23 december is tot grote smart van zijn ouders aan de pokken gestorven de beste jongeling Dominicus [Douwe] Nota, student in de letteren, in de leeftijd van 21 jaar, en hij rust onder deze steen. Meer lezen over Kindersterfte door pokkenepidemie

Lees meer →
Exemple

Kanselbijbel in de Kruiskerk

Op de meeste preekstoelen van de Protestantse kerken in Nederland ligt een opengeslagen kanselbijbel. Een mooi symbool waaruit blijkt, dat de bijbel nog steeds de bron is waaruit gesproken wordt. Uiteraard wordt uit deze bijbel niet meer gelezen en bereidt de dominee de preek en dienst voor op zijn computer en leest deze voor vanaf zijn print of tablet. Deze liggen dan op de bijbel. Dat de dominees het vroeger wel spannend vonden blijkt wel uit de zweetranden de verfrommelde randen van de bijbel.

Op de preekstoel ligt meestal een Statenbijbel. De Statenbijbel werd voor het eerst gedrukt in 1637. Het besluit om de bijbel te vertalen uit de oorspronkelijke tekst in het Latijns en Grieks werd door de Synode van Dordrecht genomen in 1618-1619, nu 400 jaar geleden. De eerste Statenbijbel had zilveren beslag en was met roodfluweel bekleed.

De Statenbijbel op de preekstoel in de Kruiskerk is een herdruk uit 1864 in bruin leer en zonder zilverbeslag in het oorspronkelijke formaat. Deze bijbel werd in 1887 bij de oprichting van de kerk geschonken door een van de oprichters van de Gereformeerde Kerk.

Op de avondmaalstafel ligt ook nog een kleine opengeslagen statenbijbel uit 1931 voor het gebruik thuis.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

75 jaar bevrijding

In een zaal van de Kruiskerk hangt een tekening over Sijbren Lautenbach, die in 1945 in Bergen Belsen om het leven kwam. Toen ik die tekening zag vond ik dat een goede aanleiding om in deze maand daar in deze rubriek wat over te schrijven. Hoe deze tekening daar komt weet ik niet maar deze gedenktekening kan worden beschouwd als een symbool van de strijd en de slachtoffers tijdens de oorlog 1940-1945.

Sijbren Lautenbach is geboren in 1919 en woonde op De Kamp. Hij zat in de oorlog in het verzet in Delft, werd daar opgepakt en hij is in het concentratiekamp Bergen Belsen gestorven op 25 april 1945. Hij is voor zover mij bekend de enige Berltsumer uit het verzet die in de oorlog gesneuveld is. Toch heeft die oorlogstijd veel meer wonden geslagen bij Berltsumers. Meerdere dorpsgenoten zijn toen opgepakt en niet iedereen is teruggekomen. Meer lezen over 75 jaar bevrijding

Lees meer →
Exemple

Bureweide ofwel De Finne

Het kerkelijk erfgoed van onze kerk bestaat niet alleen uit goederen in en rond beide kerkgebouwen maar ook daarbuiten. Daarom vindt u in dit zomernummer een artikel over de Bureweide of wel De Finne. Een bureweide is vanouds een gemeenschappelijk stuk weidegrond dat jaarlijks verpacht werd aan gardeniers, koemelkers en arbeiders, die daar een koe konden laten grazen. Een (koe)schar is een stuk land, waar een koe genoeg aan had om ongeveer een halfjaar lang te grazen. De Finne bestond oorspronkelijk uit 32 scharren dus er konden 32 koeien grazen. De Finne ligt aan het einde van de bewoonde Bildtdijk, linksaf It Swarte Reedsje en rechtsaf naar de Hemmemaweg. De ingang was vroeger aangegeven met palen en een hekwerk. Ik heb in 1978 deze foto genomen met het hekwerk waarvan nog 2 letters te zien zijn B.r. (bure) en het rechter hek was al verdwenen. Meer lezen over Bureweide ofwel De Finne

Lees meer →
Exemple

De beklimming van de preekstoel

De dominee beklimt in deze coronatijd niet de preekstoel in de Koepelkerk maar staat achter de lessenaar op de avondmaalstafel.

Deur preekstoel

Het beklimmen van de preekstoel kan met recht een beklimming worden genoemd: een smalle trap en dan ook nog een deurtje dat open geduwd moet worden met vroeger de handen vol met boeken en de preek en toen had hij ook nog de lange toga aan. Op zich al een beproeving voor de dominee. Of is dit een stille verwijzing naar ‘de smalle weg’ uit de Bergrede van Jezus? De dominee zal in elk geval al blij zijn dat hij boven is en de aandacht kan richten op de gemeente. Meer lezen over De beklimming van de preekstoel

Lees meer →
Exemple

Een tijdje geleden heb ik de lezers gevraagd of zij een foto (of iets anders hebben) over het orgel in de voormalige Gereformeerde kerk aan de Wiersterdyk. Helaas heb ik geen enkele reactie daarover gekregen. Maar wie weet komt er nog wat.

Het huidige Boegem orgel in de Kruiskerk staat nog steeds op mijn lijstje. Ik wil graag wat meer te weten komen over de bouwer Boegem maar dat wil nog niet lukken dus dat houdt u nog tegoed.

Wat ik wel gekregen heb is het volgende lofdicht over Will Boegem en het orgel, dat in de orgelkast hangt. Het is geschreven door de heer C. Teeken uit Ouderkerk aan de Amstel op 13 oktober 1968.

Opvallend is wel, dat in het boekje van meester Visser over 100 jaar Gereformeerde kerk in Berlikum staat, dat het orgel op 31 januari 1969 feestelijk in gebruik is genomen met als organist Piet van Egmond. Maar de heer Teeken was kennelijk in de gelegenheid het orgel al te bespelen. Misschien was hij betrokken bij de bouw van het orgel? Hij is in ieder geval zeer enthousiast over het orgel zoals u kunt lezen.

 

Durk Osinga

 

Lees meer →
Exemple

Wie wel eens kijkt naar Kunst en Kitsch kan zich misschien herinneren dat er een bijzonder glas getoond werd en dat gemaakt is in 1599 in Antwerpen. De waarde werd geschat op €85.000 en het stond zomaar in de kast bij een mevrouw, die geen idee had van de waarde. Het glas is nu te zien in het Fries Museum.

Op dit glas waren allemaal namen van mensen van Friese adel gegraveerd. Het blijkt om een zogenaamde hensbeker te gaan ter gelegenheid van de verloving van Tjerck van Heerma en Lucia van Walta. Dit glas werd gegraveerd met de namen van degenen die bij de verloving aanwezig waren. Zijn netwerk zouden wij tegenwoordig zeggen. Deze Tjerck van Heerma werd in 1613 grietman (voorloper van de burgemeester) van Menaldumadeel en stierf in 1655. Hij woonde zeer waarschijnlijk op Heermastate in Berltsum, dat lag ten oosten van de huidige Vermaningsstrjitte. Deze straat heette vroeger Grietmanssteeg. Hij werd begraven in de kruiskerk die op de plek stond van de huidige Koepelkerk. De zerk is aanwezig in de kerk maar is niet zichtbaar. De steen was nog onbeschadigd gevonden op de grafkelder onder het orgel. Bij de restauratie in 1970-1980 is deze daarom onder de planken van het doophek gelegd en helaas niet zichtbaar meer. Gelukkig is rond 1959 wel een foto gemaakt en deze is bij dit artikel gevoegd.

Ik heb een uitvergroting gemaakt van het wapen van Tjerck van Heerma. Het helmteken bovenop het wapen is een fiere staande eenhoorn en in zijn wapen komen ruiten, eikels en schelpen voor. En al die symbolen komen ook voor op het wapen van de gemeente Menaldumadeel. Hij heeft dus het wapen van Menaldumadeel ontleend aan zijn eigen wapen.

Op de steen staat ook een Latijnse tekst, die vertaald als volgt luidt: “Zie, hier lig ik, een mens uit aarde gemaakt; thans stof en aarde. Maar dit tot aarde vergane zal wederom een mens worden”. Een eenhoorn, laat staan een liggende, is heel ongewoon in de heraldiek (wapenkunde). Er is wel gespeculeerd op het woeste karakter  van Tsjerk en volgens de legende kan alleen een jonge maagd de woeste eenhoorn oftewel Tsjerk temmen. Dat is Luts van Walta dan kennelijk gelukt want het wapen van Menaldumadeel vertoont een liggende eenhoorn. En uit de Latijnse tekst blijkt wel dat hij een gelovig mens is (geworden): de tekst verwijst naar de opstanding van de mensen dankzij de geboorte van Jezus. En die geboorte vieren wij met Kerstmis.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

De Gereformeerde Kerk in Berltsum is opgericht in 1887. Het ontstaan van de kerk is uitgebreid beschreven in het boekje van meester Floris Visser. In 1888 koopt de Gereformeerde kerk het huis en schuur van de wed. J.B. Roorda aan de Wiersterdyk. De schuur is gesloopt en in 1889 wordt de nieuwe kerk ingewijd. Beide zijn op het schilderij te zien dat nu in de Kruiskerk hangt. Het is gemaakt aan de hand van een foto uit 1906 door A. Brouwer van Oudebildtdijk. Dit schilderij is aangeboden door de fam. Reitsma – Brouwer bij het 100 jarig bestaan van de Geref. Kerk. De predikant woonde in het woonhuis van de boerderij en in de inpandige woning in de nieuwe kerk woonde de koster. Dit is op dezelfde manier als bij de Doopsgezinde kerk aan de Vermaningsstrjitte.

 

In 1908 wordt het woonhuis van de boerderij afgebroken en maakt plaats voor de nieuwe pastorie. De foto laat deze situatie zien met de inpandige kosterswoning en de nieuwe pastorie. De Gereformeerde kerk groeide als kool, ook vanwege de overgang in 1892 van de Berltsumer leden van de Chr. Gereformeerde Kerk van Beetgum. Dit zijn veelal draagkrachtige leden van deze kerk, totaal 40 gezinnen. Daarom wordt die Kerk gecompenseerd met f 2.000 gedeeltelijk contant en gedeeltelijk op afbetaling.

De groei van de gemeente leidde in 1926 tot een grote verbouwing van het kerkgebouw waarbij de inpandige kosterswoning plaats maakte voor een consistorie en catechisatielokaal. Het orgel werd gerepareerd door de orgelbouwer Van Dam van Leeuwarden. De collecten hiervoor geven nog financiële ruimte voor een verfraaiing van het kerkgebouw met glas-in-lood-ramen. Volgens de notulen “ niet de duurste en niet de goedkoopste, maar er tussen in” .

Deze zijn te zien op de bijgaande foto van ds. Offers uit ongeveer 1940.

Durk Osinga

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende keer meer en met dank aan Uilke Strooisma die veel stukken uit de oude doos haalde.

 

Lees meer →
Exemple

In het vorige artikel in deze rubriek was een oude foto te zien van de toenmalige Gereformeerde pastorie. Het is een opvallend grote woning in een bouwstijl die je in Berltsum niet zou verwachten.

Meester Visser schrijft in zijn boekje over de geschiedenis van de Gereformeerde kerk wel het een en ander over deze pastorie. Eind 1906 nam de kerkenraad het besluit om een nieuwe pastorie te verkrijgen en in februari 1907 kwam het gemeentelid Klaas Kool al met een tekening voor de verbouwing van de bestaande pastorie. De ingestelde bouwcommissie zocht eind 1907 contact met een Leeuwarder architect voor een plan voor de verbouw van de pastorie en dat deze niet meer mag kosten dan f 4.000. Kort daarna spreekt de kerkenraad de voorkeur uit voor een nieuwe losstaande pastorie die tot f 5.200 mag kosten. Een andere architect W. Gaasterland maakte bestek en tekeningen en bouwde de pastorie in 1908 voor f 5.932,90. Het is onmiskenbaar een gebouw uit de fin de siècle periode ook wel la belle epoque genoemd, te typeren met een vlucht uit de realiteit met behulp van overmatige mooiigheid en luxe.

Wie was architect W. Gaasterland?

Over deze architect is in Tresoar met veel Friese archieven niets te vinden en ook niet in het architectenregister. Gelukkig bracht het archief van Menameradiel uitkomst dankzij onze archivaris Jan Metzlar. De bijgaande blauwdruk bij de vergunningsaanvraag is gemaakt door Willem Frederik Gaasterland, architect en aannemer te Den Haag. Maar hoe komt de bouwcommissie nou bij deze man? Meester Visser schrijft eerder, dat in 1889 meester Gaasterland een vaste aanstelling krijgt als voorlezer, voorzanger en tekstaanschrijver. Willem Frederik Gaasterland is een zoon van meester Klaas Gaasterland en is in 1881 te Berlikum geboren. Hij ging in oktober 1895 in de kost in Leeuwarden en was leerling aan de Ambachtsschool daar.

Vier maanden later ging hij met zijn ouders naar Amsterdam en zal daar zijn opleiding afgemaakt hebben. Hij trouwde in 1904 en vertrok naar Den Haag als bouwkundige. Het lijkt erop dat hij in de sterk groeiende stad in 1906 en 1907 een aantal woningbouwprojecten uitvoerde. In 1908 zien we hem als eigenaar van de Stoomtimmerfabriek “Friso” als hij de bouwtekening maakte voor de pastorie. De pastorie die hij tekende zou inderdaad niet misstaan in een chique Haagse wijk met herenhuizen. Kennelijk waren er nog contacten met Berltsum. Het maakt in ieder geval de cirkel weer rond. Wie de pastorie feitelijk gebouwd heeft, weet ik niet. Al het materiaal en bouwlieden vanuit Dan Haag naar Berltsum brengen, is ook kostbaar.

De heer Gaasterland is in 1913 terug in Amsterdam en woont op verscheidene plekken. Of het allemaal wel goed is gegaan in Den Haag? Hij is in 1933 (crisisjaren) naar Zwolle verhuisd, daarna naar Arnhem en Renkum en is in 1943 in Amsterdam overleden. Maar de chique Haagse pastorie staat er nog ook al is deze niet meer als zodanig in gebruik.

 

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Ds. Cornelis Fortgens

Ds. Cornelis Fortgens, hervormd predikant in Berltsum 1955 -1962.       

 

De onderwerpen in deze rubriek gaan meestal over gebouwen of voorwerpen. Maar het gaat in de kerk natuurlijk om personen. Als we ons richten op de predikanten en hun voorgangers ontstaat een indrukwekkende reeks van personen vanaf 1320 toen Eelcko Liauckema in Berlikum de pastorie bouwde. Hij werd in 1325 abt van het klooster Lidlum. Van een aantal zijn bijzonderheden bekend en kunnen we een beeld vormen van deze mensen. Opmerkelijk dat in ons kerkarchief heel weinig te vinden is van predikanten die in Berltsum hebben gestaan, ook van dominees die nog niet eens heel lang geleden weer vertrokken zijn.

Van Wim Opstelten kreeg ik vorig jaar de overlijdensaankondiging van Anton Nicolaas Fortgens, zoon van de hervormde ds. Cornelis Fortgens die in Berltsum gestaan heeft van 1955 – 1962, toen hij naar Wichmond vertrok. Anton is 64 jaar geworden. Het gezin Fortgens is op bijgaande foto te zien heel gelukkig met drie kinderen Cor, Gijsbert en Anton. Later is nog Hans geboren.

Maar het leven kan wreed zijn. Gijsbert is overleden door een ongeluk in Wichmond, nog maar 4 jaar oud. Ook Cor en Hans zijn later door een ongeluk om het leven gekomen. De heer Fortgens is overleden in 2002 en mevrouw Fortgens in 2016. Zij hebben het overlijden van Anton niet meer meegemaakt.

Deze situatie is voor een dominee niet minder zwaar dan voor andere gemeenteleden. Vindt dan maar eens de goede troostwoorden in de bijbel. Niet zelden keren mensen zich dan af van de kerk, vol onbegrip dat ‘God heeft tot zich genomen’. God krijgt dan de schuld van het verlies. Een gesprek is dan meestal niet mogelijk hoe het werkelijk met God zit.

Op het kerkhof bij de Koepelkerk zijn meerdere kindergraven te zien vaak met een bloem als een recent aandenken. Daaruit blijkt wel, dat een moeder/ouder altijd een band houdt met het overleden kind. Het kerkhof is daarmee een gedenkplek in Berltsum voor alle Berltsumers, gelovig of niet.

 

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Elke Berltsumer kent wel de grote rode beukenboom in de voormalige pastorietuin bij de Koepelkerk. Fietstoeristen blijven vaak staan bij deze boom en maken er een foto van. Weinig mensen weten, dat dit een Twaalf Apostelenboom is. In de 19e eeuw was het een gebruik om een groep bomen in een cirkel te plaatsen in de parkachtige tuinen bij buitenplaatsen. In de volksmond werd dit een twaalf apostelenboom genoemd. Daarnaast zijn er voorbeelden in Friesland waarbij twaalf bomen bij elkaar worden geplant en dat deze met elkaar vergroeiden tot een boom. De jonge bomen worden dan eerst door een ijzeren hoepel verbonden.

Dat dit ook zo is bij deze rode beuk blijkt wel uit het volgende. Enige tijd geleden repareerde Hielke Oppedijk samen met Hessel Boersma, een collega van Rinsma Berlikum, het ijzeren hek voor de pastorie. Toen kwam de boom ter sprake en Hessel Boersma wist te vertellen dat zijn pake hoepels maakte voor Twaalf Apostelenbomen. Of dat ook voor Berltsum was wist bij niet. Zijn voorouders waren smid in Vrouwenparochie en Ried. Als je de stam bekijkt zijn nog de insnoeringen te zien van een hoepel. Een andere aanwijzing is, dat een beuk een gladde ronde stam heeft maar deze boom niet. Op de foto kan je zien, dat de boom uit meerdere stammen bestaat.

De rode beuk en de kastanjeboom zijn bij de bouw van de pastorie in 1863 geplant door Klaas van der Schaaf, een voorouder van Hiltje van der Schaaf, die getrouwd was met Kobus Wassenaar (“Kobus Hiltsje”). Hij was hovenier voor de tuin. In de familie wordt dit verhaal nog altijd verteld volgens Watse Posthumus. Waarschijnlijk zijn deze twaalf rode beuken geleverd door Bosgra uit Burgum. In latere jaren werden door Bosgra vooral fruitbomen geleverd voor de pastorietuin.

In de pastorietuin in Wijckel staat eenzelfde Twaalf Apostelenboom, zie bijgaande foto.

Ook in Ruinerwold staat een exemplaar in de pastorietuin.

De kastanjeboom is in 2017 door de storm geveld; hij bleek helemaal hol te zijn vanwege inwatering. De huidige huurder van de pastorie, de familie Zeinstra heeft dit jaar een jonge eikenboom geplant ongeveer op de plek van de kastanjeboom. Het zal wel enige jaren duren voordat deze groot is maar ja boompje groot plantertje dood. Maar een eikenboom heeft de symboliek van onsterfelijkheid…

 

Het planten van een Twaalf Apostelenboom ter gelegenheid van de nieuwbouw van de pastorie is een toepasselijke religieuze invulling van een volksbenaming.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Op woensdag 3 november viert de Protestantse Kerk de dankdag voor gewas en arbeid. Vanwege de predikantsvacature vieren wij dit de volgende zondag. Een van de liederen die de Cantorij Belcanto die zondag gaat zingen is lied 719 met de hierboven aangehaalde tekst.

De vruchten van boomgaard en land zijn niet alleen een inspiratiebron geweest voor de dichter Brian A Wren maar ook enkele eeuwen geleden voor de beeldhouwer Johann George (Jurjen) Hempel. Hij is geboren in Altenburg bij Leipzig (Thüringen in Duitsland) en woonde in Harlingen. Hij heeft houtsnijwerk gemaakt in Harlingen, Sneek, Sexbierum en aan de preekstoel in Berltsum. Het houtsnijwerk op vier panelen van de preekstoel bestaat uit de 4 jaargetijden. Vooral de herfst bestaat uit de ‘vruchten van boomgaard en land’. Niet zo raar dat hij dit in het vroegere gerniersdoarp Berltsum gebruikte op de preekstoel. Immers, zeker rond 1778 waren er hier veel fruithoven, zodat iedereen de vruchten herkende. Ook in andere plaatsen, zoals in Bolsward komen deze symbolische versieringen voor op de kansel.

Wat zien we op dit paneel? Aan een groot lint hangt een cirkel dat nog het meest lijkt op een slang die in zijn staart bijt, het symbool van de eeuwige cirkel van de natuur. In de cirkel rijpe druiventrossen, een verwijzing naar de avondmaalswijn. Na een strik in het lint zijn twee takken met peren afgebeeld. Als je goed kijkt, zit op de tak een levende huisjesslak die zich tegoed zal doen aan het fruit. Ik heb me afgevraagd of dit nou humor is of dat Hempel hiermee wil zeggen: ‘Neemt, eet en gedenk..’ In het volgende paneel over de winter vind je lege schelpen… Op de grond vinden we een gevallen appel met nog het steeltje met blad.

De beeldhouwer heeft in de vruchten van boomgaard en land inspiratie gevonden voor het houtsnijwerk op de kansel. En het is nog steeds basis voor verwondering en dankbaarheid dat God ons dit alles geeft voor ons leven in de tijd die ons is gegeven op deze aarde. Ook zit er een vermaning in dat dit leven niet eeuwig is op deze aarde. Hierna komt immers de winter.

Durk Osinga

 

Lees meer →
Exemple

Heeft u daar ook wel eens last van? Er is al weer een jaar voorbij en de tijd glipt je door de vingers. En dan komen beelden op van vroeger van je familie of het dorp. Niet voor niets is de facebookpagina IkbininBerltsumer heel populair.  En je wilt dan wel weten: hoe zat het ook al weer? De oude fotoboeken geven vaak geen uitsluitsel meer. En als je meer wilt weten dan kom je al gauw uit op archieven. Over je voorouders kun je met de computer al veel vinden op www.allefriezen.nl . Wil je meer weten, dan kom je terecht in andere archieven, zoals in Tresoar in Leeuwarden.

 

In de plaatselijke archieven kan je veel gedetailleerder informatie vinden en het kerkelijk archief is dan een rijke bron. De verbouw van de Kruiskerk naar het Multi Functioneel Centrum was voor de kerkrentmeesters aanleiding om het archief van de Gereformeerde Kerk te verplaatsen naar ’t Centrum. Dit archief is tegelijk met dat van de Hervormde Gemeente geïnventariseerd en in een boekje vastgelegd over de periode 1757 – 2010. Het bevat 549 boeken en dossiers variërend van doop- en trouwboeken tot kerkbladen. De inventaris is digitaal te bekijken op onze website www.pgberltsum.nl . Op de foto is het eerste blad te zien van de lidmaten van de Gereformeerde Gemeente te Berlicum in 1772. De nog oudere boeken zijn helaas verdwenen. De schoolmeester en dorpsrechter was toen Sijtse Annes Ypeij. De meeste mensen hadden toen nog geen achternaam. De datum van overlijden (‘obiit’) is ook vermeld.

 

Het inventariseren van de beide archieven is een monnikenwerk geweest en Jacob van Sluis en Jan Metzlar zijn als deskundigen hier enkele maanden mee zoet geweest. Engele Bouwma heeft 4 archiefkasten gemaakt om het goed op te bergen. En het resultaat mag er zijn.

 

Het archief ouder dan 50 jaar heeft de Protestantse Gemeente opengesteld voor belangstellenden. Jacob van Sluis is bereid om bepaalde gegevens op te zoeken en digitaal te versturen. Uiteraard lenen de kerkrentmeesters geen boeken of dossiers uit. De inventaris kun je bekijken op de website van de kerk. Het emailadres is jvansluis53@gmail.com .

 

Zo is een ontoegankelijk archief een bron geworden om antwoorden te vinden op: hoe zat dat eigenlijk en waarom is dit eigenlijk zo.

 

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Annigje Hager Fonds

Veel gemeenteleden hebben Annigje Hager nog wel gekend. Zij was een oude ongetrouwde vrouw in ouderwetse, armoedige kleren en liep achter een houten kar naar haar hof aan de Singel en het land aan de Bitgumerdyk genaamd De Bargekop.

Zij is geboren op 10 maart 1896 en overleden op 5 maart 1977 te Berltsum, oud bijna 82 jaar. Zij was het enigst kind van Klaas Hager en Antje IJdema. Haar vader was eerst arbeider en later gardenier en Annigje heeft dit werk voortgezet. Zij had in haar testament de Hervormde Gemeente te Berltsum als haar enig erfgenaam aangewezen onder aftrek van een aantal legaten.

De toenmalige kerkvoogdij had de verplichting om de nalatenschap zo rentegevend mogelijk te beleggen en deze moest in de administratie worden opgenomen onder de naam Annigje Hager Fonds. De netto inkomsten uit het fonds moeten als volgt worden aangewend:

  • Jaarlijks op 10 maart (haar verjaardag) f 100 overmaken aan het Zendingsbureau te Oegstgeest
  • Haar graven op het kerkhof gedurende 40 jaar zorgvuldig en netjes onderhouden
  • Het resterende deel besteden aan het onderhoud van het kerkgebouw, de pastorie en het verenigingsgebouw.

De erfenis bestond na aftrek van legaten en kosten uit de landerijen (2,6 HA) en uit effecten, deposito’s en spaargeld ter grootte van ongeveer f 120.000 (€ 50.600). In de afgelopen 45 jaar is voor groot onderhoud aan de Koepelkerk en ’t Centrum geld onttrokken aan het Fonds. De landerijen zijn verkocht ten behoeve van de tuinbouwontwikkeling, de effectenportefeuille is bij de bank samengevoegd met beleggingen van de kerk en het kerkhof en later is er weer land gekocht op naam van het Annigje Hagerfonds. Het fonds is eind 2020 groot €159.000 en de bate in 2020 was €7.500. Het fonds bestaat dus uit land, effecten en geld.

Het hoeft geen betoog, dat veel gemeenteleden hun beeld over Annigje Hager moesten herzien. Op haar grafsteen staat toepasselijk de tekst uit Psalm 116:6 “De Here bewaart de eenvoudigen”. Het spreekwoord ‘Zuinigheid en vlijt bouwt huizen als kastelen’ is eveneens van toepassing.

Het fonds draagt nog steeds bij aan de instandhouding van de Koepelkerk, de Pastorie Tsjerkestrjitte en ‘t Centrum. Het beleggingsprofiel is defensief en het kapitaal is zo gespreid mogelijk belegd. Een artikel in deze rubriek over dit Fonds als immaterieel erfgoed is dan wel op zijn plaats.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Roomlepel

De oudere generatie onder ons kent vast nog wel het gebruik van een roomlepel. Het gebruik van deze meestal zilveren lepels gaat terug tot de 18e eeuw. De roomlepel werd gebruikt om aan tafel room aan een gerecht toe te voegen. De lepel (‘bak’) is meestal vrij groot en ondiep en de steel recht dan wel licht gebogen. Aan de achterkant zit een haakje om de lepel aan het roomkannetje te hangen. Vanaf rond 1900 zijn er ook zilveren en verzilverde roomlepels gemaakt in de bekende bestekmodellen. Het was een gebruiksvoorwerp bij een goed aangeklede tafel met gasten. De gastvrouw wilde immers goed voor de dag komen.

Vorig jaar kreeg ik van de heer Jan Veltman uit Dronryp bijgaande foto toegezonden van een verzilverde gebogen roomlepel met aan de steel de Koepelkerk. Het opschrift luidt Toren Berlikum. Een neef van hem had deze gevonden op de dwinger in Dronryp, feitelijk de stortplaats van huisvuil in de 60/70 er jaren. Het was een deel van de Harlinger Trekvaart.

In de vorige eeuw zijn er veel acties geweest rond de Koepelkerk om geld in te zamelen voor restauratie of andere projecten. Bekend zijn tegeltjes, schilderijen, tekeningen maar ook theelepeltjes. Velen van u zullen wel een theelepeltje in het keukenla hebben liggen met de Koepelkerk. Ik kende bijgaande roomlepel niet, maar deze zal ongetwijfeld ook voor een actie gemaakt zijn. De roomlepel heeft nu een plaatsje in de Oudheidkamer in Dronryp. Misschien is er iemand die wat meer weet over een mogelijke actie met deze roomlepels. Dan hoor ik het graag.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

Consistorie

Dit oude woord wordt nog wel gebruikt in de kerkorganisatie maar wat is het eigenlijk? De consistoriekamer of consistorie is in de protestantse kerken de ruimte waarin de kerkenraad vergadert. Deze ruimte bevindt zich normaal gesproken in het kerkgebouw, of vlak ernaast. Het wordt ook wel de kerkenraadskamer genoemd. Het is de ruimte waar predikant en (een deel van) de kerkenraad kort voor een kerkdienst even bij elkaar zijn om zo nodig informatie uit te wisselen en waar de ouderling van dienst het consistoriegebed uitspreekt.

Op de foto zie je muurwerk van ’t Centrum met daarin de tekst Consistoriegebouw 1908. Hoe zit dat nu? Op deze plek stond vanouds de school voordat de richtingenstrijd en schoolstrijd begon. Nadat in Berltsum drie nieuwe schoolgebouwen waren gesticht, is het oude schoolgebouw gesloopt en is in 1908 een nieuw gebouw gesticht, dat dienst deed als consistorie. Het is gebouwd door het timmerbedrijf J. van der Mei uit Berltsum. Dit gebouw werd ook wel de ‘grutte konsistoarje’ genoemd. Tot die tijd zullen de kerkelijke vergaderingen gehouden zijn in het schoolgebouw, dat eigendom was van de Hervormde Gemeente of in de Koepelkerk, zeker bij de stemming over kerkelijke zaken. In 1953 is dit gebouw vergroot tot het Hervormd Centrum maar daarover een andere keer meer.

De ‘lytse konsistoarje’ is de kleine ruimte naast de Koepelkerk. Deze is in 1924 gebouwd door Pieter Lolkes Lolkema, zijn eerste klus als timmerman. De architect was S. Koldijk uit Leeuwarden. In het kerkboek wordt dit de kerkekamer genoemd maar dit is natuurlijk te klein als vergaderruimte. Over het waarom van deze kamer gaf ds. Bakker uit Stiens laatst een verklaring in een praatje vooraf aan de dienst. Rond die tijd werd door de politiek een besluit genomen, dat togadragers, dus ook predikanten, niet op de openbare weg hun toga mochten dragen. Dominee kon zich niet meer omkleden in de ‘grutte konsistoarje’ maar deed dat voortaan in de konsistoarjekeamer. Dat had weer alles te maken met een conflict tussen protestant en katholiek. In de katholieke kerk werden veel processies gehouden op de openbare weg en de protestanten vonden dat dat niet kon. Tegenwoordig niet meer voor te stellen, zo verandert de tijd in 100 jaar.

Tijden veranderen en soms komt een gebruik terug. Nu wij de kerkdiensten via internet uitzenden, is een goede regie van de kerkdiensten belangrijk. De regie wordt verzorgd door het beamteam en degenen die dienst hebben zijn aanwezig in de grote consistorie ofwel ‘t Centrum. Na het consistoriegebed gaat het beamteam naar zijn plek in de herenbanken om beeld en geluid te verzorgen. De dienstdoende kerkenraadsleden en de dominee gaan nu nog door de grote deur naar binnen en zodra dit weer kan via de kleine consistorie naar de kerkzaal. Zo worden beide ruimtes weer als zodanig gebruikt.

Durk Osinga

Lees meer →
Exemple

In de zomermaanden is de Koepelkerk op zaterdagmiddag open voor bezoekers, meestal toeristen. Onder indruk van de sfeer komt steevast er dan de vraag waarom deze ronde kerk is gebouwd. Het geeft een intieme en warme sfeer.

Na de Reformatie

Tot 1580 waren bijna alle kerken Rooms Katholiek en nam in het interieur het koorgedeelte met daarin het altaar de centrale plaats in. Na de Reformatie veranderde de liturgie van de dienst. Tot die tijd werd de mis vanuit het koor opgedragen. Daarna stond het Woord centraal dat verkondigd werd vanaf de preekstoel. De inrichting van de bestaande roomse kerken werd aangepast maar het bleef behelpen. In Willemstad werd in 1607 een nieuwe protestantse kerk voltooid waarbij de preekstoel centraal stond.  In Holland en Zeeland en later in het noorden werd in de 17e en 18e eeuw in een 7-tal  plaatsen dit voorbeeld gevolgd. Soms en de vorm van kruiskerken op basis van een Grieks kruis met korte gelijke armen maar ook kerken met een grondplan met acht meestal gelijke zijden. In het noorden vinden we voorbeelden van het grondplan van een Grieks kruis in Heerenveen en Harlingen. Achtkante kerken zijn er in Sappemeer (1655), Groningen (1660), St. Annaparochie (1682), Wons (1728), Berltsum (1777-1779), Smilde (1788) en Veenhuizen (1826).

Harlinger stadsbouwmeester

De Koepelkerk is gebouwd onder leiding van de stadbouwmeester van Harlingen, Willem Douwes in de classicistische Lodewijk XVI-stijl zowel van binnen als van buiten. Deze stijl kwam toen in de mode als reactie op de rococostijl met veel krullen en versieringen. De nieuwe kruiskerk in Harlingen was in 1775 gereedgekomen in dezelfde stijl zowel van binnen als van buiten met ook de centraalbouw als uitgangspunt. De kerk is dus gebouwd volgende de bouwstijl die rond 1775 in de mode was rekening houdend met de wens/voorschrift van de Synode na de reformatie om het Woord centraal te stellen en niet meer het altaar in het koor van de kerk.

De preekstoel met doophek kreeg daarom een dominante plek in het geheel op een heel andere wijze dan in Harlingen. Een volgende keer meer daarover. De foto’s uit ca 1964 geven de situatie aan voor de grote restauratie van 1972-1980.

Durk Osinga

Lees meer →